InterviewJulia Franck

Julia Franck schreef na tien jaar weer een boek: hoe je, met een dagboek en Nina Hagen als oppas, een instabiele moeder overleeft

Julia Franck Beeld Jildiz Kaptein
Julia FranckBeeld Jildiz Kaptein

Van de succesvolle Duitse schrijfster Julia Franck verscheen tien jaar lang geen roman. Nu is daar een nieuw en nogal verpletterend boek, Werelden uit elkaar, over het chaotische opgroeien van het meisje Julia, temidden van op zichzelf gerichte moeders en afwezige dan wel dode vaders.

Andrea Bosman

Julia Franck is naar Amsterdam gereisd, we spreken elkaar in het Goethe Institut in Amsterdam. Ze is blij dat het kan, reizen, ze heeft eindelijk weer zin in de openbaarheid. Een meisjesachtige verschijning, rustig, aftastend. Het is bijzonder, zegt ze, dat in Nederland haar boek op hetzelfde moment verschijnt als in Duitsland. Haar Nederlandse uitgever volgt haar werk al vanaf het begin en meteen toen er sprake was van een nieuw boek, zette hij in op vertaling.

Eigenzinnige beeldhouwster

Voor haar vorige drie romans putte Franck uit haar bewogen familiegeschiedenis, een familie met Joodse wortels die zich in haar jeugd vooral in de onconventionele culturele elite van Oost-Berlijn laat situeren. Waar Nina Hagen, zoals in het geval van Franck, zomaar je oppas kon zijn en protestzanger Wolf Biermann kind aan huis was. Bij Julia’s grootmoeder vooral dan, de eigenzinnige DDR-beeldhouwster Ingeborg Hunzinger met dubieuze Stasi-contacten, over wie Rug aan rug (2011) gaat. Francks bekendste boek, De middagvrouw (2007), is gebaseerd op het levensverhaal van haar vader, die in de chaos van naoorlogs Duitsland door zijn moeder op een treinstation werd achtergelaten.

Julia Franck (1970) is geboren in Oost-Berlijn. Op 8-jarige leeftijd vertrok ze met haar moeder, actrice Anna Katharina Franck, en drie zusjes naar West-Duitsland, waar ze eerst in Durchgangslager Marienfelde in Berlijn verbleven.

Vanaf haar dertiende woonde ze weer in Berlijn en studeerde er onder meer rechten, filosofie en nieuwe Duitse literatuur. Ze begon met schrijven voor kranten.

Vanaf 1997 publiceerde ze acht romans, waarvan De middagvrouw uit 2007 de bekendste is. Voor haar werk kreeg ze de de Ingeborg Bachmann-preis (2000) en de Deutscher Buchpreis (2007).

In het nieuwe Werelden uit elkaar komen al die verhalen samen maar concentreert Franck zich vooral op haar eigen jeugd. Hier verhuist het meisje Julia eind jaren zeventig met haar moeder en drie zussen van Oost-Berlijn naar West-Duitsland, een dorpje in Sleeswijk-Holstein. Het gezinsleven met haar instabiele moeder, actrice Anna, op een vervallen boerderij met gebrek aan alles (eten, warmte, aandacht) is op zijn minst chaotisch te noemen.

Slapen bij de geiten

Moeder Anna slaapt het liefst bij haar geiten en varkens in de stal, wast zich niet, loopt naakt rond – de buren schenken haar gordijnen. Of ze is zomaar ineens een paar dagen verdwenen en laat de kinderen alleen achter. Julia vlucht in haar dagboeken, waar ze obsessief in schrijft. De relatie met die dagboeken noemt ze haar enige betrouwbare relatie. Als ze dertien is, besluit Julia dat ze weg moet, en gaat bij vrienden van haar moeder in Berlijn wonen. Daar, jaren later, ontmoet ze Stephan, haar grote liefde.

U heeft tien jaar lang geen boek gepubliceerd. Waarom niet?

“Schrijven en publiceren zijn verschillende dingen. De afgelopen tien jaar moest ik een zekere ‘hermitage’ terugveroveren, een soort eenzaamheid. Ik ben aan twee totaal verschillende romans begonnen die ik allebei niet heb afgemaakt. Dit is het eerste wat ik voltooid heb.”

“Ik denk dat ik ouder moest worden voor dit boek, het gaat over ervaringen die ik lange tijd onwaarschijnlijk moeilijk vond om op te schrijven. Ik wilde daarbij ook tijd met mijn kinderen hebben. Die zijn inmiddels volwassen, 18 en 20, dus ik heb mijn vrijheid weer terug. Het was belangrijk voor mij, die tijd aan de schrijftafel én met de kinderen. Toen ze klein waren, was ik door het succes van mijn boeken voortdurend op reis, ik voelde me schuldig daarover.”

Werelden uit elkaar begint met een soort disclaimer, namelijk dat ieder van ons een andere werkelijkheid heeft en niemand zich in een van de personages zal herkennen. Hoewel ze allemaal overeenkomen met echte personen en hun echte namen dragen. Afwisselend is Julia ‘ik’, dan weer met meer afstand ‘het meisje’.

Wat lezen we? Een roman, autofictie?

“Ja, je komt al snel bij dat ingewikkelde woord autofictie. Het is literatuur, niet per se een roman, maar ook geen autobiografie. Voor mij gaat het boek over de vraag: hoe ontstaat herinnering? Hoe reconstrueer ik gebeurtenissen die ik zelf niet heb meegemaakt, of ervaringen die ik had maar die ik dankzij mijn dagboeken allang was vergeten. Vergeten ja. Het dagboek is het oord van het vergeten, daar kon ik dingen van me afleggen die ik als volwassen vrouw niet meer weet, dus ik lees over een meisje in een taal die mij vreemd is. Ik herken gebeurtenissen, namen, maar ik herinner me nauwelijks hoe het meisje dat toen ondervonden heeft. En hoe laat de herinnering van de een zich aanvullen door die van de ander? Bijvoorbeeld door het dagboek van mijn vader, de Stasi-dossiers van mijn grootmoeder, orale overleveringen die binnen een familie bestaan, van mijn overgrootouders, van mijn grootouders die ik nog zo goed gekend heb.”

Julia Franck Beeld Jildiz Kaptein
Julia FranckBeeld Jildiz Kaptein

Hoe betrouwbaar zijn die dagboeken? Misschien weet u niet altijd meer waarom u het toen zo opschreef?

“Integendeel, ik zie juist heel precies waarover ik níet schreef. Toen ik Stephan leerde kennen, mijn grote liefde, en voor het eerst op een vertrouwde, gelijkwaardige en liefdevolle manier sprak met iemand die levend tegenover me zat, merkte ik dat ik het dagboek bepaalde dingen niet meer wilde vertellen. Ook uit angst dat iemand het zou lezen. Na zijn dood kan ik in het dagboek ook heel duidelijk zien hoe de taal implodeerde, faalde, hoe ik in een soort sprakeloosheid verviel.”

Werelden uit elkaar is een intens en precies, maar geen sentimenteel boek. Het gaat niet over schuld of over slachtoffers. Wel over schaamte, eenzaamheid en over liefde en hoe je, hoe dan ook, iemand wordt. En over rouw. Het boek begint en eindigt met Stephan. Hij verongelukt. Op de fiets in Berlijn, op weg naar een afspraak met Julia.

Wat gebeurt in de loop van de tijd met dat gevoel van verlies? Verandert dat?

“Leven is leven met de dood. Ook zijn dood. Een kern blijft. Toen mijn kinderen klein waren, moest ik grote angsten overwinnen om ze alleen te laten fietsen. Bij mijn zoon duurde dat tot hij zestien was! (lacht) Absurd, want Berlijn is totaal niet zoals Amsterdam. Ik doe zelf alles op de fiets en helemaal niet braaf, ik rij kriskras, als een Hollander, door de stad. Maar ik dacht dat mijn zoon het verkeer niet zou overzien.’’

Fietste u stiekem achter hem aan?

“Precies, haha! Ik ben veel achter hem en mijn dochter aan gefietst, dat moet voor beide kinderen heftig zijn geweest. Maar ik heb het ze wel uitgelegd, waar die angst vandaan kwam. En ze leerden mij weer: je hoeft niet bang te zijn, doodgaan kan ons altijd gebeuren, maar we willen ook kunnen fietsen, zonder jou! Toch geloof ik niet dat dat een enorme last voor ze is geweest, integendeel. Ze weten hoe zwaar mijn kindertijd en jeugd was, en nu hoor ik van ze hoe verbaasd en verwonderd ze zijn dat ik hun zo een vertrouwde en intieme geborgenheid heb kunnen geven, hoewel ik die zelf nooit gehad heb. Behalve dat fietsen was ik ook niet overbezorgd.”

Talloos zijn de anekdotes in het boek, waarin de kinderen door hun moeder Anna alleen worden gelaten. Tijdens een treinreis naar Praag stapt ze zomaar uit de trein om sigaretten te kopen. Ze blijft zo lang weg dat de conducteur alweer fluit, de zusjes in paniek raken en uitstappen. Op de trap naar het perron komen ze Anna tegen, rokend, zich van geen kwaad bewust. Toch is de toon nergens verwijtend of rancuneus. Integendeel. Tegenwoordig heeft Julia Franck sporadisch contact met haar moeder. Ze raadde haar aan dit boek niet te lezen.

Mijn eigen dochter heeft een goed geheugen. Over voor haar heftige gebeurtenissen uit haar vroege jeugd zegt ze tegen mij: vergeven, maar niet vergeten. Hoe kijkt u nu naar uw moeder?

“Wat uw dochter zegt klopt, haar antwoord past bij het boek. Ik zou hetzelfde over mijn moeder kunnen zeggen: vergeven, maar niet vergeten. Natuurlijk blijven bepaalde ervaringen manifest, maar toen ik ouder werd, kreeg ik meer begrip voor wat mijn moeder als mens tekent, hoe zij zelf moest opgroeien met een moeder die weinig zorgzaam was – wat ik beschreef in Rug aan rug en ook in dit boek. Hoe ze later haar eigen traumata meenam. Je kunt het niet alleen verwaarlozing of achteloosheid noemen, er zit voor mij ook een zekere tolerantie en laissez-faire in haar gedrag. Er waren fases waarin ze zo zeer met haar eigen ontwikkeling en haar eigen leven bezig was, ze kon haar kinderen niet met een traditioneel, conventioneel bestaan beschermen. Zij niet, en mijn grootmoeder – die in de oorlog als Joodse vrouw in Italië niet mocht trouwen met de vader van haar kinderen – ook niet.”

Uw dagboeken leken therapeutisch te werken, maar u ging ook in psychoanalyse.

“Twee keer ja. Beide keren proefde ik ook de grenzen ervan, dingen die je ook hier niet kunt verwerken, maar die wel duidelijk kunnen worden, en dat met een echt mens tegenover je. Ik geloof dat het mij erg heeft geholpen. Op veel momenten in mijn leven voelde ik niet de kracht om te kunnen overleven, in veel, veel ­situaties voelde ik mij te zwak en te gevoelig. Het was ook ongewoon dat mijn moeder mij toen ik 12, 13 was toestond om te vertrekken, dat ik dat besluit vatte. Of ­eigenlijk, alleen maar kon denken: ik moet hier weg. En dat zij dat toeliet. In al haar chaos had ze toch een intuïtief gevoel dat voor mij het weggaan belangrijk was. En ik was te zwak om te blijven.”

Franck beschrijft in deze fase van het boek een tragikomisch dieptepunt, namelijk hoe Julia na lang wikken en wegen een brief stuurt naar schrijfster Luise Rinser, die ze zo bewondert. Rinser schrijft terug, maar de brief wordt half opgegeten door een geit die Julia’s moeder in de gang bij de brievenbus parkeerde. Onleesbaar. “Nee, ik durfde niet nog een keer te schrijven, ik schaamde me verschrikkelijk.”

In uw boek zijn de mannen dood of afwezig, maar uw grootmoeder las bijvoorbeeld alleen boeken van mannen. Had dat een reden?

“Dat weet ik eigenlijk niet. Mijn grootmoeder was een zeer veelzijdig geëmancipeerde vrouw, maar ze hield van mannen, ze vereerde ze. Vooral mannelijke beeldhouwers, generatiegenoten, ze was altijd verliefd. Haar enthousiasme voor kunst ging hand in hand met haar enthousiasme voor mannen, heel interessant. Ik ken dat niet, ik kan net zo goed verliefd worden op literatuur van vrouwen als van mannen. Zelf zie ik vooral de voordelen van die matriarchale genealogie van mij, voor mijn beroepsontwikkeling en zelfbewustzijn. Het was niet ideologisch gestuurd, dat mijn grootmoeder en moeder zonder man leefden, het was gewoon zo. Ik heb dat voortgezet, ook in mijn geval hebben veel gebeurtenissen en ervaringen gemaakt dat ik een alleenstaande moeder ben.”

Gaat u na dit boek nog verder met uw familie­geschiedenis?

“Ik voel me nu vrij om me eindelijk weer met het heden bezig te houden, zoals in mijn eerste boeken. Een Berlijn-roman? Eigenlijk is dit ook al een roman over Berlijn, de doorgangsstad bij uitstek.”

null Beeld

Julia Franck
Werelden uit elkaar
(Welten auseinander)
Vert. Els Snick
Wereldbibliotheek;
320 blz. € 22,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden