Review

Kiosk

IMMIGRATIE VAN ELITE TOT TREURIG STELLETJE

De socioloog Godfried Engbersen vergelijkt verderop in het artikel 'Down and Out' de omstandigheden van de migratie in West-Europa met de toestand in India. Hij volgt in het spoor van de Azië-specialist Jan Breman die in de deelstaat Gujarat de situatie van nieuwkomers in de stad onderzoekt. Engbersen noemt de illegale migranten in ons land ongegeneerd 'paria's', want ,,net als de onaanraakbaren in India doen ze vaak vies en zwaar werk, zijn ze economisch sterk afhankelijk van anderen, hebben ze te maken met meervoudige achterstelling en stigmatisering, worden ze uitgebuit en proberen ze hun status voor anderen te verbergen'. Het Indiase perspectief van Engbersen roept een veel treuriger stelletje voor ogen dan de kosmopolitische elite van Penninx. Engbersens overdrijving is ook bedoeld om de aandacht te vestigen op de illegale immigrant als 'een nieuw sociaal type in de klassenstructuur van geavanceerde landen'. In het huidige neo-liberale klimaat vallen volgens de schrijver dergelijke marginale groepen helaas buiten de belangstelling.

THE WEST AND THE REST VOLGENS TH. VON DER DUNK

Socialisme & Democratie is een discussieforum van de PvdA. De Leidse cultuurhistoricus Thomas von der Dunk schrijft er een stuk in 'The West and the Rest. Over de ongelijkwaardigheid van culturen'. Von der Dunk vindt dat de welvaart een afgeleide is van een westerse samenlevingsvorm, en dus dienen traditionele denkpatronen elders voor de onze te wijken, als levensverbetering het oogmerk is. IJsland heeft bijvoorbeeld even weinig hulpbronnen als een derde wereldland, maar zijn onmiskenbare welvaart 'heeft alles te maken met de wijze waarop in het Westen de maatschappij is ingericht'. De cultuurhistoricus acht vooral het evenwicht dat de laatste eeuwen is gegroeid tussen collectieve ordening en individuele verantwoordelijkheid voor die rijkdom aansprakelijk. Zolang echter in de rest van de wereld 'dogma's van oppermachtig religieuze instanties' het voor het zeggen hebben, zijn de arme massa's aangewezen op vertrek naar het Westen, om een graantje mee te pikken. Dit tot verlegenheid van de sociaal-democraten die hun behoeftige cliënten van eigen bodem (kennelijk heeft de vooruitgang de armoede niet geheel uitgeroeid) moeten uitleggen dat de nieuwkomers in de sociale solidariteit mogen delen. Omdat verrijking ter plekke de armen van de noodzaak tot migratie zou ontslaan, en de sociaal-democraten van hun verlegenheid zou verlossen, dient economische ontwikkeling bevorderd te worden. Twee zaken verzetten zich daartegen: bij links een overdreven eerbied voor andermans zeden en gewoonten, en bij rechts een hebzuchtige handelsgeest. De huiver om achterlijke dictaturen eens flink de waarheid te zeggen, en de commercie die het met elke potentiële partner aanlegt, verhinderen dat in den vreemde een nieuwe geest gaat waaien en ontwikkeling van de grond komt. Als voorbeeld van misplaatste afzijdigheid en fout opportunisme draagt Von der Dunk Turkije voor. Profiterend van de dubbelzinnige houding van alle partijen kan dat land steeds dichter tegen Europa aankruipen, zonder dat een echte discussie over de noodzakelijke cultureel-politieke veranderingen is gehouden. Opportunisme verkiest vrijhandel boven politieke vrijheid. Binnenslands wordt in Europa ook liever de multi-culturele vrede bewaard dan eisen te stellen aan de democratische gezindte van de nieuwe medelanders. Op dit punt realiseert de lezer zich dat de reprimande van Von der Dunk zijn scherpe kantjes heeft verloren. Links heeft na 11 september zijn terughoudendheid verloren, en rechts heeft er wel een paar centen voor over als die moslims mores wordt geleerd.

DE FRANSE MARTELINGEN IN ALGERIJE VAN 1954-1962

Wie het stoffen op de westerse waarden van Von der Dunk al te letterlijk neemt, doet er goed aan de laatste aflevering van Dossiers & Documents, een maandelijkse uitgave van Le Monde met achtergrondinformatie, ter hand te nemen. Deze maal valt licht op martelingen door het Franse leger in Algerije tijdens de volksopstand van 1954-1962. De feiten zijn niet nieuw, maar sinds kort komen ze van onverwachte en onverdachte zijde. Vorig jaar verscheen de lijdensweg van een Algerijnse vrijheidsstrijdster, Louisette Ighilariz, die in 1957 gevangen werd genomen, en vervolgens jaren gemarteld, in boekvorm. Bovendien begonnen een jaar geleden gepensioneerde Franse officieren uit de school te klappen, onder wie de parachutistengeneraal Jacques Massu die Louisette Ighilariz bij de strijd om de kashba van Algiers gevangen had genomen. De schuldbekentenis is nog altijd onder voorbehoud, zoals uit een interview met de generaal blijkt: ,,Ik vind het moeilijk te accepteren dat mijn naam voor altijd met martelen is verbonden. Ik ben aan de schandpaal genageld, terwijl ik toch veel andere dingen heb proberen te doen in Algerije. Mijn echtgenote en ik hebben bijvoorbeeld ook veel aan maatschappelijk werk gedaan.' De getuigenverklaringen van slachtoffers en beulen - ook die van de nog minder berouwvolle generaal Paul Aussares die het zogenaamde 'hout corvee' uit de doeken doet waarbij gevangenen in het veld werden afgemaakt - vragen om een sterke maag. Belangrijk is dat uit een grondige studie blijkt dat het militaire nut van het hardhandige inlichtingenwerk bijna niets is geweest. Toch was en is dat de verontschuldiging van de beulen: Louisette Ighilariz was een terroriste, en haar onder druk zetten spaarde mensenlevens. Zullen wij over veertig jaar te horen krijgen welke vreselijke middelen de westerse wrekers in Afghanistan gebruikt hebben om de beschaving te verdedigen?

Facta, oktober 2001, fl. 15,-; Socialisme en Democratie, no. 9, 2001, fl. 15,-; Le Monde: Dossiers & Documents, oktober 2001.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden