Jeugdboek

Kind op drift is heerlijke held in kinderboeken

Kinderen raken van huis, ontmoeten een zwerver en blijven dromen van thuis.  

Waar gingen we eigenlijk heen in die doelbewuste pas? Voorwaarts! Maar dan? Ik wist het zelf niet.’ Het beroemdste zwervende kind uit de jeugd­literatuur, Remi uit ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot, vat zijn reizende bestaan samen: wandelen zonder precies te weten waarheen en zonder een thuis om naar terug te keren.

Wie deze nog altijd tranentrekkende avonturenroman uit 1878 kent, weet dat Remi niet uit vrije keus de wereld intrekt. De echtgenoot van zijn lieve pleegmoeder Barbarin verkoopt hem aan muzikant signor Vitalis, die met zijn honden en aapje door Frankrijk trekt.

Zo zijn er meer personages in de kinder­literatuur die door omstandigheden – vaak het ontbreken of wegvallen van ouders – worden gedwongen een dolend bestaan te leiden. Zeker twee van die kinderen trekken net als Remi op met een ervaren zwerver.

De negenjarige Rasmus uit ‘Rasmus en de landloper’ (1956) van Astrid Lindgren besluit de benen te nemen, omdat hij maar niet geadopteerd wordt uit het kindertehuis. Kort daarop komt hij de opgewekte landloper Oskar tegen. En in ‘De amulet’ (1995), het debuut van Simone van der Vlugt, slaat Nina in het Duitsland van 1630 op de vlucht voor de heksenjacht. Vermomd als jongen trekt ze het Zwarte Woud in en stuit daar op de oude Max, die niet meer in de stad wil wonen sinds zijn vrouw op de brandstapel is geëindigd.

Haast om te ontdekken

De drie oudere zwervers, met wie de kinderen een warme band opbouwen, benoemen aanvankelijk alleen de positieve kanten van hun leven in de buitenlucht: de vrijheid en het natuurschoon dat hen alle dagen omringt. “Door toeval trek jij nou Frankrijk door op een leeftijd, die andere jongens op de schoolbanken doorbrengen”, zegt Vitalis tegen Remi, die door de ‘marsen in de frisse lucht’ van een teer stadskind in een sterke, gebruinde knul verandert. En als Rasmus hoort dat Oskar midden op de dag een tukje kan doen, stelt hij verrukt vast: “Je kon net doen waar je zin in had (…) Helemaal in de war van zijn ontdekking, draafde hij naast Oskar voort. Hij voelde zich al een land­loper, hij zag de wereld al met de ogen van een landloper. Hij zag de weg, die door het landschap golfde en die achter iedere bocht een nieuw geheim verscholen hield.”

Als Nina haar reisgenoot Max vraagt om wat langzamer te lopen, is zijn antwoord: “Kijk om je heen, jongen! Kijk naar al het moois dat Moeder Natuur te bieden heeft! Wou je zeggen dat je geen haast hebt om dit alles te ontdekken?”

Maar de kinderen realiseren zich al snel dat zwerven niet alleen maar vrijheid blijheid is. “Wat kan [Nina] die mooie natuur schelen! Een mooi uitzicht vult haar maag niet.” Want áls er dan toch een doel is in het zwerversbestaan, dan is dat het wel: voedsel en een slaapplek vinden. “Een warm maal was een grote gebeurtenis in ons zwerversleven”, zegt Remi.

Moedeloos

Er zijn veel meer ontberingen: landlopers zijn niet geliefd bij de politie, zowel Vitalis als Oskar komt in de gevangenis terecht. Enger nog: Remi en Nina worden belaagd door wolven! En er zijn de blaren, de spierpijn, de vermoeide voeten, de eenzaamheid. “De eindeloze weg leek mij nog het ergste niet”, vertelt Remi. “Het was vooral de troosteloze, dorre verlatenheid, die mij drukte en moedeloos maakte. O, hoe verlangde ik die eerste dag van de lange tocht naar de avond.”

En dan het weer. Zwerven doe je niet alleen als de zon schijnt, maar ook als het regent, stormt, bitter koud is en sneeuwt. “De vochtige lucht kruipt in hun kleren en maakt hen klam en rillerig”, schrijft Van der Vlugt. En Malot, over een felle sneeuwbui: “De wind stak op en woei ons vlak in het gezicht. Van tijd tot tijd moesten we het hoofd omdraaien om eens diep adem te halen.”

Nina belooft zichzelf dat ze ooit terugkeert naar de stad: “Ik peins er niet over om mijn ­leven lang niet te weten waar ik ’s nachts zal slapen, en of ik wat te eten heb.” En ook Remi blijft dromen van een thuis: “Heerlijk, zullen veel jongens denken. Helemaal vrij de wereld in te kunnen trekken, zonder iemand te moeten gehoorzamen (…) Och, zij weten niet wat dat eigenlijk wil zeggen! (…) Hoe benijdde ik de jongens van mijn leeftijd, die bij hun ouders thuis een zorgeloze jeugd hadden!”

Alleen Rasmus verkiest, als hij op een boerderij mag blijven wonen, toch het zwer­versleven met Oskar. “Ik heb zulke gelukkige voeten”, zegt hij, als ze samen bij die hoeve weglopen. “Ik heb bedacht dat als je gaat zwerven, eigenlijk alles wat je ziet van jou is! (…) Alle berken zijn van ons, en het meer is van ons, en de wei, en alle klokjes, en de weg en de plassen.”

Waar Van der Vlugt en Malot het zwerven vooral als beproeving voorstellen, is het bij Lindgren een veel romantischer aangelegenheid. Oskar speelt dan ook een beetje vals. Hoe dat zit, moet hier geheim blijven, maar laten we zeggen dat hij een mooiweerzwerver is. Kuieren over een veldweg in zomers Zweden, grasspriet in de mond en een dutje doen wanneer je wilt: ja, zó willen we allemaal wel zwerver zijn.

Hector Malot
Alleen op de wereld
Vert. J.M. Bloemink-Ligten en F.H.N. Bloemink
Van Goor; 312 blz. 
€ 25,99. Vanaf 10 jaar

Astrid Lindgren
Rasmus en de landloper
Vert. Rita Törnqvist-­Verschuur, Ill. Thé Tjong-Khing
Ploegsma; 165 blz. 
€ 12,99. Vanaf 9 jaar

Simone van der Vlugt
De amulet
Lemniscaat; 187 blz. € 14,95. Vanaf 12 jaar

Lees ook:

Lees meer wandelverhalen in ons dossier van Te voet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden