null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

OntdekkingsreizigstersMartha Gellhorn

Juist tijdens een oorlog kwam Martha Gellhorn non-stop inspirerende mensen tegen

‘Niets is zo goed voor eigendunk als overleven’, schrijft Martha Gellhorn. Als oorlogscorrespondent kent ze de hang naar het leven op de rand. Een verslaving die Iris Hannema gaandeweg is gaan begrijpen.

Iris Hannema

Ooit droomde ik ervan om oorlogscorrespondent te worden. Stoerder werd het niet, spannender wat mij betreft ook niet. Tot ik jaren geleden afreisde naar Brussel om voor een krant een oorlogsfotograaf te interviewen. Ik had zijn werk in boekvorm in de kast staan: zwart-wit foto’s om moedeloos van te worden maar tegelijk zo mooi, altijd een perfecte compositie en een bijzondere lichtval.

In de trein terug naar Nederland wist ik dat ik nooit oorlogsverslaggever zou worden. De fotograaf vertelde dat hij niet meer zonder oorlog kon, hij was eraan verslaafd. Als hij thuis was, voelde hij alleen nog maar dofheid en pas als hij weer naar een conflictgebied afreisde, stroomde het gevoel te leven terug in zijn aderen. Zijn bestaansrecht zat vast aan levensgevaar in combinatie met eigenbelang, niet aan het maken van nieuwswaardige foto’s. Geschokt was ik.

Belandde ik in een oorlog, dan vertrok ik als de wiedeweerga

Jaren later vertrok ik als reisjournalist naar spannende en getroebleerde landen, maar nooit naar oorlogsgebieden (al belandde ik er weleens eens per ongeluk, maar dan vertrok ik als de wiedeweerga).

Ik ben de oorlogsfotograaf uit Brussel nooit vergeten, ik ben hem zelfs gaan begrijpen. Leven op de rand levert het verslavende I’m alive-gevoel op: lak hebben aan het leven en tegelijkertijd weten dat er niets enerverender is dan het leven zelf. Toen ik de reisverhalenbundel Reizen met mijzelf en anderen van Martha Gellhorn (1908-1998) las, de beroemdste vrouwelijke oorlogsjournalist uit de twintigste eeuw, kwam ik de volgende zin tegen: “Niets is zo goed voor eigendunk als overleven”. Toen wist ik dat zij dat gevoel herkende.

null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

Martha Gellhorn werd geboren in St. Louis, in de Verenigde Staten, en verhuisde op haar 21ste naar Parijs met de ambitie om schrijver te worden. Ze rolde er in de journalistiek en kreeg invloedrijke vrienden; ze woonde zelfs een tijdje bij haar goede vriendin Eleanor Roosevelt in het Witte Huis.

Een scherpe tong is harder nodig dan een geweer

De eerste oorlog die ze versloeg was de Spaanse Burgeroorlog in 1937. Op D-Day, in 1944, stond ze gehuld in een verpleegstersuniform op de stranden van Normandië om verslag te doen. Gellhorn was een prachtige verschijning die bekendstond om haar scherpe tong, een karaktereigenschap die je als vrouw alleen op reis harder nodig hebt dan een geweer.

Na een reis door Turkije werd haar gevraagd of ze iets van de taal had geleerd, waarop ze antwoordde: “Ik heb in het Turks leren zeggen: rot op, ik ben oud genoeg om je grootmoeder te zijn.” Geweldig. Ik werd stante pede Gellhorn-fan.

Over haar werk als oorlogsjournalist, schreef ze: “Bang was ik altijd, om de precieze geluiden, geuren, woorden en handelingen te vergeten die bij het moment en de plek hoorden.” Geen doodsangst, maar alleen de vrees dat haar herinnering haar in de steek zou laten: alles voor het verhaal. Ook schreef ze over de aantrekkingskracht die oorlogsgebieden hebben op mensen, ook op haar: in oorlogen kom je non-stop inspirerende mensen tegen, “een steeds wisselende groep die door de omstandigheden tot buitengewone mensen werd gemaakt.”

Ze noemt hem discreet O.R., Onwillige Reisgenoot

Ook haar liefdesleven is noemenswaardig. Begin 1941 reist ze af naar China om verslag te doen van de Chinees-Japanse Oorlog. En terwijl ze normaal gesproken alleen reist (en lijdt), besluit ze op deze reis naar het Verre Oosten een reisgenoot mee te vragen. Iemand die er totáál geen zin in heeft, maar die ze met haar smeekbedes toch weet over te halen.

In het eerste hoofdstuk van haar zeer geestige reisverhalenbundel Reizen met mijzelf en anderen (1978) noemt ze hem discreet O.R., Onwillige Reisgenoot. En onwillig is hij. Van boord gestapt op Honolulu, Hawaï, waar hun reis begint, staat de reishaat al op zijn gezicht: “Als er nog iemand aloha tegen me zegt, dan zal ik hem eens in z’n mond spugen,” zegt hij woest.

null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

O.R. is haar echtgenoot Ernest Hemingway, al noemt ze hem niet bij naam. De twee leerden elkaar kennen tijdens de Spaanse Burgeroorlog en ze is, als derde echtgenote van de schrijver (en alcoholist), zeer aan hem gewaagd. Archetypisch zijn de scènes uit een huwelijk dat op reis zwaar onder druk komt te staan (‘reis nooit met een liefje’ zou in iedere reisgids als waarschuwing moeten staan).

Gellhorn moet onophoudelijk kokhalzen van het gerochel van de Chinezen en O.R. kijkt haar alleen maar zonder medelijden en vol leedvermaak aan. “Ik wil dood,” zegt Gellhorn tegen haar reisgenoot als ze koud en ellendig op een Chinees planken bed ligt in een stenen huis zonder wc. “Te laat”, antwoordt een smalende O.R. “Wie wilde er naar China?”

Hemmingway wilde de hoofdrol

Hun vijfjarige huwelijk overleeft de Tweede Wereldoorlog, maar eindigt in 1945. Volgens de verhalen kon Hemingway er niet mee leven dat zijn vrouw altijd op reis was; hij wilde de hoofdrol, maar was figurant in het leven van een vrouw die mogelijk wel eens meer van haar werk hield dan van hem. En ik snap dat: het verslavende gevoel dat living on the edge meebrengt, kan geen enkele liefde je schenken, ook Hemingway niet.

Naderhand hekelt Gellhorn iedereen die haar als de ex-vrouw-van ziet, maar van dat imago kwam ze nooit af, dat was de prijs die ze betaalde voor een huwelijk met een legende.

In de Sovjet-Unie bezoekt ze eens een penvriendin die ze mevrouw M. noemt (het betreft de Russische schrijfster Nadezhda Mandelstam). De week die ze doorbrengt in het krappe, rokerige appartementje waar op ieder uur van de dag wel intellectuelen en aanbidders van haar zijn, is kafkaiaans benauwend.

Het is zulke herkenbare reizigerspijn

En terwijl zij uit het beloofde land, de kapitalistische Verenigde Staten komt en verdorie de beroemde Gellhorn zelf is, heeft “niemand van hen me één vraag gesteld over het leven waar ik vandaan kwam, niet één enkele vraag van welke soort dan ook”.

Ook dat is zúlke herkenbare reizigerspijn: niemand zit te wachten op de reisverhalen van anderen, zelfs niet op die van een oorlogsjournalist die zeven oorlogen versloeg. Of zoals Gellhorn schreef: “De mensen praten liever over het weer dan dat ze luisteren naar onze gloedvolle verhalen over Kopenhagen, de Grand Canyon of Kathmandu”. Op negentigjarige leeftijd vond ze het welletjes en maakte ze een einde aan haar leven.

null Beeld

Martha Gellhorn
Reizen met mijzelf en anderen
Vert. Kees Helsloot en Leo Huisman. Rainbow Pockets; 1990
Oorspronkelijke titel: Travels with myself and another (1978)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden