Review

Kiosk

Bedroefd verwijt aan ongebreidelde groei

Le Monde diplomatique van oktober, vorige week hier besproken, bevat ook acht bladzijden gewijd aan arbeidsvraagstukken. Coöperaties, maatschappelijk ondernemen, onderling hulpbetoon en andere verschijnselen van wat de Fransen 'économie soli daire' noemen, komen aan de orde. De cijfers van die sector zijn niet onbeduidend - 20 procent van de Europese bankmarkt is bijvoorbeeld in coöperatief beheer - en Nederland wordt door de krant als voortrekker geroemd. Proost, 'Max Havelaar'! In De Gids een herkansing voor vijf beroemde Nederlandse essays, waaronder Karel van het Reve's geestige boutade tegen de evolutieleer, 'Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes' (1979). Ze worden opnieuw van commentaar voorzien.

De socioloog Joop Goudsblom schreef echter een eigen opstel, 'In de greep van de groei', dat de economische groei uit een intermenselijk perspectief bekijkt. In zijn betoog sluit Adam Smiths economische leerstuk van de 'onzichtbare hand' die de mensen tot economisch presteren beweegt naadloos aan bij de 'ongewilde maatschappelijke orde', een opvatting van de samenleving als uitkomst van talloze kleine beslis singen die door de socioloog Norbert Elias werd verdedigd. Ruilverhoudingen van overzichtelijke omvang en intensiteit, in de pas met de bevolkingsgroei, waren gebruikelijk in de geschiedenis. Alleen in enkele perioden overvleugelde de ene groei de andere. 'Hypertrofie' noemt Goudsblom de reusachtige sociaal-economische inspanningen die tot de bouw van de piramiden en de Taj Mahal leidden. Gebruikelijk was dat zo'n tijdperk van 'overspanning' onder een elite gepaard ging met grote armoede aan de onderkant van de samenleving.

Deze uitzonderingstoestand, waarbij de productie en de ruil niet op tal en last waren afgestemd, is de laatste eeuwen regel geworden. De samenleving is in een 'spiraal van begeerte' terechtgekomen, die wortelt in het psychologisch gegeven dat wat een ander heeft, mensen per se verleidelijk voorkomt. 'Mensen willen erbij horen, en ze willen niet de minste zijn', schrijft Goudsblom. De kalme toon waarop de gegevens uit economie en geschiedenis aan elkaar worden geknoopt, maakt aan het einde plaats voor een bedroefd verwijt aan de ongebreidelde groei. 'Behalve de schade aan de verhoudingen tussen de mensen onderling, en tot de buitenmenselijke omgeving vormt ook de mogelijke schade aan de menselijke psyche al heel lang een onderwerp van zorg.' Verder gaat de wetenschapper niet, juist omdat voor de uitkomst niemand aansprakelijk is.

Veel narigheid in de spiraal van begeerte

Maar die beheersing geldt niet voor politici, die zich wel met de wereld moeten inlaten, ook al verdienen zij hun brood aan de academie. Christen Democratische Verkenningen is een uitgave van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Het zomernummer is geheel gewijd aan 'werk, welvaart & geluk'. De dertig artikelen en interviews houden zich bezig met 'investeren in arbeidsproductiviteit en kwaliteit', met 'levensloopbeleid', 'profit versus non-profit' en 'het poldermodel en de uitdagingen'. Dat laatste stelt de grenzen aan de beschouwingen over het onderwerp, want de christen-democratische contribuanten stellen vast dat het motto 'werk, werk, en nog eens werk' van de paarse coalitie vruchten heeft afgeworpen. Aan werk mankeert het niet, en de denkers van de oppositie moeten het dus in kwaliteit en doelgroepen zoeken. Daar heeft de coalitie het laten afweten. In 'Ter introductie' wordt bijvoorbeeld afkeurend geschreven dat de tegenstelling tussen arm en rijk niet kleiner is geworden, en dat vooral vrouwen en jongeren van de banengroei hebben geprofiteerd. In het stuk van P. de Beer 'Naar een slimmer en socialer participatiebeleid' wordt met een paar cijfers besloten dat wij niet gelukkiger zijn geworden met al dat werk, en dat wij de echte werkzoekenden - dus niet de vrouwen en jongeren - met een soort cheque voor loonkostensubsidie, startgeld of scholing weer aansluiting moeten laten zoeken bij de maatschappij.

Die cheque, of voucher in Christen Democratische Verkenningen, speelt zo'n grote rol in de bijdragen dat het een stoplap dreigt te worden; waar probleem, daar voucher. Zo lijken oplos singen wel erg op krediet genomen. Het is ook moeilijk politiek beleid maken van de klacht van De Beer dat de werknemers met informatie overvoerd worden. ,,Dit zou kunnen verklaren waarom steeds meer mensen klagen over een hoge werkdruk, terwijl zij tegelijkertijd het gevoel hebben steeds minder aan hun 'echte' werk toe te komen.'' Dat bezwaar raakt aan de psychische schade waar Goudsblom over sprak, maar De Beer waakt er wel voor te zeggen dat mensen zich die narigheid 'in de spiraal van begeerte' zelf op de hals halen. 'Een filosofische visie op het verband tussen arbeid en geluk' van André Rojer herhaalt met veel omhaal van woorden dat 'de mensen werken om te leven, en niet leven om te werken'.

Behalve voucher heeft de CDA denktank zich ook het begrip 'transitionele arbeidsmarkt' van de Duitse econoom Günther Schmidt eigen gemaakt. Bedoeld wordt dat de behoeften van mensen aan betaalde arbeid, scholing en maatschappelijke inzet niet alleen onderling verschillen, maar ook per fase in hun leven. Het is volgens de auteurs die over het 'levensloopbeleid' schrijven tijd om de drempels (transities) tussen al die activiteiten te slechten. De arbeidsmarkt zou een 'levenscyclusperspectief' moeten ontwikkelen. Een interessant stuk in het nummer is het driegesprek dat over de 'revitalisering van de non-profitsector' wordt gehouden tussen een wetenschappelijk onderzoeker, een CDA-adviseur en een lid van het partijbestuur van de PvdA. De laatste beweert dat het concept 'maatschappelijke onderneming' de mogelijkheid biedt een koers te varen tussen verstatelijking en vermarkting. Hij snoept het CDA nog andere gedurfde uitspraken af, bijvoorbeeld dat non-profit organisaties door hun gebakkenheid aan de staat minder maatschappelijke verantwoordelijkheid bezitten dan gewone ondernemingen.

Na lezing van Goudsblom denkt de lezer dat het tij van de groei niet te keren valt, en de voorstellen van de CDA bieden slechts uitzicht op dijken en terpen die ook zullen onderlopen. 'De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen', Goudsblom zal het beamen. Maar het CDA mag volhouden dat slechte bedoelingen je in ieder geval vlugger ter plekke brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden