Review

KIOSK

DE DOOPCEEL VAN FRANKRIJKS RIJKE REACTIONAIRE TRADITIE

DOOR SAMUEL DE LANGE

De doopceel van Frankrijks rijke reactionaire traditie wordt gelicht, en zo verschijnt Le Pen als de laatste vertegenwoordiger van een contrarevolutionaire stroming die even oud is als de Franse Revolutie. Het gezelschap van illustere antidemocraten en antisemieten - van wie velen nog met eerbied vermeld worden in historische en literaire naslagwerken - wordt ingekaderd door een keur van citaten uit de koker van Le Pen, en iedereen kan nog eens nalezen wat de volkstribuun precies over 'nationale voorkeur', de joden en de gaskamers, en de immigranten heeft gezegd. Neem een uitspraak van 1 mei 1992: 'Het is trouwens wel merkwaardig dat dezelfde mensen die veilige grenzen voor Israël verlangen, de grenzen van Frankrijk willen vernietigen'. Aan de antisemiet Edouard Drumoint (1844-1917), die het parool 'Frankrijk voor de Fransen!' heeft gemunt, besteedde de historicus Pierre Birnbaum in 1987 een hele pagina, die terecht in deze selectie is opgenomen. In hetzelfde jaar schreef Michel Winock een mooi stuk over 'de oude geschiedenis van het nationaal-populisme' waarin de drieslag te vinden is waarvan extreem-rechts zich steeds bedient: 1) 'Wij bevinden ons in verval ', 2) 'Wij kennen de schuldigen', 3) 'Maar hier is gelukkig uw redder'.

Zo'n redder was maarschalk Pétain, de man die Frankrijk in 1940 met Duitse goedkeuring een stokbroodversie van het fascisme schonk, en die door Le Pen vereerd wordt: 'Nooit heb ik geloofd dat Pétain een verrader was, en ik heb, naïef misschien maar oprecht, net als de meeste Fransen altijd geloofd dat generaal de Gaulle en maarschalk Pétain het erover eens waren dat de één het zwaard van Frankrijk moest zijn, en de ander het schild.' De schrijver van het artikel over de banden tussen het Vichy-regime en FN benadrukt nog eens dat in tegenstelling tot wat Fransen graag denken, het zogenaamde 'joods statuut' van Vichy, de serie antisemitische maatregelen van 1940 en 1941, op eigen initiatief is opgesteld, 'voordat enige duidelijke eis door de bezetter was geformuleerd'.

Een andere bron waaruit Le Pen put is de rancune waarmee de dekolonisatie gepaard ging, in het bijzonder de OAS, de Organisatie van het Geheime Leger die in de jaren vijftig en zestig probeerde te voorkomen dat Algerije zich van Frankrijk losmaakte. Le Pen heeft aan de strijd om Algiers actief deelgenomen. Nu ontkent hij het, maar indertijd verklaarde hij met trots dat hij gevangen FNL-strijders had gemarteld. 'Dos-siers & Documents' bericht ook trouwhartig over alle rechtse splinterpartijtjes waar Le Pen toe heeft behoord, de oorvijgen die hij links en rechts heeft uitgedeeld, de processen wegens smaad die hij heeft moeten voeren, en het uiteenvallen van FN in twee stukken. Maar de figuur van een 'chef' die sinds 1972 met gemak zo'n 15 % van een haatdragend electoraat vertegenwoordigt, is dan al voldoende getekend. Die duurzame nesteling in een volksdeel dat nooit een boodschap heeft gehad aan de democratie onderscheidt Le Pen en zijn FN van ééndagsvliegen als Pim Fortuyn en zijn lijst.

DE LAT-RELATIE VAN POLITIEK EN CRIMINOLOGIE

Het Tijdschrift voor criminologie komt met een lang stuk van Chrisje Brants over 'Criminologie en politiek: een ongemakkelijk lat-relatie'. Vaak, zegt zij, beklagen de criminologen zich over het onbegrip dat politici voor de wetenschap aan de dag leggen, of over het misbruik dat zij van criminologische gegevens voor verkiezingsdoeleinden maken. Misdaad en straf zijn immers hete hangijzers. Maar gebruikmaking van wat los en vast zit is de taak van politici, meent Brants, en bij nader inzien brengt de politiek het er niet zo slecht van af. Van de belangrijkste politieke partijen heeft zij, vóór de verkiezingen, de paragrafen over misdaad uitgevlooid op onderwerpen ('issues'), feitelijke gegevens en eventuele criminologische theorieën. Die uitkomsten heeft ze vergeleken met de stand van zaken in de laatste jaargangen van een paar vaktijdschriften. Dan blijken politiek en criminologie door dezelfde issues geboeid (mensensmokkel, jeugd, recidive, asielbeleid en migratie), en ook de statistieken en opvattingen waarop zij zich baseren verschillen minder dan je zou verwachten.

De partijen blijken, op GroenLinks na, wel veel meer van het strafrecht te verwachten voor de oplossing van veiligheidsproblemen dan van sociaal beleid. De VVD en Leefbaar Nederland (het artikel stamt nog uit díe dagen) strijden daarin om de voorrang. 'Kunnen wij van Nederland zeggen dat niet de ideologie maar de kretologie van Professor Pim de verkiezingsagenda bepaalt?' De gang van zaken rond de verkiezingen heeft dit tot een retorische vraag gemaakt. Hoewel Brants de politici minder hard valt dan collega's van haar plegen te doen, pleit zij tenslotte dringend voor een criminologie die zich onttrekt aan de verleiding om de politiek op zijn wenken te bedienen. Interessant is dat, ook al lijkt de schrijfster niet overtuigd van de effectiviteit van het strafrecht bij het bestrijden van criminaliteit, zij om andere redenen vindt dat dat strafrecht wel degelijk op zijn plaats is. Niet duidelijk is of dat redenen van morele genoegdoening, of wraak zijn.

SPORT VERBROEDERT NIET VANZELF

In het sociaal-wetenschappelijk magazine Facta worden regelmatig nieuwe proefschriften besproken. Voor wie het altijd al gedacht had: 'Sport verbroedert niet vanzelf'. Zo'n 1000 Amsterdamse en Tilburgse jongeren zijn door Agnes Elling ondervraagd. De sporters onder hen bleken in geen enkel opzicht minder bevooroordeeld ten opzichte van sekse en etnische verschillen dan de niet-sporters. Dus die vrome praatjes mogen de bobo's voortaan voor zich houden. 'Ze zijn er (niet) voor gebouwd' heet het proefschrift voluit.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden