InterviewJung Chang

Jung Chang: ‘China liet begin 20ste eeuw zien dat democratie er niet onmogelijk is’

Beeld Patrick Post

Jung Chang volgt in haar nieuwe boek het leven van Grote, Rode en Kleine Zus. Zij verkeerden in het hart van China’s macht.

Bij gebrek aan royalty koestert China een eigen sprookje. Dat gaat zo: er waren eens drie ‘prinsessen’, in rijkdom opgegroeide zussen van de familie Soong. ‘De een hield van geld, de ander hield van macht, de derde hield van haar land’, zo wil een maoïstisch gevleugeld woord over het trio. Twee trouwden met sleutel­figuren uit de Chinese geschiedenis, Chiang Kai-shek en Sun Yat-sen – maar die laatste zou zich later tot het communisme bekeren. De derde trouwde met de rijkste man van het land, en vooroorlogse premier.

“In mijn jeugd bestond er een fascinatie voor de drie. Mensen vertelden het verhaal van een van de zussen die – om haar huid jong te houden – zou baden in melk, precies in een tijd dat melk nauwelijks te krijgen was”, vertelt Jung Chang, de auteur die ondertussen zelf een bijna legendarische status heeft. Van haar debuut ‘Wilde zwanen’ – over haar grootmoeder, moeder en haarzelf onder het communisme – werden ruim 20 miljoen exemplaren verkocht. Daarna volgden biografieën van Mao Zedong (geschreven met haar echtgenoot, de Ierse historicus en Aziëkenner Jon Haliday) en van Cixi, een negentiende-eeuwse concubine die zich opwerkte tot keizerin.

Jung Chang (1952) is schrijfster. Als kind van communistische ouders was ze in haar jeugd actief in Mao’s Rode Garde, maar verloor al snel haar geloof. In 1978 kreeg ze toestemming om in Groot-Brittannië te studeren. Daar woont ze nog steeds. 
In 1991 verscheen haar mega-bestseller ‘Wilde zwanen’. 

Voorzichtig dacht Chang wel eens aan deze zussen Soong als onderwerp. Die gedachte verdrong ze snel. “Ze waren legendarische figuren, maar ook nogal eendimensionaal.” Nu ligt er toch een boek over ‘Grote Zus’ Ei-ling (1888-1973), ‘Rode Zus’ Ching-ling (1893-1981) en ‘Kleine Zus’ May-ling (1898-2003).

Jung Chang ontvangt in een Amsterdams hotel. Ze voelt zich niet zo fit, het diner in een restaurant de vorige avond is niet goed gevallen. Dat ongemak belet haar niet om een interview te geven. De 67-jarige, die in haar jonge jaren gedwongen te werk werd gesteld als onder meer fabrieksarbeider en elektricien, laat zich niet zomaar uit het veld slaan.

Aanvankelijk wilde Chang een biografie schrijven van Sun Yat-Sen (zie kader op blz. 12). “Maar nadat ik veel research had gedaan en het nodige materiaal had verzameld, werd ik hem een beetje beu. Ik realiseerde me dat Sun Yat-sen bijna een tweede Mao was. Hij ruïneerde China niet zoals Mao, maar hij was net zo goed alleen maar gericht op macht. Hij had geen andere doelen. Toen dacht ik: ga ik weer een soort ­Maobiografie schrijven? Ik vond hem te een­dimensionaal.”
“Ondertussen was me duidelijk geworden dat zijn vrouw en haar zussen bij nader inzien wel degelijk interessant waren. Hun persoonlijke levens raakten op een bijzondere manier vervlochten met de historische ontwikkelingen.”

Maar ze waren geen vrouwen die de lijnen uitzetten?

“Nee, ze waren eerder getuigen in het hart van de geschiedenis. Een beetje invloed hadden ze wel. Met Rode Zus had Sun Yat-sen een leninist aan zijn zijde. Dat speelde een rol in zijn verbondenheid met de Sovjet-Unie. Kleine Zus en Grote Zus bekeerden hun echtgenoot/zwager Chiang Kai-shek tot het christendom. Dat leidde tot matiging, die zijn regime minder verschrikkelijk maakte dan dat van Mao.
“Die verwevenheid van hun complexe onderlinge relaties met de grote politieke ontwikkelingen waren voor mij essentieel. Dat levert het soort geschiedenis en inzicht op, waar ik het liefst over schrijf.”

Er bestaat een gelijkenis tussen de zussen en u. Zij gingen als eerste Chinese vrouwen onderwijs in de VS volgen. U hoorde in 1978 bij de eersten uit de Volksrepubliek China die in het Westen mochten studeren.

“Interessant. Zo heb ik er nooit over nagedacht. Ik heb me ook nooit op die manier met ze geïdentificeerd. Maar mijn drie hoofdpersonen gingen naar Amerika, toen ze erg jong waren. Kleine Zus was slechts 9 jaar oud. Ik ging als volwassene, als 26-jarige. Ik had al een leven achter me.”

Voor u was de overgang misschien ook nog wel groter dan voor de zussen.

“Ja. Ik voelde me na mijn aankomst in Groot-Brittannië een hele tijd een Marsmannetje dat een nieuwe wereld moest ontdekken. Ik droeg zelfs mijn Mao-pakje nog. Het Shanghai waar de drie zussen opgroeiden, was al behoorlijk verwesterd. Hun vader Charlie Soong, een vermogende zakenman met een verleden als methodistische zendeling, had bovendien al in de VS gewoond. De overgang naar Amerika moet voor de meisjes daarom minder groot zijn geweest.”

Beeld Patrick Post

Waren de zussen erg verschillend?

“May-ling, Kleine Zus, echtgenote van Chiang Kai-shek, was de zonnigste van de drie, open en direct en in zekere zin sympathiek. Ze was wel verslaafd aan luxe, aan de bijna keizerlijke levensstijl die ze als vrouw van Chiang Kai-shek had. Maar ze was vriendelijk. Ze berokkende anderen geen schade.”
“Ching-ling, Rode Zus, was een typische linkse radicaal. Ze voelde de onrechtvaardigheid om haar heen en wilde haar leven wijden aan de grote zaak. Ze bekeerde zich tot het communisme. Ondertussen sloot ze haar ogen voor al het verschrikkelijks dat om haar heen gebeurde. Ze was Mao’s vicevoorzitter. Zijn campagnes pakten veel slechter uit voor de bevolking dan die van Chiang Kai-sheks bewind. Ze schikte zich in een symbolische rol binnen het communistische regime, waar ze in de jaren twintig zelf even leidersambities had gekoesterd. Maar Stalin, die – niet alleen financieel – een grote invloed had op de communistische beweging in China, zag het niet in haar. Waarschijnlijk had hij gelijk. Ze was geen leidersmateriaal.”
“Ei-ling, Grote Zus, was diepreligieus. Dat was het belangrijkst voor haar. Ze rechtvaardigde zelfs haar kolossale corruptie als Gods wil. Ei-ling was financieel heel slim. En het hielp dat haar man, de vermogende zakenman H.H. Kung, onder Chiang Kai-shek de premier en minister van ­financiën werd. Ze kon nog rijker worden doordat haar zwager Chiang Kai-shek naar hun adviezen luisterde.”

Chiang Kai-shek, die in 1949 met zijn leger naar Taiwan was gevlucht, en zijn vrouw May-ling namen het er ondertussen ook van.

“Als je naar Taiwan gaat, vergeet dan alle toeristische hoogtepunten. Ga gewoon langs alle villa’s van de Chiang Kai-sheks. Het zijn er een stuk of dertig. Ik heb er de nodige bezocht. Allemaal even spectaculair. Zicht op de oceaan of bergen, super-luxueus. Om invasies en guerrilla-oorlogen te voorkomen sloot Chiang Kai-shek alle kusten en bergen af. Dat gaf zijn vrouw en hem ook het alleenrecht op de schoonheid van Taiwan, op de allermooiste plekken. Dit werd onthuld toen Taiwan een democratie werd. Ik verwachtte dat de mensen woedend zouden zijn. Maar dat waren ze niet.”

Waarom niet?

“Ze hadden sympathie voor May-ling. Die deed ook veel goeds. Ze richtte scholen op, bezocht lepralijders en trok haar handschoenen uit als ze hen de hand schudde. Het weinig aanlokkelijke alternatief op het vasteland hielp ook. ­Madame Mao had, terecht, een veel slechter imago. De inwoners van Taiwan waren ook blij dat Chiang Kai-shek hen met het afschermen van het eiland behoedde voor het bewind van Mao zelf.”

Heeft u een favoriete zus?

“Dat soort verbondenheid heb ik bij het schrijven van dit boek niet gevoeld. Ik laat mijn lezers bovendien graag zelf een keuze maken.”

Bij uw boek over keizerin Cixi was dat soort verbondenheid wel voelbaar.

“Ik voelde inderdaad meer bij mijn vorige twee onderwerpen. Bij Mao werd ik voortdurend geschokt door de omvang van de kwaadaardigheid en de misdaden. Dat ging alle begrip en voorstellingsvermogen te buiten. Bij Cixi was ik plezierig verrast door al het goeds dat ze voor China had gedaan. Ze was de beste Chinese leider in honderden jaren. Terwijl ze haar functionarissen niet face to face kon zien, omdat ze, zoals de traditie voorschreef, achter een scherm zat, kreeg ze het toch voor elkaar om China te veranderen, naar buiten toe te openen en te moderniseren. Haar vermogens en haar relatieve goedheid in vergelijking met andere leiders dwongen bewondering af.”

Met het verhaal van de zussen vertelt Jung Chang en passant het verhaal van China in hun tijd, te beginnen de roerige jaren die aanbraken na de dood van keizerin Cixi (1908), de verjaging van haar opvolger Puyi van de troon (1912), het aantreden van de eerste president van de republiek Sun Yat-sen, en de machtsovername van Mao in 1949.

Netherlands. Amsterdam, 11-02-2020. Photo: Patrick Post. Portret van schrijfster Jung Chang.Beeld Patrick Post

Wat heeft het schrijven over die tijd u geleerd?

“Vooral de eerste jaren van de republiek vormden een grotendeels onontgonnen terrein. Het bestaande beeld is dat van onregeerbare chaos en een strijd tussen talrijke krijgsheren die het land verscheurde. Dat blijkt niet te kloppen. Het China van toen was niet zomaar een democratie, maar een functionerende democratie. Niet zonder kinderziektes en aanloopproblemen, maar wel met elke vijf jaar vrije verkiezingen, een functionerend parlement en een juridisch systeem, met vrijheid van pers en van meningsuiting.”
“Vrouwen kregen snel meer rechten. Dat China werd later vernietigd door Chiang Kai-shek, door de Russen getrainde en gefinancierde troepen en diens dictatuur. Maar democratie in China is dus geen onmogelijkheid. Integendeel, de transitie verliep juist soepel, begon eigenlijk al onder Cixi die van China een constitutionele monarchie maakte, en liep door tijdens de eerste jaren van de republiek.”

Een interessant inzicht, ook met het oog op China anno nu.

Chang lijkt plots op haar hoede: “Als ik bezig ben met mijn boeken, probeer ik het heden buiten beschouwing te laten. Omdat vergelijkingen nooit helemaal kloppen. Maar het mag duidelijk zijn dat democratie het in het China van nu moeilijker heeft.”

Uw nieuwe boek draagt u op aan uw moeder. Waarom?

“Mijn vader, mijn grootmoeder en mijn echtgenoot waren al aan de beurt geweest. En als iemand het verdient, is het mijn moeder. Ze is nu 88 jaar oud en nog steeds een ongelooflijke bron van kracht. Ik mag hooguit twee weken per jaar naar China om haar te zien. Met steun van de Britse ambassade en regering heb ik dat in elk geval voor elkaar weten te krijgen. Mijn boeken hebben haar leven verstoord. Ze zijn allemaal verboden in de Volksrepubliek. Maar ze heeft me nooit gevraagd om voorzichtiger te zijn, om me in te houden. Nooit een woord gezegd over het potentiële gevaar voor haarzelf. Dat is verbazingwekkend. In plaats daarvan moedigt ze me aan om te doen wat ik goed acht.”

En ze stond aan de bron van uw schrijverschap.

“Dat klopt. Als kind wilde ik al schrijven, maar het was in de Volksrepubliek van toen een levensgevaarlijke bezigheid. Toen ze me in 1988 voor het eerst bezocht in Londen, begon ze te vertellen over haar leven en dat van haar moeder. Dat was de basis voor ‘Wilde zwanen’.” 

De zussen-Soong en hun mannen

De drie zussen in Jung Changs boek speelden elk een rol op de achtergrond van de grote gebeurtenissen in China na de omverwerping van de troon in 1912. Daarop volgde de Chinese republiek, onder de nationalistische Kwomintang-partij. De communisten van Mao vestigden hun macht in 1949.
De oudste zus Ei-Ling Soong was getrouwd met zakenman, later minister van financiën en premier, H.H. Kung.
De middelste zus Ching-ling Soong trouwde met Sun Yat-sen, de eerste president van de Chinese republiek. Later brak ze met haar familie en werd ze een hooggeplaatste communistische partijfunctionaris.
De jongste zus May-ling Soong was de vrouw van ‘generalissimo’ Chiang Kai-shek, die in 1949 naar Taiwan vluchtte voor het Rode Leger van Mao, en daar met zijn Kwomintangpartij een autoritair bewind vestigde.

Jung Chang
Dochters van China. Drie zussen in het middelpunt van de macht in het twintigste-eeuwse China
Vert. Paul Syrier. Boekerij; 432 blz. € 26,99

Changs vorige boeken, ‘Wilde zwanen’, ‘Mao’ en ‘De keizerin’, zijn in de boekhandel verkrijgbaar.

Lees ook: 

Cixi, een reus van een vrouw. 

Vlekkeloos was de keizerin zeker niet, maar Jung Chang (‘Wilde zwanen’) zet haar misstappen in perspectief

Het ’ik’ is niet zo belangrijk

Sinoloog Mark Leenhouts peilt de grenzen van de globalisering.Het ’ik’ is niet zo belangrijk. Chinees leed doet het goed in het Westen. Maar Chinezen zelf willen niet steeds herinnerd te worden aan de wonden die de Culturele Revolutie hen toebracht. Wat lezen ze dan wel? En waarom dringen Chinese romans niet door tot het Westen? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden