Kinderboekenweek

Kinderen zijn niet meer welkom op het Kinderboekenbal: verademing of gemis?

Het Kinderboekenbal in 2017, toen kinderen nog welkom waren. Beeld ANP

Het Kinderboekenbal is dit jaar uitsluitend voor volwassenen. Kinderen komen er niet meer in. Vinden schrijvers dat een gemis of juist een verademing?

Het klinkt een beetje wreed: kinderen zijn dinsdagavond niet welkom op het traditionele Kinderboekenbal. Sinds 2004 vormt het bal de feestelijke aftrap voor de Kinderboekenweek. Voor het eerst ontbreekt nu de doelgroep. De opening voor de kids is verplaatst naar morgenochtend. Leerlingen op de Amsterdamse Daltonschool ‘De Spaarndammerhout’ gaan dan aan de slag met het thema van de week: reizen. Er komen ook schrijvers op bezoek.

Kinderen op het bal zouden de vakmensen uit de boekenbranche te veel belemmeren bij het netwerken. Daarom moeten ze nu wegblijven. De Britse schrijver Roald Dahl had die beslissing ongetwijfeld toegejuicht. “Kinderen zijn op hun best als ze uit je zicht zijn”, schreef hij ooit, met een knipoog, maar toch. Annie M. G. Schmidt riep ook dat ze ‘helemáál niet’ van kinderen hield. En jeugdboekenschrijfster Miep Diekmann sprak zelfs onomwonden van ‘etterbakken’.

Er zijn vast ook collega’s die een mildere kijk hebben op hun publiek. Trouw maakte een belronde langs drie kinderboekenschrijvers en een illustratrice. Vinden zij het een verademing dat de kinderen dinsdagavond ontbreken, of juist een gemis? Houden ze eigenlijk van kinderen? En is zulke liefde nodig om goede boeken voor ze te kunnen maken?

‘Wij schrijvers waren een bezienswaardig­heid geworden’

Bibi Dumon Tak schrijft vooral non-fictie voor kinderen. Ze werd bekend met ‘Het Koeienboek’ (2002). Dieren spelen een grote rol in haar werk. Vorig jaar kreeg Dumon Tak de driejaarlijkse Theo Thijssenprijs voor kinder- en jeugdliteratuur.

“Het Kinderboekenbal was gaandeweg veranderd in een enorm kinderfeest met snoep, ijs, drukte en ‘Kinderen voor Kinderen’. De boeken kwamen op de achtergrond. Schrijvers spraken elkaar nog nauwelijks. We waren een bezienswaardigheid geworden. Ik genoot ervan, maar het is goed dat het nu zonder kinderen gebeurt. Er kwamen ook alleen kinderen van schrijvers en genodigden; best elitair.

“Ik ben niet per se een grote kindervriend. Meer een dierenvriend. Maar kinderen zie ik ook een beetje als kleine diertjes. Kinderen en dieren moeten de hele dag luisteren. Dat neemt me voor ze in. Ik houd ook van de manier waarop kinderen denken; ze kunnen heel directe vragen stellen. Ze gaan net zolang door met ‘waarom’ tot je het als volwassene op den duur niet meer weet. Met kinderen moet je bij de basis beginnen. Volwassenen vertrekken vaak vanaf stap vijf, terwijl ze het voorafgaande misschien helemaal niet begrijpen.

“Ik denk nooit: wat zou een kind leuk vinden, laat ik daar eens over schrijven. Dat is mij te commer­cieel. Ik kies zelf waarover ik schrijf. Vervolgens kijk ik hoe ik het voor kinderen leuk kan brengen. Veel van mijn boeken gaan over dieren, ook omdat kinderen zich daar goed in kunnen verplaatsen. Ruim de helft van mijn lezers is trouwens volwassen. Eigenlijk ben ik dus meer een allemansschrijver.”

‘We moeten ons publiek niet over het hoofd zien’

Jozua Douglas schrijft spannende en grappige kinderboeken, zoals ‘De Rioolridder’ en ‘Ufo alarm’. Vorig jaar verzorgde hij het Kinderboekenweekgeschenk ‘De Eilandenruzie’. In 2012 debuteerde hij met het bekroonde jeugdboek ‘De verschrikkelijke badmeester’.

“Echt een gemis dat er geen kinderen meer rondlopen op het Kinderboekenbal. Zij horen daar juist centraal te staan. Dankzij hen werd zo’n avond afwisselend. Als je rustig met een collega wilde praten, ging je gewoon even naar boven. Ik ben bang dat het nu een grote-mensenfeestje wordt: klappen voor collega’s die prijzen winnen.

“Zelf hou ik zeker van kinderen. Van hun onbevangenheid, humor en fantasie. Ik voel me thuis bij die kinderlijke wereld. Daar is niks kinderachtigs aan, want kinderen hebben wel degelijk diepgang. Ik vind het leuk om met kinderen te praten en ze te winnen voor de boeken.

“Of je per se van kinderen moet houden om voor ze te kunnen schrijven, weet ik niet. Je moet je in elk geval in ze kunnen verplaatsen. Als ik schrijf, denk ik vaak: hoe was het toen ik negen jaar was? Wat had ik toen graag willen lezen?

“Ik hoop dat er op de een of andere manier toch nog aandacht is voor kinderen. We moeten ervoor oppassen dat we ons publiek niet over het hoofd zien. Alleen al daarom moeten kinderen erbij zijn. Ze doordringen je van het besef: hier doen we het voor.”

Het kinderboekenbal in 2014, toen kinderen nog welkom waren. Beeld Maartje Geels

‘Kinderen, ik hou ontzettend van dat volkje’

Charlotte Dematons illustreert kinderboeken. Ze heeft aan zo’n 150 titels meegewerkt, waaronder de sprookjes van Grimm en de hertaling van ‘Alleen op de wereld’. In 2008 ontving ze het Gouden Penseel voor haar prentenboek ‘Sinterklaas’.

“Ik heb altijd gezegd: liever geen kinderen op het Kinderboekenbal. Kijk, als je één keer per jaar zo’n avond hebt, wil je met je makkers uit het vak praten. We hebben solitair werk. Daarom verheug ik me er altijd enorm op om mijn vrienden weer te zien. Ik heb ook weleens kinderen meegenomen naar het bal, van mezelf en van anderen. Maar daar loop je de hele avond achteraan. Gelukkig hebben de kinderen nu hun eigen partijtje. De grote mensen kunnen zich weer op boeken en schrijvers richten.

“Er zijn collega’s die zich ongemakkelijk voelen tussen de drukke springveren die kinderen weleens zijn. Ik heb dat niet. Ik vind kinderen fantastisch, ik hou ontzettend van dat volkje. Als ik een prent begin te componeren, probeer ik dat altijd op zo’n manier te doen dat kinderen het aantrekkelijk vinden; er moeten lolletjes in zitten waarvan zij genieten. Je kunt vast ook kinderboeken maken als je een hekel hebt aan kinderen of geen rekening met ze wil houden. Dan krijg je een ander soort boeken. Maar helemáál over kinderen heenstappen, bijvoorbeeld met een pornografisch kinderboek? Daar gaat een uitgever nooit in mee. Er zijn gelukkig grenzen.”

‘Kinderboeken­schrijvers zijn geen groot uitgevallen kinderen’

Ted van Lieshout heeft een omvangrijk oeuvre opgebouwd. Hij schrijft vooral voor kinderen, zowel boeken als poëzie. Voor zijn recente dichtbundel ‘Ze gaan er met je neus vandoor’ krijgt hij dinsdagavond de Boekensleutel uitgereikt, een prijs die zelden wordt toegekend.

“Begrijpelijk dat het Kinderboekenbal dit jaar zonder kinderen is. Ik hoorde collega’s er weleens over klagen. Op zo’n avond stonden ze vooral te signeren voor kinderen. Ze konden ook niet te veel drinken. Zelf vond ik het wel leuk met kinderen erbij. Maar het programma was te veel op hen afgestemd: ­populair, kinderachtig toontje en weinig aandacht voor de schrijvers en hun boeken. Dat schoot tekort. Kinderboekenschrijvers zijn geen groot uitgevallen kinderen.

“Ik hou net zoveel van kinderen als van volwassenen. De omgang met kinderen is wel speels. Dat vind ik leuk. Een uurtje. Als schrijver ga ik niet voor kinderen op de knieën, want het kunstzinnige is voor mij belangrijker dan het amusement. Andere schrijvers doen het andersom. Prima. Zo hebben lezers iets te kiezen.

“Ik ben het trouwens helemaal niet eens met het idee dat kinderen lezen per se leuk moeten vinden. De bedoeling van lezen is dat het je enigszins verheft. Als ik me ga afvragen of teerhartige zieltjes iets wel aankunnen, zou ik veel onderwerpen moeten mijden. Dat weiger ik, al houd ik me wel aan bepaalde morele grenzen. Een boek vol ­seks kan alleen als ik voor volwas­senen schrijf. Daar staat tegenover dat ­kinderen meer fantasie accep­teren.”

Lees ook:

Nederlandse kinderboeken zijn populair in het buitenland. ‘Onze kinderboeken zijn heel open’

Nederlandse kinderboeken doen het goed in het buitenland. ‘Praten Nederlandse kinderen echt zo open met hun ouders over liefde en seks?’

Na 75 jaar is De kleine prins eindelijk toegankelijk voor kinderen

Van een afstandje lijkt ‘De kleine prins’ een eenvoudig sprookje, maar het is een volwassen verhaal met diepe, universele waarden. Schrijfster Tiny Fisscher en illustrator Mark Janssen bewerkten het voor jonge lezers. ‘Nu kunnen nieuwe generaties kinderen zich in het boek verliezen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden