Review

KIOSK

'Ick heb het niet kunnen laeten te doen'

De platitudes van de feministes zijn minder grof. 'Wie holt, loopt zichzelf voorbij', kopt het essay van Annelies van Heijst. Dat was vroeger anders, weet Van Heijst. Plato pleitte voor het in alle rust, zuivere schouwen. Maar die oude Grieken hadden vrouwen en slaven achter de hand om het vuile werk op te knappen. En dan had je Martha en Maria in het evangelie, van wie Maria zo oneerlijk werd voorgetrokken door de Heer, toen ze de vaat liet staan om aan Zijn voeten te zitten. 'Er zijn maar liefst twee feministische stromingen voor nodig geweest (...) eer vrouwen ervan overtuigd raakten dat ze ook een rol te spelen hadden in de samenleving en in wetenschap, kunst en bedrijfsleven en zaken van de geest en het bestuur niet meer uitsluitend moesten overlaten aan een kleine mannelijke en blanke elite.' Maar nu is het hollen of stilstaan, en stilstaan wil zeggen dat je opgebrand bent. 'Waar is dat tussengebied gebleven? Wat kon je je vroeger lekker vervelen op een landerige zondagmiddag!' De wereldgeschiedenis volgens het damesfeminisme. In het kielzog van tallozen v¢¢r haar pleit Van Heijst voor een andere houding, een nieuw arbeidsethos. Ook op de schrijfster maken die gratuite aanbevelingen weinig indruk, en uiteindelijk beschouwt ze verbetering van de situatie als 'paradijselijk, en daarmee vooralsnog onbereikbaar'. Een derde feministische stroming die de bedding van de geschiedenis kan verleggen, zit er kennelijk niet in. Op een verhaal over allochtone vrouwen na, dat alle modieuze prietpraat over hollen of stilstaan logenstraft, en een verstandig stuk over hoe uit de WAO te blijven, bevat deze Opzij vooral 'grimlachjes in de spiegel' zoals Renate Rubinstein het kokette zelfbeklag van feministes noemde.

Het winternummer van het Historisch Nieuwsblad is zo warm vanwege de 'Liefde!' die op de cover en binnenin geprezen wordt. Er staan ook kille zaken in over de slachtoffers van het stalinisme, en over de oorlogsverledens die Nederlandse schrijvers met zich meetorsen, maar het leading article geeft het Historisch Nieuwsblad, dat toch al een beetje het schandaaltje onder de vakbladen probeert te zijn, het voorkomen van een Bouquetboekje. Marchien den Hertog en Bas Kromhout relativeren in 'Liefde en huwelijk in Nederland' de verworvenheden van het moderne stel dat l t, maar uit liefde trouwt, en weinig kinderen verwekt. 'Maar wat is daar nu eigenlijk zo nieuw aan? Liefde en huwelijk zijn al eeuwenlang het resultaat van zorgvuldige afweging van belangen. In heel Europa is het tot in de negentiende eeuw de gewoonte om het huwelijk uit te stellen. Het toekomstig paar moet zich eerst economisch kunnen redden, en bij gebrek aan voorbehoedsmiddelen is laat trouwen de beste manier om het aantal kinderen te beperken. Toch trouwde men, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, in de meeste gevallen uit liefde, met de zelf gekozen partner.' In 1960 beweerde de Franse historicus Philippe Ariès dat de grote sterfte vroeger geen liefde tussen man en vrouw, en ouders en kinderen toeliet. Het conflict dat op die grimmige stelling volgde, wordt hier overhaast beslist met de bekende gulden middenweg. Maar het artikel geeft aan de hand van een aantal proefschriften die recentelijk over huwelijksgewoonten in de Nederlandse historie verschenen een raak beeld van de ontwikkeling. Terzijde vormt de seksuele nood van een zeventiende-eeuwse stadhouder van Friesland, Willem Frederik van Nassau, een voorbeeld van gewetenstrijd omwille van God, Nederland en Oranje: 'Ick heb het niet kunnen laeten te doen', zucht de arme Willem Frederik in zijn dagboek na een 'ongeluk met de hand'.

Het getal van de duivel als huwelijksdatum

Het opinieblad voor geloof en samenleving de Bazuin laat de historicus-politicus Coos Huijsen aan het woord die een paar jaar geleden 'De Oranjemythe' schreef. Blijkens het interview dat hij aan de Bazuin weggeeft, verdient die mythe te blijven bestaan. 'Democraten moeten Oranje koesteren' staat erboven, en 'alleen enkele intellectuelen debatteren intussen over de noodzaak van een republiek'. Volgens de mythe hebben de Oranjes zich op essentiële momenten ingezet voor de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van Nederland. Of dat historisch klopt, doet er niet toe: 'De mythe is het verhaal ¢ver de feiten. Het is een verhaal waarvan de mensen willen geloven dat het waar is.' Ten behoeve van de samenhang in het land, die nu eenmaal niet door democratie wordt bevorderd, herhaalt Huijsen de schrijver Frans Kellendonk die vond dat geloven 'oprecht veinzen' mag zijn. In het interview heeft de politicus duidelijk de overhand op de historicus.

In De Hofleverancier begroeten we de intellectuelen van de Amsterdamse grachtengordel waar Huijsen op afgeeft. De nieuwsbrief van het Nieuw Republikeins Genootschap maakt zich op het Oranjehuwelijk te trotseren. 'Waar staan wij?' lijkt als titel een beginselstrijd aan te kondigen. Maar in het stuk wordt voornamelijk tegen de kosten geprotesteerd, 'miljoenen Hollandse florijnen, allemaal te betalen uit de staatskas'. Je zou van een nieuwe republikein verwachten dat hij wist dat de boekhouding in euro's geschiedt.

Níet zou je verwachten dat hij numerologie bedreef: '02.02.02 is de huwelijksdatum. In de middeleeuwen was de 2 het getal van de duivel. Geen gelukkige greep'. Dat laatste geldt toch meer voor 'de huwelijkskandidate uit een foute Argentijnse familie' waarmee nieuwe republikeinen en ouderwetse koningsgezinden moeite hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden