RecensenteninterviewYolanda Entius

Keihard een boek afkraken zal recensent Yolanda Entius niet snel doen, maar Pfeiffer is de volgende keer echt aan de beurt

Yolanda Entius Beeld Bart Grietens
Yolanda EntiusBeeld Bart Grietens

Achtergrondkennis kan tot een beter begrip van een boek leiden, maar de schrijversbiografie wordt er vaak met de haren bijgesleept, vindt recensent en ­schrijver Yolanda Entius. Een gesprek over recenseren, bij het stoppen van Letter&Geest. 

Bij Yolanda Entius thuis waren er nauwelijks boeken. “Pas op de Toneelschool leerde ik zorgvuldig een tekst te lezen, en spelen uiteraard. Vanuit het spelen leerde ik schrijven. Schrijven is spelen, niet op de planken, maar in je hoofd.”

Entius heeft een handvol romans op haar naam staan. Bij het werken daaraan ‘speel ik soms scènes na, om de juiste details te vinden’. Dan loopt het werk van de auteur even over in dat van de actrice van weleer. Toch duikt haar oude metier wel op in recensies van haar werk. ‘Al die subtekst’, verzucht Rob Schouten dan, je kunt wel zien dat ze actrice is. Entis: “Schijtziek word ik ervan: actrice, middelbare vrouw; wat doet het ertoe? Ik ben schrijver. Lees m’n boek.”

Met die houding bespreekt ze zelf boeken: de roman, niets dan de roman. “Soms leidt context tot een beter begrip, maar biografische gegevens worden er vaak met de haren bijgesleept.”

Natuurlijk beïnvloedt je eigen kennis je lezing van een tekst, zegt ze. “Het kan goed zijn die te delen in je recensie. Ik ben nu bezig met ‘De straat’, een Amerikaanse klassieker uit de jaren veertig, van Ann Petry. Moet ik melden dat ze een zwarte vrouw was? Daar kan ik echt over dubben. Heeft ook zij er geen recht op gewoon ‘schrijver’ te zijn – punt?”

De recensies in Letter&Geest worden immer vergezeld van een ‘oordeel’, een korte zin waarin de waardering van het besproken boek valt te lezen. Het sterrensysteem dat veel andere kranten en tijdschriften hanteren, heeft Letter&Geest buiten de deur gehouden. Gelukkig wel, zegt Entius, “want ik heb er een bloedhekel aan: je reduceert een genuanceerde bespreking tot een rapportcijfer.” Maar ook het ‘oordeel’ kan haar niet echt bekoren. “Mijn oordeel zit in de hele recensie, niet in dat ene zinnetje.”

Over collega’s schrijven is soms lastig, erkent Entius. “Als ik minder enthousiast ben, denk ik onwillekeurig toch aan de schrijver. Die wil ik niet onnodig kwetsen.” Durft ze harder te zijn bij buitenlandse schrijvers? “Eerlijk, het maakt me niet uit. Maar onbewust… Ik vertrouw mijn eigen antwoord ook niet helemaal.”

Wat vindt ze van de beschuldiging dat schrijvers elkaar prijzen toespelen? “Nederland is niet groot, dus mensen kennen elkaar snel. Ik zou niet weten hoe je dat op zou moeten lossen.” Jury’s die net als in de Amerikaanse rechtspraak met willekeurige burgers gevuld zijn, daar voelt Entius niet voor. “Dan prefereer ik een jury van mensen met liefde voor de literatuur, ook al zou dat ons-kent-ons zijn.”

Voorbeelden in boekbesprekersland heeft Entius niet, en dat is ‘best gek’. “Bij theater had ik dat wel. Jac Heijer, Loek Zonneveld, beiden dood, helaas. Loek kon laaiend enthousiast zijn, soms keihard, maar altijd las je de passie voor toneel in zijn stukken terug. Hij durfde persoonlijk te zijn.”

Dat durft Entius ook; haar eigen besprekingen laten zich lezen als een rapportage van wat ze al lezend aan een boek beleeft. Haar interpretatie van een roman kan anders uitpakken dan de schrijver beoogd heeft. Erg vindt Entius dat niet. “Ook de lezer schrijft het boek, dat is het goede van literatuur. Bij andere besprekingen van hetzelfde boek vraag ik me weleens af: hebben we dezelfde roman gelezen?”

Leest een vrouw anders dan een man? “Je zou wensen dat het niet uitmaakte. Maar ik ben vrouw. Als een man met een kind in het zitje door het park fietst, zien we iets anders dan als het een vrouw is. En ik zie ook kleur, ik wil het niet, maar m’n blik is nou eenmaal beperkt. Ook in mij zit een racist. Niet als mening of overtuiging uiteraard, maar ondanks mijzelf. Daar mag literatuur mij best mee confronteren.”

Keihard een boek afkraken zou Entius niet snel doen. Schrijvers wier werk ze maar niks vindt, hoeft ze niet zo nodig te bespreken. ‘Grand Hotel Europa’ bijvoorbeeld vond ze ‘erbarmelijk’. Maar de consequentie is dan dat schrijvers alleen maar bewierookt worden. “Ja, dat is zo. Misschien moet ik dan toch maar de volgende Pfeijffer gaan bespreken. Als hij weer zo’n bordkartonnen ‘grote liefde’ fabriekt, mag hij best een tik op de neus krijgen.”

Door het recenseren is Entius meer gaan lezen, breder ook. “Maar recenseren is slecht betaald freelancewerk, het is een bijbaan. Ik zou graag een heel oeuvre van een schrijver lezen en daarover schrijven, maar daar is geen tijd en geld voor. Vroeger konden recensies doorwrochter zijn. Nu dreigt het amusement.”

Voor de zomer liggen al boeken te wachten: dikke klassiekers. “Met mijn leesclub ga ik deel II van ‘De Thibaults’ lezen. En ik verheug me op ‘De kant van Guermantes’, het derde deel van ‘Op zoek naar de verloren tijd’ van Proust.”

Yolanda Entius (1961) volgde de Toneelschool en een hoveniersopleiding. Ze werkte als actrice, filmregisseur en scenarioschrijfster. In 2005 debuteerde ze met de roman ‘Rakelings’, waarvoor ze de Selexyz Debuutprijs ontving. In oktober 2018 verscheen haar nieuwste roman: het tweeluik ‘Het verhaal van Benito Benin en dat van Fanny’. 

Lees ook: 

Recensent Gerwin van der Werf is blij dat hij een buitenstaander in het literaire wereldje is

Is het literatuurwereldje te klein? Dat recensenten en schrijvers elkaar ­weleens tegenkomen is maar goed ook, legt Gerwin van der Werf uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden