Recensie Expositie

Joris Ivens keek naar de lucht en wachtte op regen

Joris Ivens maakt opnames voor de film ‘Regen’, 1928. Beeld Germaine Krull

Fotografen en filmers kwamen in de jaren twintig en dertig vanuit heel Europa naar Amsterdam. Hun experimenten met perspectief, industrie, licht en water zijn nu samengebracht in een tentoonstelling.

Filmmaker Joris Ivens keek tussen 1927 en 1929 continu naar de lucht. Niet omdat hij wachtte op mooi weer voor in zijn films, hij hoopte juist op regen. Samenpakkende wolken, een verontrustend opstekende wind, druppels aan de brugleuningen en vooral die eerste regendruppel in de gracht. Hij moest ze allemaal verzamelen voor zijn regenfilm.

De winter van 1928 was zo streng dat hij zelfs even aan een andere film begon, werktitel ‘Schaatsen’. Maar het geduld werd beloond, en ‘Regen’ is nu een van de hoogtepunten van de nieuwe tentoonstelling over foto en film in Amsterdam tussen 1920 en 1940, in het Amsterdamse Stadsarchief. Hoe Amsterdams dat ook mag klinken: onder de kunstenaars die in die periode in de hoofdstad werkten, waren amper geboren en getogen Nederlanders te vinden.

Europa kwam na de Eerste Wereldoorlog weer in beweging, kunstenaars kwamen in Amsterdam vanuit Polen of Duitsland, reisden heen en weer vanuit Parijs, Wenen of Boedapest. Vanwege de ligging en vanwege vriendschap met Nederlanders ontstond zo in Amsterdam een netwerk van kunstenaars. Kunstenaars die met grote stappen vooruit wilden. Vooruit naar een nieuwe manier van kunst maken, met film en fotografie. Niet omdat die technieken zo goed verhalen konden vertellen, maar omdat ze de moderne wereld, met de nieuwe gebouwen en wringende sociale verhoudingen zo mooi konden vangen.

Of je voor het eerst je ogen opendeed

Vreemd genoeg was er nog niet eerder een tentoonstelling over deze eerste bloeiperiode in de Nederlandse film- en fotogeschiedenis. Conservator Anneke van Veen haalde films en foto’s van ver buiten Nederland, de meeste kunstenaars trokken na Amsterdam immers ook weer verder. Zo zijn er bijna driehonderd foto’s, films, tijdschriften en fotoboeken te zien, van onbekende én bekende namen zoals Erwin Blumenfeld (werd internationaal modefotograaf in de VS), Eva Besnyö (geboren in Hongarije) en de in Berlijn geboren Paul Citroen. Veel van dat werk is uitzonderlijk goed jeugdwerk, experimenteel, we zien niet alleen de grote projecten maar ook de kiekjes die ze maakten van elkaar, zoekend naar richting. Na het zien van fotoboeken van Duitse en Russische avant-gardisten zei Eva Bes­nyö later: ‘We konden opeens zien, het was of je voor het eerst je ogen opendeed’.

Carel Blazer, Zelfportret met Ineke, 1933.

In de tentoonstelling hebben vrijwel alle foto’s een schuine lijn, een schuin perspectief, een onverwachte hoek. Bijvoorbeeld in het fotograferen van de industrie. Wie weleens geprobeerd heeft een wolkenkrabber te fotograferen weet hoe frustrerend dat kan zijn. Het gebouw is zo reusachtig dat je maar een klein stuk ervan in beeld kunt vangen. En als je zo ver wegloopt dat het hele gebouw erop past, is de overweldiging weg.

Er waren opvallend veel vrouwen actief in de fotografie en film. Germaine Krull, geboren in wat nu Polen heet en meegekomen met haar vriend Joris Ivens, vond dwalend door de Amsterdamse haven haar eigen oplossing: ze klom in de bouwkranen, maakte close-ups van de metalen constructies. Later in Parijs werd ze bekend met deze in Amsterdam gemaakte foto’s, het boekje ‘Métal’ is nu ook in Amsterdam te zien.

Filmcamera’s werden lichter en dus makkelijker mee te nemen. Meer nog dan de foto’s, die immers toch statisch blijven, vallen de films op door hun snelle montage en experimentele onderwerpen. Op de expositie draait ‘Wij en het verkeer’, een film uit 1933 van Max de Haas, waarbij de camera vanuit een auto het chaotische stadsverkeer filmt, dóór de fietswielen, recht tegen de opgestoken hand van oom agent. Het meeste beeld is in zwart-wit, toch is er ook een kleurenfilm uit 1933, ‘Diepte’, die meteen zo psychedelisch is dat-ie eerder uit de jaren zestig lijkt te komen.

Hoogtepunt is, zoals gezegd, Ivens’ film ‘Regen’, in de aparte filmzaal draait die (tussen een mooie selectie andere films) met de in 1941 speciaal door Hanns Eisler gecomponeerde muziek. Van de eerste regendruppel, openklappende paraplu’s, tot de glimmende geasfalteerde straten, beslagen ramen in de tram tot de watervallen uit de regenpijpen, hij kreeg het allemaal voor z’n camera. En mede dankzij de foto’s die Krull maakte en in Parijs toonde van de onder een paraplu filmende Ivens werd de film een klaterende doorbraak.

★★★★
‘Modern Perspectives: Foto en film, Amsterdam 1920-1940', tot 16 februari in Stadsarchief Amsterdam. Op www.amsterdam.nl/stadsarchief staat ook een podcast over de tentoonstelling.

Lees ook:

Deze foto’s van Hollandse helden uit de jaren ’60 zijn decennia later eindelijk te zien

Van mediatraining hadden ze nog nooit gehoord, de sporthelden, tv-sterren, acteurs en schrijvers die in de jaren zestig ongedwongen poseerden voor de camera van Louis van Paridon. Decennialang lagen hun beeltenissen te verkommeren in een boerenschuur. Nu zijn ze voor het eerst weer te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden