InterviewOnderwijs

Kan school het verschil maken? Bij Gianny en Anyssa uit de docuserie ‘Klassen’ is het de vraag

Yunuscan, toch een soort hoofdrolspeler.Beeld Jean Counet

De 10-jarige Anyssa woont bij haar opa en oma en draagt kleren van de Kledingbank. Zij is een van de hartveroverende karakters in ‘Klassen’, een documentaire-serie over kansen in het onderwijs. Redt zij het straks op havo/vwo?

Het is alweer vier jaar geleden dat Ester Gould en Sarah Sylbing neerstreken in de Vogelbuurt, een volkswijk in Amsterdam-Noord. Ze filmden er de vele bewoners met schulden, maar ook de wereld eromheen: de deurwaarder, de hulpverlener, de schuldeiser en de politiek. Een van de vele markante ‘personages’ was Dennis van de dierenwinkel, die uitgroeide tot een cultheld. ‘Schuldig’ trok ­wekelijks ruim een miljoen ­kijkers, Gould en Sylbing wonnen de Zilveren Nipkowschijf en werden uitgeroepen tot Journalist van het Jaar.

“In de laatste aflevering van Schuldig volgden we een jong gezin dat uit huis werd gezet”, herinnert Sarah Sylbing (40) zich. “Het ging om een gezin met twee jonge kinderen dat ergens op een zolder bij familie terechtkwam. Dion, het zoontje, kreeg een havo-advies, wat heel ­bijzonder was, gelet op zijn achtergrond, het opleidingsniveau van zijn ouders en het trauma dat hij dat jaar had meegemaakt.” 

Ester Gould (45) knikt instemmend: “Alle stoplichten stonden op rood in zijn leven, en toen kreeg hij opeens een havo-advies waarmee de serie meteen ook hoopvol werd uitgeluid, in de zin van: misschien redt deze jongen het wel, misschien kan hij een andere route nemen in het leven.”

Onderwijs is de enige uitweg

Toevallig kwam ook vlak na Schuldig de onderwijsinspectie met een rapport over toenemende kansenongelijkheid. Gould: “Door Schuldig te maken, hadden we al veel nagedacht over generationele armoede, en hoe die te doorbreken. Het rapport bevestigde onze bevindingen dat onderwijs de enige uitweg is, maar plaatste ook een belangrijke kanttekening, namelijk dat ­onderwijs door kansenongelijkheid steeds minder vaak de uitweg is.”

Viggo nog op zijn basisschool aan de rand van de stadBeeld Jean Counet

Het idee voor een nieuwe documentaireserie was geboren. Een serie over de strijd voor gelijke kansen in het onderwijs, grotendeels verteld vanuit de beslissende groep 8, met  kinderen van gemiddeld elf jaar oud. Even aarzelden de filmmaaksters of ze daarvoor opnieuw in Amsterdam-Noord moesten neerstrijken, maar de veelheid aan culturen gaf de doorslag. Sylbing: “Noord is grootstedelijk, maar ook dorps. Je hebt er laag- en hoogopgeleide bewoners, en alle kleuren: Turken, Marokkanen en ­Surinamers. Je hebt er oude bewoners en steeds meer hoogopgeleiden en tweeverdieners. Je hebt ook witte armoede. Eigenlijk vind je er alle verhalen die je ook in de rest van Nederland tegenkomt.”

Warm bad

In de serie zie je dat prachtig weerspiegeld in de verschillende kinderen die een schooljaar lang – vanaf de zomer van 2019 – met de camera worden gevolgd. Indrukwekkende verhalen zijn het, zoals van Anyssa, een voorlijk, tienjarig meisje dat bij haar opa en oma woont, die het bepaald niet breed hebben. Veel van wat Anyssa eet en draagt komt van de voedsel- en kledingbank. School is voor haar een warm bad, want op school is juf Jolanda. Anyssa’s voorlopige advies is havo/vwo, maar redt ze het wel, in die onrustige, chaotische thuissituatie die ­ervoor zorgt dat haar hoofd altijd te vol is?

En hoe zal het Yunuscan vergaan, de tienjarige hartedief die thuis Turks spreekt en evenals Anyssa op basisschool De Vier Windstreken zit en daar lijkt op te bloeien? Gianny is iets ouder, dertien jaar. Ondanks zijn hoge Citoscore heeft zijn juf besloten dat het Hogelant, een vmbo-school waar vooral kinderen met leer- en/of gedragsproblemen naartoe gaan, beter voor hem is. Gianny begrijpt niet waarom. Het lijkt erop dat zijn juf hem een te laag schooladvies geeft, iets wat vaker voorkomt. Thuis wordt Gianny niet gestimuleerd. De straat lonkt. Hoe zal zijn toekomst eruitzien, vraag je je af.

De makers Ester Gould en Sarah Sylbing.Beeld Jean Counet

Gould en Sylbing weven met de serie een fascinerend mozaïek over het onderwijs, waarbij ze ook de ouders portretteren, de geweldige juffen, de betrokken mentor en niet te vergeten de wethouder en de schoolbestuurder.

“Ja, je kunt wel zeggen dat Marjolein Moorman, de wethouder onderwijs en armoede, en Mirjam Leinders, de schoolbestuurder, in de eerste afleveringen grotendeels onze stem vertolken”, zegt Sylbing. “Zij zijn met z’n tweeën belangrijk geweest om het betoog in de serie rond te krijgen. Het is namelijk best ingewikkelde thematiek, een optelsom van allerlei kleine factoren die ervoor zorgen dat de kansenongelijkheid in het onderwijs toeneemt. Wat zij onderstrepen is dat het niet om kleur gaat, om witte of zwarte scholen, maar om de opleiding van de ouders. Die bepaalt, samen met de sociaal-economische situatie, in hoge mate hoe het de kinderen op school vergaat, en waar ze terechtkomen. Klasse speelt een rol in de klas.”

Gould: “Belangrijk is ook dat Leinders als bestuurder besloten heeft om overal, en voor alle kinderen, de lat hoog te leggen. Ik bedoel, ze kan niet toveren, het lukt niet ­altijd, maar ze accepteert het niet dat een schooldirecteur zegt: van die kinderen in die achterstandswijk hoef je niks meer te verwachten.”

Onder een vergrootglas

Dat de filmmaaksters tegen het einde van de opnamen, halverwege aflevering zes, werden geconfronteerd met een pandemie, was een geluk bij een ongeluk. Sylbing: “Corona zorgde ervoor dat onze thematiek onder een vergrootglas kwam te liggen. De verschillen tussen de kinderen werden tijdens de crisis nog verder uitvergroot.” Het was volgens Sylbing, die in de serie ook de ‘voice-over’ verzorgt, een deus ex machina, een onverwachte wending in het verhaal.

Sylbing: “De kansrijke kinderen komen wat later in de serie meer aan bod, via de vwo-leerlingen van het Hyperion Lyceum. Bij hen zie je dat er opeens ontspanning komt. De ‘ratrace’ komt een beetje tot stilstand. Ouders en kinderen kunnen even chillen. Aan de kansarme kant zie je juist dat kinderen van de radar verdwijnen.” Gould: “Dat komt omdat voor sommige kinderen school een tweede thuis is, of in elk geval een beter huis dan thuis, en als school dan wegvalt, maakt dat veel indruk. Je ziet dat juf Jolanda haar onlinelessen goed op orde heeft, maar dat is toch iets anders dan een knuffel.”

Beroemde documentaires over schoolklassen zoals ‘De Kinderen van Juf Kiet’, het Franse ‘Être et Avoir’ en documentaireserie ‘America to Me’, over een gemengde highschool in Chicago, hebben de regisseuses gezien, maar inspiratie vonden ze verrassend genoeg vooral in fictie. ‘Klassen’ straalt dat ook uit: de introductie van de personages, de dramatische ontwikkeling, de manier waarop diverse verhalen als een legpuzzel in elkaar vallen, en niet te vergeten de muziek van Vincent van Warmerdam, het voelt allemaal even filmisch.

 Het is niet alleen een migratie- of racismeprobleem

Twee misdaadseries waren inspirerende voorbeelden: ‘The Wire’ en Top Boy. Die laatste speelt zich af in een Londense achterstandswijk, en beide rauw-realistische series vertellen een sociaal-maatschappelijk verhaal aan de hand van onvergetelijke karakters.

Dat is ook de gedeelde ambitie van Gould en Sylbing, die al vijftien jaar samenwerken: sociaal-economische misstanden op een aansprekende manier in beeld brengen. Daarbij willen ze de zwakkeren van de samenleving als volwaardige karakters portretteren. Sylbing: “Dat is een beetje een blinde vlek in de Nederlandse film en literatuur. Ik geloof wel dat het aan het kenteren is, maar wij hebben die grootstedelijke problematiek en het thema van de klassenmaatschappij altijd interessant gevonden. Daarbij proberen we voorbij te gaan aan het zwart-witdenken, want het is niet alleen een migratie- of racismeprobleem.”

Gould: “In Klassen zie je hopelijk ook dat het ingewikkelder en genuanceerder ligt. Het betekent dat we zeker ook de kansrijken in beeld brengen, en hun problemen. Kinderen die van hun ouders hoger moeten reiken dan ze eigenlijk kunnen. Ook met die kinderen heb je te doen.”

 ‘Klassen’ wordt vanaf maandag 30 november wekelijks uitgezonden op NPO1 (7 afleveringen). Direct na de uitzendingen wordt op NPO1 Extra nagepraat met betrokkenen en (ervarings)deskundigen.

Lees ook:

Bij Netflix is het de bedoeling dat iedereen zich ‘gezien’ voelt; het levert veel moois op

Netflix wil dat iedereen zichzelf terugziet in films en series, vandaar dat het aanbod diverser en inclusiever is dan ooit. Vooral het schoolplein blijkt een ideale filmlocatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden