RecensieOpera

Kaufmann en Pappano duiken opnieuw in ‘Otello’

Opera
Antonio Pappano
Verdi ‘Otello’ (Sony Classical)
★★★☆

In 1997 dirigeerde Antonio Pappano zijn allereerste uitvoeringen van Giuseppe Verdi’s ‘Otello’. Dat was in Brussel, waar hij toen chef van de Munt was. De productie werd onvergetelijk vanwege de regie van Willy Decker, de Desdemona van Susan Chilcott, maar vooral ook vanwege Pappano. Twintig jaar later dirigeerde hij de opera opnieuw, nu als chef van het Royal Opera House Covent Garden in Londen. Bij die gelegenheid maakte tenor Jonas Kaufmann zijn debuut in de zware titelrol. Er verscheen een dvd van die productie, die weliswaar goed, maar niet euforisch werd ontvangen.

En nu mochten Pappano en Kaufmann zich in de opnamestudio opnieuw bezighouden met Verdi’s voorlaatste opera. Een studio-opname van een opera is tegenwoordig een zeldzaamheid, want veel te duur. Maar voor stertenor Kaufmann maken maatschappijen een uitzondering. Eerder mocht hij ook al Verdi’s ‘Aida’ in de studio vastleggen, eveneens met Pappano. Die dirigeert hier opnieuw zijn Romeinse Coro e Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia.

In de stormachtige opening laat Verdi een orgel in het lage register drie tonen tegelijk spelen. Maar liefst 255 maten lang zorgen die tonen c-cis-d voor een dissonant cluster. Voor de luisteraar valt dat tussen al het overige kabaal vaak niet op, maar de frequenties van die tonen botsen hier mooi op elkaar, waardoor een soort langzaam-bonkende geluidstrilling ontstaat. Een magnifiek effect in de turbulentie die deze openingsscène kenmerkt, en hier bij Pappano is het ook nog eens goed hoorbaar. Dat is lang niet bij alle opnamen het geval, ook niet bij de hele goede.

Oor voor detail dus, maar daardoor verdwijnt het gevoel voor een dramatische opbouw soms naar de achtergrond. Sommige massascènes zijn bovendien wat slordig uitgevoerd. Je vraagt je af waarom ze in die studio niet nog een extra take hebben gemaakt van sommige koorscènes. Wellicht problemen met de Italiaanse vakbonden.

Kaufmann is vocaal zonder meer goed. Zijn donkere toon past de Moorse strijder als een handschoen. En toch kan de karakterisering genuanceerder. Otello is niet de hele tijd alleen maar boos en angstaanjagend. Vooral in de laatste akte behoeft Kaufmanns interpretatie nuance. Daar is de onbekende sopraan Federica Lombardi op haar best als Desdemona. De italianità druipt van haar prachtige tonen af, al kan ook zij haar karakter hier en daar nog wat meer uitdiepen. De slechterik Jago is in handen van bariton Carlos Álvarez het best uit de verf gekomen. Prachtig geluid, vol en volumineus waar nodig, maar ook slijmerig insinuerend waar dat moet.

In de opname-geschiedenis van deze meesterlijke opera staat deze nieuwe beslist zijn mannetje. Een mooi document van een van de beste tenoren van dit moment. Maar de ultieme opname is het niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden