Review

Kerk moet drastisch veranderen

Gerard Dekker: Als het getij verloopt..., opstellen over godsdienst en kerk, Ten Have Baarn 1995, f 39,50.

JOHAN BLAAUW

Ook al is een kerk geen vereniging, toch geldt dit ook voor haar. Wie lid is van een kerk mag verwachten dat zij in elk geval de voorwaarden schept om als hedendaags mens te geloven. Precies daar wringt echter de schoen.

In zijn boek 'Als het getij verloopt...' stelt Gerard Dekker, hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, dat in onze tijd de reikwijdte van de godsdienst sterk is teruggelopen. Deels komt dit omdat het christelijk geloof in het leven en samenleven van de meeste mensen in de loop van de tijd veel minder belangrijk is geworden. Dit is mede een gevolg van het feit dat de werkelijke vragen waar moderne mensen mee worstelen in het bestaande christendom nauwelijks aan bod komen of op zo'n manier dat een beetje modern mens er niets aan heeft.

Dekker geeft als voorbeelden de vragen rond huwelijk en seksualiteit, leven en dood en de dagelijkse arbeid. Wanneer de kerken hier blijven vasthouden aan ideeën die nauwelijks nog leven, leidt dit niet alleen tot isolatie van de kerken, maar ook tot de onmogelijkheid om mensen te helpen zinnig met deze vragen om te gaan. “Wat nodig is, is een kerk die het voor hedendaagse mensen mogelijk maakt te geloven en die relevant is voor het hedendaagse individuele en collectieve leven van de mensen.”

Dekkers boek, dat bestaat uit vier delen bevat bewerkingen van lezingen en artikelen die hij schreef tussen 1981 en 1994. In het eerste hoofdstuk pleit hij summier voor de instelling van een breed samengestelde Raad voor levensbeschouwelijke aangelegenheden. Een dergelijke raad zou de overheid moeten adviseren in zaken als de zondagsheiliging, hoofddoekjes op scholen, evolutie al dan niet in het eindexamenpakket enzovoorts. Hij werkt dit idee overigens niet nader uit.

Het eerste deel van 'Als het getij verloopt...' beschrijft de godsdienstige situatie in ons land en de ontwikkelingen die de christelijke godsdienst en organisaties bedreigen. In deel twee neemt Dekker het secularisatieproces dat zich in onze samenleving voltrekt onder de loep. Voor vaste lezers van deze pagina geen onbekende kost.

Het derde deel gaat over de verhouding tussen de kerken en de samenleving en welke betekenis godsdienst en kerk voor de huidige samenleving kunnen hebben. In het vierde en laatste legt Dekker het vergrootglas op het kerkelijk leven zelf en geeft hij aan hoe dit er het beste uit zou kunnen zien.

Over de toekomst van het bestaande christendom in onze samenleving is Dekker somber. Niet over de toekomst van het christendom zelf. Kansen en uitdagingen genoeg. “Ja, het is zelfs mogelijk om te stellen dat die kansen groter zijn dan in het verleden wel het geval is geweest.” De kerken zullen dan wel de moed moeten opbrengen drastische veranderingen door te voeren.

Eigentijdse bewoordingen

Kansen en mogelijkheden voor de kerken ziet Dekker op drie terreinen.

Ten eerste het leerstellige gebied. Hier is vooral geloofsoriëntatie belangrijk, een combinatie van geloofsoverdracht en geloofsverheldering. Daaronder verstaat de schrijver “dat datgene wat men wil overdragen wordt geformuleerd in eigentijdse bewoordingen en wordt geconcretiseerd in termen van de ervaringswereld van degenen aan wie men iets wil overdragen”. Hierbij gaat het niet om leerstellingen, “maar om opvattingen die zin geven aan het persoonlijk leven van de mensen, hier en nu; een zingeving die aansluit bij de levenservaring van de mensen”.

Ten tweede: ethische bezinning. Het creëren van ruimten en methoden die mensen kunnen helpen bij hun bezinning op ethische vragen.

Het derde terrein betreft de gemeenschapsvorming. Minder aandacht voor de organisatie van het kerkelijk leven en meer voor het bevorderen van onderlinge relaties tussen mensen zou deze noodzakelijke gemeenschapsvorming wel eens ten goede kunnen komen.

Hoe logisch deze aanbevelingen ook lijken, het is een illusie te menen dat hier ook maar iets van terecht komt zonder “een werkelijk radicale herstructurering van het kerkelijk leven”. De tijd van de “door de omvang van de werkkracht van de predikant bepaalde territoriale gemeente” is voorbij. Meer dan aan plaatselijke predikanten is er behoefte “aan plaatselijke of regionale steun- of coördinatiepunten”. Zo kan er ook meer recht gedaan worden aan de pluraliteit op plaatselijk niveau.

Heeft de kerk zo kansen, vraagt Dekker zich ten slotte af. Niet zonder radicale veranderingen, concludeert hij. Ook al weet je niet precies waar je uitkomt, probeer het toch maar, is zijn advies.

Dekkers heldere en kritische betoog vraagt om een vervolg. Ik zou me kunnen voorstellen dat het eerste deel daarvan bestaat uit reacties op zijn voorstellen uit de andere theologische disciplines. Een tweede deel zou reacties uit andere dan de theologische disciplines moeten bevatten. Om de kerk te helpen de voorwaarden te scheppen om hedendaagse mensen weer met plezier mee te laten doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden