InterviewJudith van Wanroij

Judith van Wanroij zingt Phèdre, en dat blaast je volledig van de sokken

Judith van Wanroij in de titelrol van Lemoyne's 'Phèdre' in 2017 in Caen.Beeld Grégory Forestier

Met de titelrol in ‘Phèdre’ van Jean-Baptiste Lemoyne zet Judith van Wanroij een prachtige kroon op haar jarenlange inzet voor onbekend Frans repertoire.

Hoewel ze ooit, tijdens een masterclass op het conservatorium van Amsterdam, te horen kreeg dat ze totaal ongeschikt was voor oude Franse muziek, is Judith van Wanroij uitgegroeid tot een specialiste én vedette in precies dat genre. Inmiddels heeft Van Wanroij met haar zangkunsten op een buitengewone manier bijgedragen aan de herontdekking van veel totaal vergeten Franse opera’s. Onlangs zette ze een prachtige kroon op al dat werk met de titelrol in de opera ‘Phèdre’ van Jean-Baptiste Lemoyne. Een werk dat niemand kende, maar dat je compleet van de sokken blaast. Niet in de laatste plaats door de magnifieke inkleuring van de tragische titelheldin door Van Wanroij.

De Nederlandse sopraan wordt steevast voor dergelijke rollen gevraagd door fameuze dirigenten, maar ook door de Franse tweelingbroers Benoît en Alexandre Dratwicki. De beide musicologen zijn specialisten in de Franse muziek tussen 1780 en 1920 en brengen het ene na het andere juweeltje uit op het label van Palazzetto Bru Zane. Deze ‘Phèdre’ is wederom een formidabele ontdekking. Alexandre Dratwicki schrijft in het voorwoord bij de cd-uitgave: “We hebben Phèdre toevertrouwd aan Judith van Wanroij, een artiest die excelleert in ontroerende interpretaties en die – hoewel niet francofoon – de betekenis van ieder woord proeft en een buitengewone gave heeft om de poëzie en de kleuren ervan op de juiste manier over te brengen”.

Veel smeuïgs

‘Phèdre’ werd gecomponeerd in 1786. Even ter verduidelijking, dat is het jaar van Mozarts ‘Le nozze di Figaro’. Maar de stijl van Lemoyne kan niet verder van die van Mozart af liggen. Hoewel de grote Gluck hem publiekelijk niet als zijn volgeling erkende, was Lemoyne dat uitdrukkelijk wel. Van Wanroij vermoedt dat Gluck jaloers was.

“De broertjes Dratwicki hebben iets met die Parijse periode na de glorietijd van Gluck. En ze zijn gecharmeerd van Madame Saint-Huberty, een zangeres die toen furore maakte en voor wie Lemoyne zijn Phèdre schreef. Zij was een luidruchtige lesbienne, die altijd stof deed opwaaien. Er is veel smeuïgs over haar geschreven en de Dratwicki’s houden wel van dat soort drama en intrige.

“In 2018 hebben we een uitgeklede kamermuziekversie van Phèdre gedaan, met tien man orkest en veel coupures. Toen we met die voorstelling door Frankrijk reisden, kwamen we erachter dat het toch wel echt heel goede muziek was. En dus besloot men de opera helemaal compleet op te nemen. Dat hebben we afgelopen september in Boedapest gedaan tijdens een concertante uitvoering met het Orfeo Orchestra onder leiding van György Vashegyi.”

Stembanden geruïneerd

“De rol is intens. Soms is het bijna niet te doen qua tessituur. Je gaat van heel laag naar heel hoog en de orkestratie is op sommige plekken heel luid. Mijn verre voorgangster Saint-Huberty beschikte over wat ze noemden de urlo francese, de Franse brul. Ze heeft in korte tijd haar stembanden geruïneerd, omdat ze als mezzo veel te hoge partijen zong. Als ze het vocaal niet aan kon, gooide ze er met een soort spreekstem zo’n brul tegenaan. Ik heb geen brulstem. En dus is het een kwestie van goed weten waar je gas moet geven, en waar je in moet houden om later niet de bocht uit te vliegen.

“Phèdre, verliefd op haar stiefzoon, is een psychologisch wrak. Ze draagt een afschuwelijk geheim mee. Maar ik zie haar verboden liefde, haar verraad, ook als een eerbetoon aan de man die ze ooit liefhad. In de zoon herkent ze de prachtige gelaatstrekken terug van de man van wie ze ooit hield. Toen we de complete versie deden, werd ik compleet overspoeld door de muziek. Ik wist letterlijk niet wat ik hoorde. Lemoyne heeft zulke prachtige scènes gecomponeerd. Het is een loodzware rol, maar je krijgt er zoveel moois voor terug.”

‘Phèdre’ van Lemoyne is op cd verschenen bij Palazzetto Bru Zane.

Beeld RV

Lees ook:

Tijd voor de echte Antonio Salieri

Toegegeven, Salieri is geen ­Mozart. Wie is dat wel? Maar ­Salieri is een echte vakman, die in ‘Tarare’ naar hartelust experimenteert met vormen, orkestraties en genres. Rousset en zijn Les Talens Lyriques laten geen detail ontsnappen, en de cast is uitstekend. ­Karine Deshayes (Astasie) is een geweldige tragédienne, en Judith van Wanroij (Spinette en La ­Nature) haar heerlijke zingende tegenpool. 

Aangrijpende ‘Orfeo’ van Judith van Wanroij en Jetske Mijnssen

Dan kan men hier en passant ontdekken hoe goed Mijnssen wel niet in haar vak is geworden, en kunnen we collectief in katzwijm vallen voor de hartverscheurend mooie klaagzangen die Judith van Wanroij als Orfeo uit haar keel tovert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden