Recensie Julidans

Julidans dwingt de toeschouwer uit de ratrace van het moderne bestaan te stappen

De choreografie #minaret van Omar Rajeh op Julidans. Beeld Stephan Floss

Maqamat Dance Theatre/#minaret ★★★★☆
Ivana Müller/Conversations Out of Place ★★★★☆
Fernando Belfiore/The Fountain ★★★☆☆
Christos Papadopoulos/Ion ★★☆☆☆
Jefta van Dinther/The Quiet ★★★★☆

Een zoemende drone cirkelt dreigend boven de half ontblote Libanese danser Omar Rajeh. Zijn torso trilt, zijn voeten roffelen, hij strekt zijn armen uit totdat het niet verder kan. De drone kijkt met groene laserogen op hem neer, klaar om elk moment toe te slaan. 

Dit beeld uit de voorstelling ‘#minaret’ van Maqamat Dance Theatre is een van de indringendste uit de ­afgelopen editie van Julidans, het ­internationale festival voor hedendaagse dans in Amsterdam. De titel verwijst naar de toren van de Umayyad-moskee in het Syrische Aleppo, het icoon van het sociale, ­religieuze en culturele leven in de stad dat in één klap aan puin werd geschoten. 

Rajeh geeft een heel persoonlijk commentaar op een ondenkbare gebeurtenis, die tekenend is voor de onvoorspelbare en vaak gevaarlijke wereld waarin we leven. De voorstelling past in de trend in de hedendaagse dans om iets persoonlijks ­tegenover ‘grote’ ontwikkelingen te stellen, ontwikkelingen waar het individu geen vat op heeft en zich daardoor, wellicht, hopeloos en onmachtig voelt. 

Autonomie

Vanuit dat idee probeert de Duitse choreografe Ivana Müller in ‘Conversations Out of Place’ de autonomie over ons leven terug te eisen. Vier personages met een rugzakje en een kamerplant zijn op zoek naar de uitgang van een, aan de beestengeluiden te horen, denkbeeldige jungle. Ze mijmeren wat over de relatie tussen mens en natuur in abstract-filosofische bewoordingen, terwijl ze zich voortbewegen in een tergend slowmotion. De scènes in slakkegang krijgen middels videoprojecties af en toe tijdsaanduidingen mee: een dag later, zoveel weken later, tig jaar later. Hoelang zijn deze mensen in hemelsnaam al op pad? En waar is die uitgang nou? 

Uit de terloopse dialogen kunnen we prangende vragen distilleren, zoals: zou de natuur het erg vinden als wij er niet meer zijn? Het is heel bijzonder hoe Müller zo ruimte schept voor bezinning.

Paradijsvogels

Fernando Belfiore (Brazilië) komt daarentegen met een uitgesproken ecologische boodschap in ‘The Fountain’. Zeven dansers, uitgedost als extravagante paradijsvogels in goudlamé en pailletten, gaan zich te buiten aan een even gulzig als onverschillig bacchanaal met plastic flessen water. Ze schenken ze wellustig uit in hun mond, spugen het water in fraaie boogjes weer uit als de zeegoden in de Trevifontein. Ondertussen verandert het speelvlak in een waterpoel gevuld met eigen plastic afval. Een slok water die van mond tot mond gaat, verandert van kleur in bloedrood. 

In deze Julidans-editie gaat het opvallend vaak over het zoeken naar verbinding. Niet voor niets gebruikt Belfiore de metafoor van de fontein, als plek waar mensen ooit als gemeenschap samenkwamen. In ‘Ion’ neemt de Griek Christos Papadopoulos dat nogal letterlijk. Hij laat zijn dansers als atomen heup aan heup samenklitten in een trancestroom van minimalistische beweging. Het vereist héél geconcentreerd kijken om in de traag kolkende bewegingssoep van schuifelvoeten en kronkel-armen enige differentiatie en ­interactie te vinden. Langzaamaan ontstaan er deelformaties en ­worstelt een individu zich los. ­Esthetisch boeiend, maar al met al een te ijl pleidooi voor verstilling, dat dus ook in no time weer vervliegt.

De basis

Met de voortrazende technologische ontwikkelingen lijkt de mens zelf er steeds minder toe te doen. Verschillende makers proberen uit de hectiek van de moderne maatschappij te stappen. Jefta van Dinther houdt het dicht bij zichzelf. De Zweeds-Duitse choreograaf ging terug naar zijn basis: wie en wat hebben hem gevormd als choreograaf maar vooral als mens? Voor ‘The Quiet’ werkt Van Dinther samen met vijf danseressen – de oudste is in de 60 – die in zijn carrière van betekenis zijn geweest. Je zou de wereld die hij schept een onthaastingsritueel kunnen noemen, waarin tegenstellingen als ‘oud-jong’, ‘binnen-buiten’ en ‘licht-donker’ tegen elkaar in stelling worden gebracht. De choreografie voltrekt zich in grote rust, maar krijgt allengs mythische proporties. Als de vrouwen voor een lichtbron plaatsnemen, en het schijnsel op hun gezichten valt, vraag je je af of de vrouwen als oermensen bij een kampvuur zitten of voor een opengeklapt computerscherm. Hoe Van Dinther ons dwingt om even uit de tijd te stappen, is ronduit magisch.

Julidans bood ervaringen die de toeschouwer dwingen uit de ratrace van het moderne bestaan te stappen. Of die daadwerkelijk ruimte maken voor de ingewikkelde vragen waarvoor de mens zich in deze tijd ziet gesteld. Dat leidde tot een louterende twee weken dans in meer dan dertig verschillende producties, waarmee Julidans maar weer eens bewijst een onmisbaar internationaal dans(theater)platform te zijn.

Lees ook:

De treurigheid van een wereld vol ‘likes’ pijnlijk in dans in beeld gebracht

Recensie - Like me! Did you like it? I want to be like you! Het woord ‘like’ komt in alle mogelijke hoedanigheden terug in de dansvoorstelling ‘Story, story, die’ van Alan Lucien Øyen. De Noorse choreograaf, die het festival Julidans opent, richt zich op de schijnwerelden die we voor elkaar creëren om de meedogenloze alledaagsheid het hoofd te bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden