Review

KIOSK

Frankrijk luistert naar Hollands multicultidebat

Drie artikelen over de vernieling van de twee reuze nboeddha's onder de kop 'Mohammed tegen Boeddha'. 'Doodgravers van het verleden' noemt Pierre Cambon de Taliban die opdracht tot de beeldenstorm gaven, in een gelijknamig artikel over de stormachtige geschiedenis van Afghanistan. Het land dat tussen Indo-Chinese en de Islamo-Perzische beschavingen ingeklemd ligt, is een ontmoetingsplaats geweest van Griekse, Hindoestaanse, Arabische, Iraanse en boeddhistische invloeden. Nu begraaft het zijn rijke verleden 'in een obsessie met leegte en vernietiging, met de mars naar de afgrond en de apocalyps. Onder de ogen van de wereldpers', besluit de museumdirecteur Cambon pathetisch. 'Wie zijn toch die Taliban?' van de afghanoloog Olivier Roy werpt licht op de achtergrond van de fanatici. Het gaat om Pathan-stammen uit het oosten van Afghanistan, militair gesteund door Amerika en Pakistan, en geïndoctrineerd door het 'wahabisme', de Saoedische variant van de islam. In september 1996 namen zij Kaboel in, en verjoegen de coalitie van noordelijke krijgsheren, die jaren daarvoor op hun beurt de communisten en Russen eruit hadden gegooid.

'Mijd de schande van de afgoden' is een artikel van de arabist Jean-François Clément. Hij probeert aannemelijk te maken dat de vernielzucht van de Taliban niet voor rekening van de Koran, of zelfs van de islam komt, want islamitische teksten zouden het niet uitdrukkelijk over 'stukslaan' hebben. 'Mijden' is het devies. De afschuw van beelden berust op de vrees door de Schepper voor concurrent te worden aangezien. 'Wie zijn grotere misdadigers dan degenen die menen net als Ik levende wezens te hebben gemaakt?', staat ergens te lezen. Clément verliest zich vervolgens in de redenering dat de Taliban zo weinig vertrouwen in God hebben, dat zij een bijgelovige angst voor beelden koesteren. Ze zouden zich daarmee schuldig maken aan een islamitische ketterij... Deze verontschuldiging van de doctrine wordt ook vaak aangevoerd als buitenstaanders zich stoten aan de positie van de vrouw in de islam. In de canonieke boeken zou daarover niets dan loffelijks staan. Kennelijk zo vrijblijvend dat de islamitische praktijk er een van vrouwenvernedering (en iconoclasme) is.

In Le Monde des débats/le nouvel Observateur ook uitgebreid aandacht voor de positie van minderheden in westerse landen. 'Frankrijk luistert' schrijft de journalist Michel Wievorka vroom. Het luistert naar het debat dat in Nederland sinds begin 2000 over het zogenaamde 'multiculturele drama' is gevoerd, en naar een vergelijkbare discussie in de Verenigde Staten. Afgedrukt staat het artikel van Paul Scheffer in NRC Handelsblad waar het bij ons mee begon, evenals de reacties van de socioloog J.A.A. van Doorn en het kamerlid Mohamed Rabbae. Scheffers bezorgdheid over de achterblijvende integratie, en zijn ergernis over het aan hun lot overlaten van buitenlanders onder het mom van multiculturalisme, zou in het centralistische Frankrijk veel officiële bijval krijgen, van links en van rechts. Maar Wievorka wijst erop dat na alle rumoer over hoofddoekjes in de schoolklas, ook in Frankrijk begrip is ontstaan voor demonstratief vertoon van eigen identiteit. Als voorbeeld noemt hij de wet die twee jaar geleden werd aangenomen waarbij ook homoseksuele stellen konden profiteren van de voordelen van de gehuwde staat. Toch lijken de Fransen nog altijd makkelijker te kunnen instemmen met de strijd tegen ongelijkheid dan met de roep om evenwaardigheid die door vrouwengroepen, islamieten, homo's en andere 'culturele minderheden' wordt geslaakt. Ze zullen zich eerder kunnen vinden in 'Onze gemeenschappelijke menselijkheid' waartoe de Amerikaanse filosoof Richard Rorty uitnodigt, dan in 'De verschillen aanvaarden', een aansporing van een andere filosoof, Nancy Fraser. Ook daar moeten ze van Wievorka naar luisteren.

Politievrouw breekt suffe islamcultuur open

Een product van dat multiculturalisme waarvan de Fransen en Paul Scheffer met enig recht vrezen dat het tot devaluatie van burgerlijke waarden voert, is Acta academica, dat zich als 'Tijdschrift voor sociaal-culturele & theologische wetenschappen' aandient.

In werkelijkheid is het peptalk voor moslim- intellectuelen, en net zo wetenschappelijk als De Wachttoren. De verzuilde mentaliteit spreekt het duidelijkst uit het artikel van Mohamed de Zeeuw 'Islam en de Nederlandse Letterkunde'. Literatuur wordt daar langs een meetlat gelegd die elders al lang in onbruik is geraakt. Geen boekverbranding of leesverbod wordt gepropageerd, maar de Zeeuw deelt zo moeiteloos de predikaten 'goed' en 'kwaad' uit, dat misverstanden makkelijk kunnen rijzen. Zo is een dichtregel als 'Godt die uter maagde werde gheboren' een 'afschuwelijke dissonant' in de oren van de Zeeuw. Vanzelfsprekend zijn literaire stromingen als naturalisme en existentialisme 'negativistisch'. Men vraagt zich ook af wat de Zeeuw wel zou bedoelen met een pleidooi voor 'de islamitische belichting van de vervolging en nagestreefde verdelging van het Nederlandse Jodendom tijdens de Tweede Wereldoorlog'. Hij besluit dat 'de islam het potentieel heeft om aan de ingesufte Nederlandse cultuur een geweldige bijdrage te leveren, ook op literair gebied'. Op grond van het benauwd bestek dat de Zeeuw daarvoor uitzet, moet aan die bewering getwijfeld worden. Ook alle andere artikelen die over de confrontatie tussen het Westen en de islam gaan, zijn wel niet fundamentalistisch, maar ook niet meer dan preken voor eigen parochie.

In het feministisch maandblad Opzij staat een goed voorbeeld van het openbreken van een 'ingesufte islamitische cultuur'. De journalist Anke Manschot gaat met de Utrechtse politievrouw Felicitas Duyvestijn op stap in Turkse en Marokkaanse koffiehuizen, mannenbolwerken bij uitstek. 'Vrouwen zijn hoofdpijn' staat er boven het artikel, want dat is zoals er daar over gedacht wordt. Duyvestijn stapt naar binnen waar Nederlandse mannen zich niet wagen, en daagt de verbaasde heren uit tot een gedachtewisseling over vrouwen en andere heikele onderwerpen. Een voorbeeld van wat de Duitsers 'Zivilcourage' noemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden