InterviewJonas Poher Rasmussen

Jonas Poher Rasmussen: ‘Dat een verhaal over homo én vluchteling zijn bij de Oscars te zien is, is heel belangrijk’

De Deense regisseur Jonas Poher Rasmussen, wiens film 'Flee' genomineerd is voor een Oscar.  Beeld Reuters
De Deense regisseur Jonas Poher Rasmussen, wiens film 'Flee' genomineerd is voor een Oscar.Beeld Reuters

Vijfentwintig jaar geleden vluchtte het jongetje Amin vanuit Afghanistan naar Denemarken. Zijn jeugdvriend Jonas Poher Rasmussen, nu regisseur, verwerkte zijn verhaal tot een geanimeerde documentaire. ‘Flee gaat meer over Amins pijn en woede dan over de feiten.’

Ronald Rovers

In een klein Deens dorp raakte Jonas Poher Rasmussen 25 jaar geleden gefascineerd door een nieuwe klasgenoot. Amin was een jongen uit Afghanistan die zonder ouders of andere familie was gearriveerd. Toch zou het nog heel lang duren voordat Rasmussen over Amins ervaringen zou horen. Pas toen ze samen hadden besloten er een film over te maken.

Het verhaal van Flee, over een jongen die alles achter moet laten in Afghanistan en via een maandenlange omzwerving via Rusland uiteindelijk in Denemarken belandt, wordt verteld in een ongebruikelijke combinatie van animatie en documentaire. Dat kan vreemd lijken, maar juist die vorm zorgde ervoor dat Flee gemaakt kon worden, vertelt regisseur Rasmussen telefonisch vanuit Kopenhagen. Zijn film is een grote kanshebber voor een Oscar.

Heeft het niet iets dubbelzinnigs dat u langs Oscarfeestjes moet met een film die zo’n verdrietig waargebeurd verhaal vertelt?

“Het verhaal moet verteld worden, zo simpel is het. Ik heb hier zo lang aan gewerkt dat ik ervan geniet dat Flee blijkbaar bij zoveel mensen over de wereld weerklank vindt. Dat een verhaal over nota bene homo zijn én vluchteling op een podium als dat van de Oscars te zien is, is heel belangrijk voor een groep mensen die zichzelf nooit op dat grote doek gerepresenteerd zien.”

Flee laat flarden zien van Amins levensverhaal. Het is intens, persoonlijk en pijnlijk en hij zou dat nooit aan een willekeurige regisseur verteld hebben. Wat was uw relatie met Amin voor de film?

“We zijn al heel lang vrienden. Ik groeide op in een klein dorp in Denemarken. Toen ik vijftien werd, was daar opeens Amin bij ons op school. Helemaal uit Afghanistan, zonder familie. Hij woonde bij een gezin bij ons om de hoek en elke ochtend zagen we elkaar bij de bushalte om naar de middelbare school te gaan. We raakten bevriend. Dat was 25 jaar geleden. Ook toen al wilde ik meer van hem weten, maar hij wilde niet praten over zijn verleden. Ik respecteerde dat, maar zijn verleden bleef als een soort groot vraagteken heel aanwezig in onze vriendschap. Vijftien jaar geleden, ik maakte toen radio-documentaires, vroeg ik het hem opnieuw: wil je er op de radio over vertellen? Hij zei weer nee. Maar ook dat hij inzag dat hij er op een bepaald moment over moest gaan praten.

“Een paar jaar terug kreeg ik hier in Denemarken de vraag of ik een idee had voor een geanimeerde documentaire. Ineens dacht ik: zó moeten we Amins verhaal vertellen. Hij was meteen geïntrigeerd door het feit dat hij anoniem kon blijven en toch over zijn ervaringen kon vertellen. De stemmen die je hoort in Flee zijn onze stemmen. Voor hem was dat de eerste keer dat hij erover sprak.”

Maar animatie is een traag proces: je moet een stijl kiezen en dan pas kunnen de animatoren aan het werk. Hoe verhield dat artistiek proces zich tot de gesprekken die jullie hadden?

“In het begin dachten we dat Flee een korte film zou worden. Maar toen Amin zich steeds meer openstelde, groeide en groeide het verhaal. Ik denk dat we in de tijdspanne van vier jaar zo’n twintig gesprekken hebben gehad. Ondertussen probeerden we een stijl te vinden die recht deed aan Amins getuigenis. De stijl moest authentiek voelen. Dus Afghanistan in de jaren tachtig moest het gevoel geven van Afghanistan in de jaren tachtig. Moskou jaren negentig idem dito.

“Animatie gaf ons bovendien de mogelijkheid om Amins trauma’s op een surreële manier te verbeelden zodat we zijn ervaringen beter aan het publiek konden overbrengen. Ik kon horen wanneer de pijn of de woede bovenkwamen. Hij ging dan langzamer praten, vergat de Deense woorden en sprak incoherenter. Flee gaat nog meer over die pijn en die woede dan over de feiten van Amins ervaringen.”

Amin lag ook echt op een sofa tijdens die gesprekken, wat heel nadrukkelijk een therapeutische setting is. Waarom die vorm?

“Het is een techniek die ik heb geleerd toen ik radiodocumentaires maakte. Bij radio ziet de luisteraar natuurlijk geen beelden dus is het belangrijk dat je de mensen die je interviewt beeldend laat vertellen. Door ze op een sofa te leggen, hun ogen dicht te laten doen en ze in de tegenwoordige tijd te laten praten, keren ze makkelijker terug bij herinneringen. Dus als ik Amin begon te interviewen, vroeg ik altijd eerst naar de plek waar hij was in zijn herinneringen. Wat zie je om je heen? Wat ligt er op de grond? Hoe ruikt het daar? Dat helpt echt om dingen uit je geheugen naar boven te halen, en die details zijn ook handig voor de animatoren.”

In Flee hangt een sluier van triestheid over alles wat Amin vertelt. Ergens zegt hij: ‘Mensen kunnen zich niet voorstellen wat er binnenin je kapotgaat als je vluchteling bent’. Voelt hij zich nog steeds zo?

“De ervaring heeft hem voor het leven getekend. Inmiddels gaat het goed, hij zit niet meer vast in het verleden. Maar hij is zeker getekend. Angst en woede zullen altijd bij hem blijven.”

Lees ook:

Recensie: Vluchteling Amin vertelt hortend en stotend zijn verhaal in animatiedocu Flee

Opvallend is dat Amin als verteller steeds met andere informatie komt, alsof hij moeite heeft om het ware verhaal te vertellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden