Liefde voor Zwitserland

Journalist Louël de Jong vertelt waarom ze zoveel van Zwitserland houdt

Beeld Getty Images

Als kind kwam ze al in Zwitserland. Jaren later vlamt de liefde weer op bij het zien van de machtige bergen en het geluid van klingelende koebellen. Maar die folklore staat onder druk.

Sinds mijn jeugd kom ik in Zwitserland. Niet dat ik toen al dolenthousiast was, het was gewoon de deal: mijn vader hield van bergwandelen, mijn zus en ik wilden zon en een Italiaans meer (een strandvakantie was voor mijn ouders een no go) – dus deden we beide. En vertrokken we elke zomer in auto met vouwwagen richting de Alpen.

Van dikke takken maakten mijn zus en ik wandelstokken, in de souvenirwinkel kochten we zo’n metalen plaatje, een Stocknagel, om erop te spijkeren. Die stevige bergschoenen vonden we natuurlijk stom, maar het regende vaak (knetterend onweer ook). We stonden op campings waar het zwembad gevuld was met ijskoud bergwater, stapten door eeuwige sneeuw in de zomerzon en maakten lange wandelingen tussen grazende koeien met zwiepende staarten. Ondertussen fantaseerden mijn zus en ik alvast over het Lago di Garda met palmbomen eromheen. Als puber en twintiger ontdekte ik later Griekse eilanden, de Côte d’Azur en Europese steden.

Gegrepen door het bergvirus 

En toen gebeurde het, tijdens een tussenstop op weg naar het Zuiden. Ik was inmiddels getrouwd en moeder en snoof de zo vertrouwde Zwitserse berglucht op – die frisse, kruidige geur. Een onbeschrijflijk geluksgevoel overviel me. Ik keek naar de toppen en voelde een Alpenliefde zoals die van mijn vader in z’n puurste vorm opwellen. Had het mij geinig geleken te overnachten in het dorp waar ik vroeger vaker was geweest, werd ik onverhoeds gegrepen door het bergvirus. En staarde ik verzot naar de Eiger, Mönch en Jungfrau.

Beeld Louël de Jong

Het zaadje dat in de jaren zeventig was geplant kwam in één klap tot bloei. Nu was ik het die de kinderen optrommelde mee te gaan naar hooggelegen almen. Zo gingen we de laatste jaren onder meer naar Grindelwald, Les Diablerets en Zermatt. Reden we in rode tandradtrein­tjes, aten we raclette in berghutten en be­landden we op verschillende dorpsfeesten – die mijn tienerdochter overigens leuk vond omdat de avond ervoor lokale knapen in ontbloot bovenlijf de paviljoens in elkaar timmerden.

Wat is het dat mij zo gelukkig maakt zodra de eerste bergen opdoemen en ik een rode vlag met wit kruis zie wapperen? Het is nostalgie, maar kostbare jeugdherinneringen heb ik ook aan andere landen. Dit is anders. Het zijn de alpenweiden vol bloemen, donkerhouten chalets, stromende beken met grijsgroen gletsjerwater, het zicht op witte bergreuzen, wandelpaden met steeds andere vergezichten en boerendorpen waar het ruikt naar houtvuur.

En zeker ook de koeien met hun prachtige belgeklingel, ook wel ‘muziek van de bergen’ genoemd. Regelmatig hoorde ik tot laat in mijn tent, hotelkamer of slaapschuur het zachte geklingel in de verte.

Minder eetlust

Voor deze krant mocht ik eens in Grimentz, een van de mooiste dorpen van Zwitserland, een reportage maken over de désalpe, of, in het Duitstalige deel, de Alpabzug: de terugkeer van het vee na een lange zomer op de hoge almen. Met de herders lopen koeien, schapen en geiten in een feestelijke optocht het dorp binnen. Hierbij dragen ze hun allergrootste en mooiste bel, en zijn ze versierd met bloemen.

Het dragen van bellen is een eeuwenoude traditie, zo zijn de dieren vindbaar in de bergen. Op de hoge weides zijn herders verantwoordelijk voor de koeien van meerdere boeren. Twee keer per dag worden ze gemolken, dat begint in de vroege ochtend als het vaak nog donker is. In het voor- en najaar staat het vee op de lagergelegen weiden en ook daar dragen ze hun bellen.

Hoe romantisch en typisch Zwitsers dit beeld (en geluid) ook is, dierenactivisten en dierenwelzijnsorganisaties maken bezwaar. De bellen zouden te zwaar te zijn en het geklingel te hard voor de koeien. Het gerenommeerde Zwitserse Federale Instituut voor Technologie in Zürich (ETH) deed onderzoek naar het gedrag van koeien met een bel van vijf kilo om hun nek. Ze kwamen tot de conclusie dat de dieren lijden onder het geluid, en dat het hun eetlust vermindert. Verder schaadt het hun gezondheid niet.

Beeld Getty Images

De Nederlandse koebelactiviste

De Nederlandse Nancy Holten strijkt haar dorpsgenoten in het Zwitserse Gipf-Oberfrick al jaren tegen de ha­ren in. Bij Holten moeten de traditionele koebellen én het zondagse klok­gelui het ontgelden.

Haar voornaamste kritiek op de koebellen is het lawaai. Ze hing zichzelf een bel van vijf kilo om en het geklingel deed pijn aan haar oren. Hoe moet dat zijn voor een dier met een veel scherper gehoor, vroeg ze zich af? “De koeien willen de bellen in eerste instantie ook niet om, zeggen zelfs boeren. Dat ze het ding na een tijdje alsnog accepteren wil niet zeggen dat ze geen stress ervaren. “Doe niemand iets aan wat je zelf ook niet wil’, is mijn motto. Heel simpel.”

Ze zou graag meer onderzoeken zien: “Ik deed zelf een test. Ik filmde kalfjes die bij hun moeder wilden drinken, maar zodra mama met haar kop schudde, en er dus geklingel te horen was, liepen ze weg. Hield ze haar kop weer stil, dan kwamen de kalfjes terug.”

Holten vindt het alleen maar logisch dat de loodzware en luide bellen niet prettig zijn voor de dieren. “In het dorp kijken mensen mij nog steeds na als ik voorbij fiets. Het doet me niet veel. Het is nooit mijn bedoeling geweest het geluksgevoel van de Zwitsers aan te tasten. Of hun traditie. Het gaat mij puur om de dieren.”

Dat zagen de Zwitsers anders: Holten had hen in hun tradities, ja, hun identiteit geraakt. Dat merkte Holten toen ze een Zwitsers paspoort aanvroeg. In plaatselijke referenda werd haar verzoek tweemaal afgewezen.

Holten zocht het hogerop. Het kanton Aargau besliste dit voorjaar dat ze toch Zwitser kon worden. Holten: “Ik wilde dat graag. Ik ben weliswaar geboren in Nederland, maar groeide op in Zwitserland. Ik voel me hier thuis, dit is mijn Heimatland.” Met haar drie kinderen spreekt ze Zwitserduits en Nederlands.

“Ik ben trots hier te wonen. Dit land is klein, maar de natuur is zo divers. Het is schoon en de mentaliteit zorgvuldig. Wij voelen ons veilig hier. Het land is altijd neutraal geweest, dat heeft de inwoners ontwikkeld tot vrije geesten. Ik pleit voor alpenweiden waar je kunt wandelen en in alle stilte koeien kunt zien.”

Nu Holten de Zwitserse nationaliteit heeft verworven, wil ze de Nationale Raad (het parlement) in. Ze is kandidaat voor de Piratenpartij. 

Nationaal symbool

Stemmen gaan op om de koeien te voorzien van gps-trackers, zodat ze te vinden zijn met de smartphone van herder of boer. Dan kunnen de bellen af. En er is nog een voordeel: als een koe ziek is en gaat liggen hoor je de bel niet, een ­gps-systeem spoort het dier wel op. Maar de Zwitserse boerenorganisatie SBV werpt tegen dat de gps-ontvangst in de bergen niet optimaal is, en vraagt zich af waar de wetenschappers zich mee bemoeien. Al eeuwenlang werken zij met koeien, als de bellen leed zouden veroorzaken, zou dat zijn opgemerkt.

Toch krijgen de dierenactivisten langzaamaan meer bijval. Kranten besteden er aandacht aan, in tv-reclames zijn al koeien zonder bel te zien en op social media wordt ondertussen fel gediscussieerd.

Dat debat gaat natuurlijk over meer. Het raakt Zwitsers in hun hart. Ze hebben eerbied voor hun bergen en tradities. Niet alleen boeren, velen zijn opgegroeid met het geklingel. De koebel staat voor het eeuwenoude bergleven, is daarmee een nationaal symbool geworden én het visitekaartje van hun alpenweiden. Passen deze alpenweiden met koeien nog wel in het prentenboek naast hoge bergen, gletsjers, stromende rivieren, edelweiss en houten chalets? Ja hoor, daarover is iedereen het eens. De vraag is alleen of dat met of zonder bel moet.

Beeld Louel de Jong

Meebuigen met de tijd

Dat brengt me bij een vergeten pluspunt: de stilte. Want op plekken waar geen vee graast, vind je die nog in de bergen – het gezoem van bijen, stromen van water en gekrijs van steenarenden niet meegeteld. Na omzwervingen langs drukke costa’s en eilanden heb ik daar steeds meer behoefte aan. In een wereld waarin we zo gemakkelijk overprikkeld raken, is stilte een verademing. Te midden van machtige bergen word je nederig en met je wortels de grond ingetrokken. Toen ik een oude gids vroeg wat hij had geleerd van leven in de bergen, zei hij: “Simpelweg leven met de seizoenen. Volg de natuur.” Meebuigen dus, met de tijd en het leven. Dat geldt ook voor sommige tradities.

Wie weet gaan mijn kinderen straks met hun kroost naar Zwitserland en horen ze geen muziek van de bergen meer. Hangen de koperen bellen voor altijd in schuren en stallen. Maar de stilte op de almen zal hen kalmeren, de koeien zullen grazen en hun staarten zwiepen.

Lees ook:

Het is feest in Zwitserland, de koeien komen terug

In veel Zwitserse bergdorpen vindt in de herfst de désalpe plaats: het naar beneden komen van de koeien van de hoge almen. Een belevenis in Grimentz.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden