Review

Kakkerlak onder het juk van de tijd Jeff Torrington werkte dertig jaar aan bekroonde debuutroman

Jeff Torrington, 'Swing Hammer Swing'. Uitg. Secker & Warburg, F 29,80.

Wanneer de taxi stopt voor het grijze rijtjeshuis met het gelige gazon in Linwood, een rustige nieuwbouwwijk elf kilometer buiten Glasgow, komt hij langzaam, met licht waggelende pas, naar buiten lopen; sinds 1981 lijdt hij aan de ziekte van Parkinson. Samen met zijn vrouw Margaret woont hij in de buurt van zijn laatste werkplek, de Talbot autofabriek. De huiskamer met het zeewiergroene tapijt is sober ingericht. De enige kast in deze ruimte leunt tegen de wand met bloemetjesbehang en bevat naast het vele porcelein een bescheiden rijtje boeken. De lijst met een grote foto van de auteur die zijn prijs ontvangt, herinnert de bezoeker aan de voor Torrington ongewone situatie. Zijn vrouw vertelt dat ze voor de prijsuitreiking naar Londen moesten. “Voor ons was het de eerste keer dat we in een vliegtuig zaten. We hadden een prachtige kamer in het Waldorf hotel en de volgende dag kregen we zelfs ontbijt op bed. Ongelooflijk.”

'Swing Hammer Swing' beschrijft enkele dagen uit het leven van de zogenaamde schrijver en hippie Tom Clay. Clay, wiens vrouw in het ziekenhuis ligt, belandt tussen de bezoekuurtjes door in nogal absurde en vaak geestige situaties. In het verhaal speelt de gewetenloze afbraak van de Gorbals, een beruchte Glasgowse arbeiderswijk, een belangrijke rol. Deze wijk viel tegen het einde van de jaren zestig ten prooi aan bureaucratische stadsplanners, die zonder wroeging lokale gemeenschappen uiteenrukten om ze vervolgens lukraak te verspreiden over de Schotse hoofdstad. De schrijver levert met zijn roman scherpe kritiek op dit destijds gevoerde overheidsbeleid.

Via Clay krijgt de lezer zicht op het dagelijkse leven in de Gorbals.

Liefdevol, maar met galgehumor, schetst Torrington de eigenaardige personages die dit stadsdeel bevolken. Zoals Oswald J. Burnett, de eigenaar van de plaatselijke bioscoop. Om het overspelig televisiekijkend publiek terug te winnen stuurt hij de hoofdprojectionist, gehuld in een ouderwets diepzeeduikerspak, midden in de winter de straat op. Op deze manier denkt hij reclame te maken voor de Beatles' film 'Yellow Submarine'.

Saamhorigheid

Als ik tegen Torrington zeg dat zijn beschrijving van het dagelijkse leven in de grauwe en naargeestige atmosfeer van de Gorbals bijna iets aantrekkelijks heeft, beaamt hij dat. “Alle mensen uit deze buurt hadden een gemeenschappelijke achtergrond. Armoede, slechte woonomstandigheden en uitzichtloosheid gaven ons een sterk gevoel van saamhorigheid. Natuurlijk was het leven ook hard; wanneer je bijvoorbeeld buiten je wijk kwam, liep je de kans om in elkaar geslagen te worden.”

Torrington is er niet voor teruggeschrokken zijn roman een filosofische inslag te geven. Op de dag dat de protagonist zijn typemachine verkoopt, ontdekt hij een clockroach (een aanduiding die voortdurend terugkeert): 'a wee timebeastie that lives in a nine to five universe'. De samentrekking van clock en cockroach (kakkerlak) is een subtiele verwijzing naar 'Die Verwandlung' van Franz Kafka.

Torrington: “Mensen in de Gorbals leken onder het juk van de tijd te veranderen in kakkerlakken. Door jarenlang in dezelfde fabriek te werken raakte men afgestompt. De arbeider vervreemdde van zijn omgeving. Voor mij is dat altijd een reden geweest om bijtijds van baan te veranderen, om te zorgen dat ik alert bleef.”

De schrijver bracht zelf het grootste deel van zijn leven door in de Gorbals. Opgevoed door zijn moeder (zijn vader verliet hen toen Torrington nog jong was), groeide hij op in een huis zonder boeken. “Toen ik negen was, ontdekte ik een bibliotheek en vanaf dat moment is literatuur een wezenlijk onderdeel van mijn leven geworden.” Zijn schoolcarriere werd op zijn dertiende beeindigd; geveld door tuberculose wachtte hem een verblijf van negen maanden in een sanatorium. In deze periode schreef hij zijn eerste gedicht. Vijf jaar later zou hij zijn familie en vrienden inlichten over zijn geheime literaire aspiraties. Na zijn genezing keerde hij niet terug naar school maar ging, zoals veel van zijn leeftijdgenoten uit de buurt, werken in een plaatselijke fabriek. Daarna heeft hij uiteenlopende betrekkingen gehad. Hij was ondermeer postbode, staalarbeider, filmprojectionist en telegrafist.

Schorpioenen

“Die verschillende banen gaven mij steeds weer inspiratie en materiaal voor mijn schrijven. Ik koos weloverwogen voor de afwisseling. Mijn werk als telegrafist heeft me bovendien geleerd zuinig om te springen met woorden. Klanten met weinig poen hielp ik met het drukken van de kosten van het telegram door zo min mogelijk woorden te gebruiken, zonder de essentie van de boodschap in gevaar te brengen.”

Zijn eerste publikaties, in het begin van de jaren zestig, waren korte verhalen van ten hoogste vijfhonderd woorden. Ze verschenen in de Edinburgh Evening Dispatch en de Glasgow Evening Times. “Schorpioenen noemde ik ze.

De nadruk lag op de actie, het vergif zat 'm in de staart van het verhaal, het onverwachte einde. Een noodzakelijke formule, wilde ik mijn produkten kunnen slijten.'

In dezelfde periode bezocht hij bijeenkomsten van een zogenoemde schrijversgroep. Deze groep betekende voor Torrington het afscheid van zijn thrillerachtige ghost-stories. “De docent hanteerde een three way-system: als je een verhaal had geschreven, belandde het op de goede, de slechte of de middelmatige stapel. Mijn eerste stuk kwam op de laatste terecht, met het commentaar: schrijf over je eigen ervaringen, ik weet zeker dat je dat goed zult doen! Vervolgens schreef ik mijn eerste verhaal over de tijd dat ik bij de spoorwegen werkte. De Weekly Scotsman heeft het gepubliceerd.”

'Swing Hammer Swing' was oorspronkelijk ook als kort verhaal bedoeld, maar het werd steeds langer. Als een sprinter die besluit een marathon te lopen, stapte Torrington toen over op het schrijven van een roman. Het zou een lange marathon worden. Dertig jaar later had hij het boek vijf tot zes keer herschreven. “Op een gegeven moment schreef ik het verhaal vanuit de derde persoon. Ook heb ik een Amerikaanse versie gemaakt, dermate was ik ervan overtuigd dat onze cultuur overvleugeld zou worden door die van de Amerikanen. Uiteindelijk heb ik toch gekozen voor de eerste persoon, daar voelde ik me het in thuis.”

Zijn goede vriend en collega, James Kelman, voorkwam twee jaar geleden dat Torrington aan de zoveelste bewerking begon. Hij zorgde ervoor dat het manuscript bij een uitgever terechtkwam. Secker & Warburg toonde zich meteen geinteresseerd en spoorde de auteur aan zijn roman af te ronden. Het vervolg is bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden