Review

Kiosk

Zinloos terrorisme van communistisch verzet

De van oorsprong Engelse serie ''40-'45' met zijn verhaal over het Franse verzet moet het zonder die waarschuwing doen, maar de lezer voelt zich snel genoeg in een slangenkuil gegooid. Personalia worden niet geleverd, toch is de schrijver van het nummer, Jean Paul Pallud, ongetwijfeld een Fransman. Het 'toen en nu' van de reeks slaat op de foto-tweetallen waarmee het blad verlucht is: zo mogelijk wordt naast de oorlogssituatie de huidige aanblik afgedrukt. Onder een foto van Generaal de Gaulle waarmee het artikel aanvangt treft men eenzelfde paukenslag als in Azéma's introductie: 'Een onwrikbare vijandigheid tegenover Duitsland en een onwankelbaar geloof in de grootheid van Frankrijk zouden voor Général de Gaulle spoedig een stijgende politieke en militaire positie als architect van de Franse samenleving opleveren'. In het vervolg neemt het geronk af, al blijft de vertaling beroerd.

De eerste helft van de tekst is aan de algemene geschiedenis van Frankrijk in de oorlogstijd gewijd, het tweede gedeelte, inclusief de foto's, aan de opstand van het verzet in de Franse Alpen in het voorjaar van 1944, toen partizanen, collaborateurs en Duitsers wekenlang in een kleine veldslag gewikkeld waren. Over die actie in de Haute-Savoie schreef de historicus J.W.M. Schulten: 'Hoewel een nadere beschouwing van de strijd bij Les Glières snel tot de conclusie leidt dat deze volkomen overbodig is geweest, is van een dergelijke conclusie in de Franse verzetshistoriografie in het algemeen weinig terug te vinden' ('De geschiedenis van de Ordedienst. Mythe en werkelijkheid van een verzetsorganisatie', 1998).

Het algemene gedeelte, waarin de opkomst en samenstelling van het verzet, en zijn banden met de Vrije Fransen van De Gaulle en de geallieerden aan de orde komen, is het meest interessant. Pallud maakt geen geheim van de Franse collaboratie en jodenvervolging na de nederlaag in juni 1940, en evenmin van de aanvankelijke onbeduidendheid van De Gaulle's Vrije Fransen en het verzet.

Minder bekend is dat de communisten, nog in de ban van het Russische-Duitse non-agresie pact uit 1939, nog een jaar lang probeerden een wit voetje te halen bij de bezetter. Toen het parool uit Moskou veranderde, legden zij zich toe op het vermoorden van Duitsers en collaborateurs. Na de oorlog noemden zij zich 'de partij van de gefusilleerden'. Dat communistische aanslagen leidden tot fusillades van onschuldigen bedoelden ze daar niet mee. Voorbeelden van dat zinloos terrorisme ontbreken niet, al noemt Pallud het anders.

Niet alle verzetsbewegingen opereerden zo rücksichtlos, en in het verhaal draven de namen van vele groepen en groepjes op die het de Duitsers lastig maakten met materiële sabotage. De moeizame pogingen van De Gaulle en de Engelsen om van dit verdeelde verzet een doelmatige 'vijfde kolonne' in Frankrijk te maken, worden vermeld, evenals de machtsstrijd tussen De Gaulle en andere Franse generaals die naar de gunst van de geallieerden dongen. De grote stoot aan het verzet werd gegeven toen de Duitsers in 1942 de Franse mannen tot arbeidsdienst dwongen. Vanaf dat ogenblik groeide de beweging gestaag, en nam ook de onderlinge afstemming toe. De Engelse tv-serie 'Allo, allo!' kan de bokkesprongen van het Franse verzet makkelijk overdrijven omdat de 'verzetshistoriografie' zo partijdig en gebrekkig is. Palluds weergave is daarin een kleine verbetering.

'Hoe vreemd ben ik. Hoe vreemd zijn wij.'

Hoe aangrijpend ook, het Franse verzet is 'peanuts' vergeleken bij de Big History die de socioloog J. Goudsblom in De Gids aan de man brengt. Goudblom probeert de lezer te laten zien dat de kleinigheden maar ook de grandeur van de geschiedenis ingebed liggen in grote maatschappelijke ontwikkelingen, die zelf weer deel zijn en deel hebben aan een biologische evolutie van apen en mensen. Tenslotte doemt zelfs de naam van Charles Lyell op. Die postuleerde in 1833 in zijn 'Beginselen van de geologie' dat de aardrijkskundige processen 'op gang gehouden zijn door mechanismen waarvan we de werking ook nu nog kunnen waarnemen.' Goudsbloms artikel 'Geschiedenis in het klein en in het groot' heeft niets belerends. Het is eigenlijk een belevenis zoals wanneer iemand je bij de hand neemt in de avond tegen zonsondergang, en naar de opkomende maan wijst en naar de sterren, en wat ligt daar dan achter... Bij Goudsblom geldt het ontzag dat hij wekt niet de ruimte maar de tijd, hoewel je achter die geschiedenis de 'massa' voelt.

Een mooi voorbeeld van die relativering van de geschiedenis is even verderop te vinden in een artikel over Duitsland van Ben Knapen, voorheen journalist. De titel zegt het al: 'Indringende nabijheid'. Hij rafelt een anekdote over een uitgeversborrel in het Berlijn van 1973 zo uit elkaar, dat de krachtlijnen van de Duitse geschiedenis erin samenkomen. Een Duitsland dat - daar verschijnt weer de geografie - nog veel verdeelder en gelaagder is dan je dacht. 'Hoe vreemd zijn deze mensen. Hoe vreemd ben ik. Hoe vreemd zijn wij,' haalt Goudsblom zijn leermeester Norbert Elias aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden