Review

Kinderloze vrouw is ’geen echte vrouw’

Vrouwen die bewust kinderloos blijven, krijgen van alles naar hun hoofd. Ze zijn egoïstisch en zullen nog wel spijt krijgen. Emely Nobis schreef een boek over de kloof tussen ouders en kinderlozen en pleit juist voor verzoening: „Zelf wil ik ze niet, maar ik ben blij dat er mensen zijn die wél kinderen krijgen.”

Begin twintig was Emely Nobis toen ze zeker wist dat ze geen kinderen wilde. Ze lacht en zegt: „Maar net als vele vrouwen ben ik opgegroeid met de voorspelling dat je overvallen kunt worden door de befaamde ’oerdrang’. Daar heb ik nog een tijd op gewacht, ik dacht: je weet maar nooit.”

Inmiddels is ze 46 en van oerdrang of driftig tikkende biologische klok heeft ze nooit iets gemerkt. Wél van oordelen, impertinente vragen en onbegrip over haar bewuste kinderloosheid. Uit haar verwondering daarover is het boek geboren dat volgende week verschijnt: ’Geen kinderen geen bezwaar – waarom niet alle vrouwen moeder willen zijn.’

Het dalende kindertal en het toenemend aantal kinderloze vrouwen staat volop in de belangstelling. De vergrijzing zet door, en demografen en politici maken zich zorgen over de dag dat al die oudjes verrast omkijken als ze nog eens een kind voorbij zien lopen. Van de Nederlandse vrouwen die 60 jaar zijn, is 11 procent kinderloos gebleven. Van de 45-jarigen heeft 17 procent geen kinderen gekregen, en van de vrouwen die rond de 30 zijn, verwacht 20 procent geen moeder te worden – onder hoogopgeleide vrouwen is dit een kwart.

De helft van de kinderloze vrouwen kan geen kinderen krijgen of heeft geen partner met wie ze een gezin wil stichten. De andere helft is vrijwillig kinderloos, en dit percentage neemt volgens prognoses van het CBS de komende jaren toe.

„De toenemende kinderloosheid is de keerzijde van de vrouwenemancipatie, zo wordt steeds weer beweerd”, verzucht Nobis, journalist en redactiechef bij het maandblad Opzij. „Veel vrouwen zouden geen kinderen willen omdat die hun carrière in de weg zitten. Of vrouwen zouden zo vrijgevochten zijn dat ze geen man kunnen vinden die bij hen past. Of ze stellen het moederschap zo lang uit dat ze niet meer vruchtbaar blijken wanneer ze alsnog een kind willen. Kortom: vrouwen betalen voor hun emancipatie de prijs van kinderloosheid.”

In haar interviewbundel weerlegt Nobis deze populaire verklaring, die ook de hoogleraren Brinkgreve en Te Velde laatst nog uitsponnen in hun boek ’Wie wil er nog moeder worden?’. Nobis interviewde achttien andere kinderloze vrouwen wier keuze niets met hun carrière te maken heeft, en die (vaak ondanks een stabiele relatie) bewust geen kinderen krijgen. Een deel heeft zich daarom zelfs laten steriliseren. Ze laat ook zien dat kinderloosheid een eeuw geleden nog vaker voorkwam dan nu.

„Rond 1900 was in heel Europa maar liefst een kwart tot een derde van de vrouwen kinderloos”, zegt Nobis. Dit waren vrouwen die als non het klooster in gingen, als dienstbode werkten of als oudste dochter bij de ouders thuis bleven wonen om voor hen te zorgen. Vrouwen die geen partner hadden, kregen ook geen kinderen - dat was not done – of hun eventuele kinderen werden te vondeling gelegd. Er waren ook vrouwen die geen moeder werden omdat ze zich niet in het keurslijf van een huwelijk wilden schikken en leefden volgens het credo ’better dead than wed’. Uiteraard was er ook ongewilde kinderloosheid en eisten (geslachts)ziektes hun tol.

„Zelf heb ik nooit kinderen gewild”, zegt Nobis. „Mijn kinderloosheid heeft niets met mijn carrière te maken. Ik zie het juist als het cadeau van mijn emancipatie dat ik voor dit leven kon kiezen. Vrouwen zonder kinderen zijn niet per definitie ongelukkig en onvervuld; voor sommige vrouwen is hun kinderloosheid eerder een voorwaarde om gelukkig te zijn.”

Nobis laat hen vertellen over de opmerkingen die ze krijgen als: ’Nou, jij neemt het er maar van’. Of: ’Wat egoïstisch’. Ze lacht wat ongelovig en zegt: „Je bent eigenlijk niet volledig vrouw als je geen kinderen hebt. Eén vrouw die ik interviewde kreeg dat letterlijk van haar partner te horen – die relatie was natuurlijk geen lang leven beschoren. In ieder geval willen mensen heel vaak weten waarom je geen kinderen wilt, want ’het is toch heel natuurlijk’ voor een vrouw om die te willen. Dus moet je minstens een traumatische jeugd hebben gehad of een andere dramatische verklaring hebben.”

Niet waar, verzekert ze. Tal van redenen hadden de vrouwen die zij sprak om het moederschap aan zich voorbij te laten gaan, maar de belangrijkste was telkens dat ook zij geen kinderwens hadden. Vrouwen verschillen, net als mannen waarschijnlijk, sterk in de mate waarin ze naar kinderen verlangen, stelt Nobis. Dat verschil wordt zichtbaar in een samenleving waar vrouwen hun levens naar eigen inzicht mogen vormgeven. Althans, dit ’mag’ tot op zekere hoogte, want op opmerkingen en oordelen moeten zij wel rekenen – veel meer dan mannen. „Als iemand aan mij vraagt: Heb je kinderen, dan vind ik dat legitiem. Ik vind het ook prima als ze vragen waarom niet; dan antwoord ik dat ik ze niet wil. Maar vervolgens worden er allerlei ideeën op mij geprojecteerd. Zoals: ’Oh, dus daarom ben je zo met je werk bezig’ – wat niet waar is, ik vind mijn werk gewoon boeiend. Een andere opmerking die ik telkens hoor: ’Als je maar geen spijt krijgt, straks blijf je oud en eenzaam achter’. Dan denk ik altijd: ’Arme kinderen van die mensen’ – moeten zij dan straks de eenzaamheid van hun ouders gaan verlichten?”

Nobis zelf heeft vooral moeite met de oordelen en opmerkingen die álle vrouwen naar hun hoofd krijgen. De ondertitel van haar boek – ’Waarom niet alle vrouwen moeder willen zijn’ - slaat ook op vrouwen mét kinderen, benadrukt ze. Waarmee ze bedoelt dat vrouwen met kinderen wel wat meer (willen) zijn dan alleen moeder. „Je moet als moeder eigenlijk altijd zeggen dat je kinderen het allerbelangrijkste in je leven zijn. Dat is op sommige momenten vast zo, maar vrouwen kunnen ook gedreven met andere dingen bezig zijn.”

Vrouwen worden naar haar mening veel te veel gezien als (potentiële) moeders. „Gaandeweg het schrijven merkte ik dat ik me nog meer stoor aan de automatische koppeling tussen vrouwen en moederschap, dan aan de vooroordelen over kinderloosheid. Veel clichés over vrouwelijke eigenschappen, zijn in feite clichés over hun ’moederlijke’ kanten. Zij zijn zo zorgzaam, empathisch, beschermend. Bedrijven die meer vrouwen in het management willen, noemen die zogenaamde specifieke kwaliteiten ook vaak als argument: vrouwen zouden daardoor goede ’mensenmanagers’ zijn.” Verontwaardigd: „Het is enorm generaliserend en simplistisch om alle vrouwen dergelijke eigenschappen toe te dichten.”

In de discussie over ouderschap hier te lande, stelt Nobis vast, zit heel veel moralisme en dat richt zich vrijwel uitsluitend op de vrouwen. „Die cultuur zit heel diep, en die kun je niet van de ene op de andere dag veranderen. Maar je kunt wel laten zien dat er vele manieren zijn waarop mannen en vrouwen hun leven kunnen inrichten, en zorgen dat de voorzieningen voor die verschillende keuzes goed geregeld zijn. Ik vrees echter dat er conservatieve krachten zijn, kijk naar het huidige kabinet, die liever weer richting moederschapsideologie gaan dan naar een meer geëmancipeerde samenleving.”

In zo’n samenleving heeft iedereen echte keuzevrijheid en kunnen vrouwen echt baas in eigen buik zijn. Want dat zijn moeders en niet-moeders, vindt Nobis, nog altijd niet zijn met al die bemoeienis, morele oordelen en praktische obstakels.

Dit werkt ook polarisatie in de hand tussen mensen met en zonder kinderen, signaleert zij spijtig. „Wanneer er nog van alles in de kinderopvang niet goed geregeld is; wanneer moeders menen dat ze om drie uur bij de schooldeur moeten staan, en collega’s zich ergeren dat zij vroeg weggaan en een stapel werk laten liggen, dan werkt dat polariserend. Wanneer kinderlozen fiscaal gestraft worden als zij de levensloopregeling niet gebruiken voor zorgtaken maar voor vervroegde pensionering, leidt dat tot onnodige polarisatie. Juist op dit soort punten zouden vrouwen zich moeten verenigen en samen eisen stellen: wij willen allemaal onszelf kunnen zijn, daarom moet een aantal dingen beter geregeld worden.”

Moeders en niet-moeders staan daarentegen te veel tegenover elkaar, vindt Nobis, die nadrukkelijk niet tot het kamp van de ’kindervrijen’ hoort. In 2005 verscheen het boek ’Kindervrij verklaard’ van twee bewust kinderloze vrouwen. „Ik stoor me enorm aan de toon in dat boek: die is kindvijandig, en ook moedervijandig. Ze geven af op vrouwen die hun ’foktrofee’ op het werk komen laten zien – verschrikkelijk. Ik snap wel waar het vandaan komt: als je je steeds moet verantwoorden voor jouw ’anders-zijn’, kun je gaan denken dat je moet terugslaan. Maar het is kortzichtig. Kinderen zijn natuurlijk heel belangrijk. Het is maar goed dat er mensen zijn die wel kinderen krijgen.”

Geen kinderen geen bezwaar, Emely Nobis, Uitgeverij Contact, ISBN 978 90 2541545 7. 18 april in de winkel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden