Kind zonder vaderland

(Trouw)

In Duitsland werd ’De nieuwkomers’ van de Sloveen Lojze Kovacic de hemel in geprezen. Carl Friedman vindt dat nét iets te veel eer.

In 1938 wordt de tienjarige Alois Kovacic, roepnaam Bubi, met zijn familie uitgewezen uit Zwitserland, waar hij is geboren en getogen. Zijn Sloveense vader, bontwerker, heeft verzuimd het Zwitserse staatsburgerschap aan te vragen. Daarover maakt de Duitse moeder van Bubi haar man bittere doch machteloze verwijten. Het is te laat. Europa bevindt zich aan de vooravond van een oorlog en alle vreemdelingen moeten terug naar hun land van herkomst. De Kovacics vertrekken uit Basel naar Joegoslavië.

Eerst strijkt het ontheemde, vijfkoppige gezin neer in een gehucht op het platteland. Daar heersen primitieve omstandigheden die de moeder van Bubi tot vertwijfeling brengen en het toch al weinig gelukkige huwelijk van zijn ouders zwaar beproeven. Later vindt vader werk in Ljubljana, maar ook hier leeft het gezin in stuitende armoede. Er zijn dagen waarop Bubi, duizelig van honger, zich probeert te voeden met boomschors en eikels. Hij worstelt met de Sloveense taal, waarvan de woorden als ‘brokken steen’ zijn in zijn mond. „Ik wist niet wat ik ermee moest, laat staan dat ik er iets mee kon uitdrukken”, heet het. Daardoor vindt hij geen aansluiting bij de kinderen op school.

Het Duits dat hij spreekt maakt hem onbemind bij Slovenen. „Hitler, Hitler!” roepen die hem en zijn ouders op straat na. Dat doen ze niet voor niets. Vader Kovacic is een bewonderaar van de Führer. Om bij zijn Duitse huisbaas in het gevlei te komen, dwingt hij zijn zoon een bijeenkomst bij te wonen van de Hitlerjugend. Bubi krijgt het uniform van de beweging aan en een armband met het hakenkruis om. Wanneer zijn moeder de band over zijn mouw schuift, heet het treffend: „mijn arm verstijfde alsof ik werd ingeënt.”

Bubi voelt zich tijdens de bijeenkomst, waar nazistische liederen worden gezongen en gevechtsoefeningen worden gehouden, volkomen misplaatst. Hij is overal een vreemde: tussen Duitsers en tussen Slovenen. Ja, hij vervreemdt van zichzelf.

Lojze Kovacic werd in 1928 in Basel geboren en verhuisde in 1938 naar de streek Dolenjska in Joegoslavië. Sinds 1945 heeft hij korte verhalen, kinderboeken en romans gepubliceerd. Tijdens het bewind van Tito kwam hij meermaals in conflict met de communistische autoriteiten. ‘De nieuwkomers’ is het eerste deel van een trilogie die tien jaar bestrijkt van zijn jeugd. Bij verschijning in 1984 werd het boek in het buitenland nauwelijks opgemerkt, maar het heeft onlangs een overdonderende comeback gemaakt. In de Duitstalige pers is het in één adem genoemd met het autobiografische werk van Danilo Kis en Czeslaw Milosz. Dat is niet alleen te veel lof voor het proza van Kovacic, het is ook een ontkrachting van het talent van betere schrijvers dan hij.

De roman van deze Sloveen wil aanvankelijk maar geen stem krijgen. Pas na honderd pagina’s vindt de schrijver zijn toon en zijn draai in het verhaal. Ook de typografie werkt niet mee: het papier is hinderlijk bespikkeld met gedachtepuntjes die lukraak zinnen en delen daarvan onderbreken. „Een hele stoet van mensen...vrouwen, mannen, kinderen...met houwelen, schoppen en schoffels in hun handen, met hoeden op, hoofddoeken om en met bonte wollen babymutsen...stond op de akkers te graven en te hakken...ze gooiden de slechte aardappels op de stenige grond...en riepen over de velden naar elkaar.” In een goed boek storen zulke puntjes niet, bij Kovacic hangen ze zelfs de geduldigste lezer de keel uit. Ergerlijk zijn ook de vulgaire passages over de ontwakende seksualiteit van Bubi, die bepaald niet doen verlangen naar de volgende twee delen van ‘De Nieuwkomers’, waarin de puberteit en de adolescentie van de schrijver op het programma staan.

Hier en daar een mooie natuurbeschrijving, ook wel een sterke beeldspraak, zoals over een gevecht tussen Bubi’s ouders: „Vaders gebalde vuist trof mama als een putzwengel.” Maar het verhaal beschikt over weinig structuur en zo goed als geen diepgang. Daar komt men na afloop achter. Een paar dagen na sluiting van het boek blijkt de inhoud grotendeels vergeten.

Lojze Kovacic (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden