Review

KIOSK

HET UITGAANSGEWELD EN HET KOLLUMEROPROER

Samuel de Lange

Ze komen tot de conclusie dat de Meindert Tjoelkert niet als een zachtmoedige held gestorven is, zoals het verhaal wil, maar het slachtoffer is geworden van een ordinaire straatruzie in het uitgaansleven: over en weer zou er gescholden en gevochten zijn. Uitgangspunt is dat geweld alleen het eervolle predikaat 'zinloos' krijgt als het tussen ongelijke partijen gebruikt wordt. Het tweede artikel van Niels Rigter, 'De Zwaagwesteinder stille tocht en het Kollumer oproer' gaat over de commotie rond de moord op Marianne Vaatstra in 1999. Rigter weegt het politieke gewicht van verschillende comités en groepjes die zich in die dagen met hand en tand tegen het asielzoekerscentrum in Kollum verzetten. Ondanks de vluchtige opzet en organisatie van het protest meent hij dat er sprake is van politiek handelen: 'De collectieve vijand waartegen men zich tijdens een stille tocht keert, lijkt me duidelijk: de moordlustige mens'. Rigter besluit zijn stuk met de conclusie dat 'one issue-politiek uiterst geschikt is voor kortstondige belangenpolitiek, maar minder geschikt voor partijpolitiek'. Dat is nogal een open deur, terwijl in het geval van Meindert Tjoelkert de schrijver wel enige uitleg verschuldigd is over hoe zinvol het uitgaansgeweld is, als het dan niet zinloos is.

EEN WELGEMIKTE OBSERVATIE OVER HET KLASSENSTELSEL

Facta, sociaal-wetenschappelijk magazine, bevat een aantal artikelen en commentaren die reageren op het boek van de Amerikaan James Kennedy over euthanasie in Nederland. Ook een grappig stuk over de volkse accenten die de zangers van het Nederlandse levenslied zich in de loop van de tijd aanmaten. Redacteur Talja Blokland heeft de Amerikaanse socioloog Charles Tilly aan de tand gevoeld over zijn nieuwe boek 'Durable Inequalities' (duurzame ongelijkheid). In moderne egalitaire samenlevingen blijven grote groepen hardnekkig achter bij de minimum welstand. Sociologen hebben die taaie ongelijkheid successievelijk aan persoonlijke omstandigheden, aan de klassenmaatschappij, en aan een cultuurhandicap toegeschreven. Tilly meent dat er wel individuele en sociaal-culturele aangrijpingspunten bestaan die tot ongelijkheid uitnodigen - klasse, kleur, geslacht - maar dat voor duurzame ongelijkheid meer dan alleen een ongunstige karakteristiek nodig is.

Achterblijvers ontstaan in relatie tot voorlopers. 'Je kunt niet één categorie creëren - het zijn er altijd tenminste twee.' Tilly, die veel onderzoek in Frankrijk heeft gedaan, kwam op het spoor van Italiaanse migranten die zich in Lyon hadden gevestigd en daar gaandeweg verfranst waren. In New York trof hij Italianen die uit hetzelfde dorp waren weggetrokken als zijn zegslieden in Frankrijk, maar zich een 'little Italy' hadden geschapen. In het laatste geval zullen individuele talenten en bekwaamheden wegvallen tegen de nivellerende werking van de ingroup, die zich een klein maar eigen plekje heeft weten te verwerven. Zo'n vanzelfsprekende schikking in de omstandigheden ziet Tilly ook in het gemak waarmee Mexicaanse immigranten in de rol van huishoudelijke hulpjes vallen, als ze eenmaal in de Verenigde Staten zijn. Je kunt niet zeggen dat hun bedje gespreid is, maar de kaarten zijn geschud, en wie het spel meespeelt weet zich althans van het minste verzekerd. Van alle begrippen die in het gesprek met Tilly ter sprake komen is 'sortering' nog het verhelderendst voor de wederwaardigheden die een onderklasse te verduren heeft. Het strenge vermaan dat Tilly aan het slot de rationele keuze-theorie voorhoudt, de economische leer van de persoonlijke aansprakelijkheid, is meer op zijn plaats in Amerika dan in Nederland. Hier schreef Abram de Swaan al 1971 dat arbeiders zich meer dan anderen hun eigen feilen toerekenen (Een boterham met tevredenheid). Twee jaar later noemde ook de Amerikanen Richard Sennet en Jonatha Cobb een inferioriteitscomplex de 'verborgen kwetsuur van het klassenstelsel'. Dat mocht toen en daar een 'welgemikte observatie' heten. Toch, al is Tilly niet de eerste, zulke kritiek op het kapitalisme getuigt in de Amerika nog (of weer) van 'intellectuele tegendraadsheid'.

EEN KARMELIET TEGEN DE AFGODERIJ VAN DE NAZI'S

In Trajecta, blad voor katholieke geschiedenis en cultuur, een artikel van de historici Marcel Poorthuis en Theo Salemink: 'Katholieke kritiek op het nationaal-socialisme'. In het brandpunt staat de figuur van de karmeliet Amandus van der Wey (1903-1988), aan wie de schrijvers de afkeer van 'het nieuwe heidendom' illustreren die het nazidom bij sommige katholieken opriep.

Het is de vraag of het waar is dat 'vanaf het begin het nationaal-socialisme door de grote meerderheid van katholieke intellectuelen en leiders gezien werd als een ideologische vijand van het christendom en in het bijzonder van het katholicisme', maar er was een groep katholieken zoals Van der Wey die de staats- en rasverheerlijking van de nazi's als afgoderij beschouwden. Hoeveel van die idee uit protestantse koker kwam is uit het artikel niet op te maken ('Heidendom', zei K.H. Miskotte in zijn boek 'Edda en Thora' (1939), 'is de religie van de menselijke natuur, altijd en overal'. Dat was de constatering van een tekort.) Vandaag is onvoorstelbaar dat de zelfde mensen die gelovige joden tegenover de vervolgers verdedigden, tezelfdertijd de staf braken over de joodse vrijdenkers. Het Duitse volk had het recht 'sjacherende literatuurgrootheden de deur te wijzen', vond Van der Wey. Maar de katholieken mogen zich verheugen in een enkel kritisch geluid.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden