Review

KIOSK

Een heimelijke, sluwe en meedogenloze aanpak

Het Amerikaanse Foreign Affairs drukt onder de noemer 'een lange oorlog in het verschiet' zeven stukken af die zich buigen over de vraag wat te doen na 11 september 2001. Het eerste, 'Wat zegt een naam?', van de Engelse historicus Michael Howard, neemt meteen afstand van het begrip oorlog, en beschouwt terrorisme als een kwaad apart. Howard bepleit de Britse aanpak van de opstanden in Maleisië uit de jaren vijftig, toen terroristen met behulp van 'heimelijk, sluw en meedogenloos maar vooral geduldig opereren' in het nauw werden gedreven. De volksgunst winnen is de kunst, openlijke repressie bederft de publieke opinie en schept martelaren. De aanval op Afghanistan ziet hij als zo'n brute reactie, afgedwongen door wraakzucht, in weerwil van een voorzichtig sturende president. Dat spektakel moet dan maar tot een goed einde worden gebracht, daarna begint het eigenlijke antiterroristische handwerk pas. Het vertrouwen moet worden gewonnen van een bevolking die halsoverkop in het moderne tijdperk is gesmeten. Daarin kunnen de koloniale ervaringen van de Britten en Fransen van pas komen, want 'voor de Amerikanen is de islam een terra incognita, net als op middeleeuwse kaarten door draken bevolkt'. Het artikel ademt de sfeer van toegeeflijkheid en dreiging die ooit borg stond voor het indirecte bestuur in het Brits imperium.

In 'Andermans Burgeroorlog' van de Amerikaanse oriëntalist Michael Doran wordt een thema nader uitgewerkt dat Howard maar even aanstipt, de verdeeldheid van de moslims over de verdiensten van het moderne leven. Die ambivalentie, die soms het karakter van een burgeroorlog draagt, wordt uitgeleefd in het conflict met het Westen. Dat is de boze opzet van Al-Kaida en zijns gelijken. Net als Howard is Doran van mening dat de oplossing van dat conflict niet in de eerste plaats aan soldaten moet worden overgelaten, maar dat 'de strijd om de harten en geesten' elders moet worden gestreden. De arabist besteedt veel ruimte aan de beeldspraak van Osama bin Laden. In de videoboodschap van 7 oktober noemde die Amerika 'de Hubal van deze tijd'. De Hubal is een stenen idool dat in vóór-islamitische tijden in Mekka werd aanbeden. In één moeite veroordeelt Bin Laden de Amerikaanse cultuur als afgodisch, en de aanwezigheid van de ongelovigen in de heilige islamitische plaatsen. De lezer komt veel te weten over de verschillende soorten orthodoxie en ketterij die vanaf Mohammeds zending de moslims verdeeld houden, en over de rancunes die de moslims sinds de kruistochten tegen het Westen koesteren.

Eén belangrijk geschilpunt is de betekenis van nationalistische bewegingen voor de vestiging van de ware islamgemeenschap. De inspanningen van Hamas voor een Palestijnse staat worden bijvoorbeeld door veel Salafis, de ideologische school waaronder Doran de moderne fundamentalisten schaart, als futiel of zelfs ketters beschouwd. 'Staat' en 'politiek' smaken naar westerse logica, en verdienen daarom uitgebannen te worden. Die instinctieve afkeer van westers denken delen wereldlijk en geestelijk gezag in de islamitische wereld.

'Occidentalisme' van Ian Buruma en Avishai Margalit in The New York Review of Books is een geslaagde poging om die afkeer te analyseren. 'Occidentalisme' hebben de schrijvers bedacht naar analogie van 'oriëntalisme', het begrip dat Edward Saïd een kwart eeuw geleden muntte om de dubieuze liefde van het Westen voor de oriënt in te vangen. Een spiegelbeeldig ressentiment dus. Buruma, die al tientallen jaren over het Verre Oosten schrijft, neemt de xenofobie van Japan als uitgangspunt, maar voegt ook nationaal-socialistische en slavische bronnen toe aan het complex. 'In de meeste versies van het occidentalisme vallen vier karakteristieken op. We noemen ze in het vervolg de Stad, de Burger, Rede en Feminisme. Allemaal hebben ze hun eigenaardigheden, zoals arrogantie, zwakte, hebzucht, verdorvenheid en decadentie, die voor typisch westerse, of Amerikaanse trekken doorgaan'. Buruma en Margalit, een Israëlische cultuurfilosoof, citeren met smaak passages uit de heilige boeken van de drie monotheïstische religies waarin hel en verdoemenis over Babylon en andere zondige plaatsen wordt afgeroepen. Uit de poel des verderfs rezen natuurlijk ook de torens van het Wereldhandelscentrum. Dan is er de afschuw - altijd gemengd met fascinatie - van de wetenschap. 'Joodse wetenschap', zoals tot op heden in bepaalde kringen wordt gezegd. Daar stellen de nationalisten en fundamentalisten 'de ziel' tegenover. Slavofielen, nazi's, Mao, Pol Pot, Bin Laden tegen het machinale, zielloze Westen. Het is maar één stap naar de laffe en berekende burger. Helden en martelaren koesteren grotere aspiraties dan persoonlijke veiligheid en winstbejag. De kamikazepiloot was in Japan de kampioen van de heilige strijd, nu levert de islamitische jeugd rekruten voor de dood. Ten slotte is er de haat tegen de vrijgevochten vrouw die de occidentalisten van vroeger en nu gemeen hebben. ,,Vrouwen zijn vanouds de schenkers en behoeders van het leven. Vrijheid voor vrouwen is onverenigbaar met een doodscultus. Publieke tekenen van een vrouwelijke seksualiteit zijn niet alleen een provocatie van 'de heilige mannen', maar van alle onderdrukte mensen die maar één weg naar geluk kennen: de dood voor een hogere zaak.' Buruma en Margalit besluiten dat van geen 'schok der beschavingen' sprake is. Alle religies, en speciaal de drie monotheïstische, bevatten het antiwesterse gif. 'Het Westen, en niet alleen het geografische Westen, zou dit moeten tegengaan met de volle kracht van zijn berekenend en burgerlijk antiheldendom.'

In het Vlaamse Streven pleit de Duitse theoloog Jürgen Moltmann in 'Eschatologie, globalisatie, en terrorisme' ook tegen de doodscultus. Maar dan juist op religieuze gronden: 'Christelijk geloof is in essentie verrijzenis geloof'. Toch, aan het einde formuleert Moltmann zakelijk de voorwaarden waaraan elke godsdienst voortaan moet voldoen: scheiding van kerk en staat, individuele godsdienstvrijheid, en eerbied voor de rechten van de vrouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden