Review

Jomanda heks noch heilige

'Jomanda, heks of heilige?'. De vraag behelst uiteraard een vals dilemma. Dat weet de Haagse dominee dr. Piet Schelling beter dan sommige andere gereformeerden. Toch heeft een boekje van hem die titel meegekregen (van een starre stafrijmer bij Kok te Kampen?).

Schelling beschouwt paranormale gaven als een scheppingsgegeven en erkent dat ze “helend kunnen werken”. Daarmee schaart hij zich nog lang niet onder de jomandisten, maar zijn beoordeling van de neo-spiritiste, zoals hij haar noemt, is in elk geval heel wat genuanceerder dan de titel suggereert. Navolgenswaard is vooral de hóúding die Schelling tegenover Jomanda's aanspraken aanneemt: kritisch, maar ontspannen, open en mild (Kok; 75 blz., ¿ 17,50).

Aan krampachtiger gelovigen (van orthodoxe signatuur) bieden de psychiater/theoloog P. J. Verhagen en de psychologe T. E. de Bruin-Molenaar een handreiking in Angsten en fobieën (Groen, Leiden; 172 blz., ¿ 24,95). Hun actieradius reikt van vrees voor insekten tot angst voor de Here, en van Rohypnol en Prozac tot geneeskrachtige beschouwingen van Bunyan, à Brakel en Comrie.

In Vraagbaak bij verslavingen (Groen, 125 blz., ¿ 19,95) presenteren Frans Koopmans en ex-verslaafde Ruud Schalken basisinformatie die - een enkele opmerking daargelaten - ook door kinderen der duisternis als zakelijke voorlichting kan worden verwelkomd. Koopmans is hoofd voorlichting bij de De Hoop, een evangelisch opvangcentrum voor verslaafden. Het werd in 1975 opgericht door Dordtse christenen die met lede ogen aanzagen hoe hun woonplaats degenereerde tot de derde drugsstad van Nederland. Zo ongeveer staat het in Leefgemeenschappen in Nederland - Hulpverlening, opvang en bezinning, een gele gids voor zoekers en ontredderden, samengesteld door Elisabeth Riphagen-Hamoen (Kok, Kampen; 312 blz., ¿ 25). Dit overzichtelijke naslagwerk etaleert zo'n 300 christelijke centra, variërend van het Amsterdamse Huiskamerproject voor straatprostituées tot de Priorij Regina Pacis te Valkenburg aan de Geul, toevluchtsoord voor “een ieder die op zoek is naar stilte en gebed, met name dames”.

Verhelderend voor iedereen, zogenaamde heren niet uitgezonderd, zijn dr. Dan B. Allender's praktisch-psychologische analyses, toegelicht met veel (Amerikaanse) voorbeelden, in Voor het leven getekend - Hoop voor slachtoffers van seksueel misbruik. De expliciet therapeutische gedeelten veronderstellen op zijn minst enige ontvankelijkheid voor de gedachte, dat “Gods genade vrede kan schenken, al wist ze de schade niet uit, tenminste niet in dit leven” (Navigator-boeken, Novapres, Apeldoorn; 275 blz., ¿ 27,95).

André Chouraqui

Hoe vier hervormde zendingsorganisaties tot 1951 aankeken tegen de islam, registreert de hervormde predikant Wouter Smit in zijn dissertatie De islam binnen de horizon (Boekencentrum, Zoetermeer; 312 blz., ¿ 49,90). Leerzaam voor wie zich afvraagt waarom de tweede godsdienst van Nederland hier geen betere reputatie heeft. Groot is de afstand tussen de wereld die Smit schetst, en de zienswijze dat de conflicten tussen christenen, moslims en joden, die “de wereld met kreten van ellende vervuld” hebben, “belachelijk (zijn) op het politieke vlak, en miezerig in godsdienstig opzicht”. Zo denkt, blijkens zijn indrukwekkende autobiografie Sterk als de dood is de liefde, André Chouraqui erover - en hij heeft enig recht van spreken.

Chouraqui (1917) is jood, jurist, Israëliër en voormalig onderburgemeester van Jeruzalem. Hij was persoonlijk adviseur van premier Ben Goerion en hielp onder Begin het bezoek voorbereiden dat de Egyptische president Sadat aan Jeruzalem bracht. Zijn boeiende verslag van een veelbewogen leven portretteert óók een diep spiritueel mens, die niet alleen het Oude en het Nieuwe Testament in het Frans vertaalde, maar tevens de Koran, een prestatie die grote internationale belangstelling trok. Chouraqui's levensverhaal paart - een helaas vrij zeldzame combinatie - diepgang aan leesbaarheid (Kok/Altiora, Kampen/Averbode; 506 blz., ¿ 62,50).

Twee academische geschriften tot slot. Het bevattelijkst is het Nijmeegse proefschrift waarin S. D. Post, schoolleider en lid van de Gereformeerde gemeenten, leven en werk belicht van de 18e-eeuwse piëtistische dichters Pieter Boddaert en Rutger Schutte. Verwacht er geen uitvoerige poëticale en verstechnische uiteenzettingen van; die zouden vermoedelijk ook de moeite niet lonen (Posts promotor, P. J. Buijnsters, deed Boddaert ooit af als 'een Middelburgse rijmelaar' en diens werk als 'katechisaties op rijm'). Rijmelaar

Wat Post vooral interesseert, zijn de levensgang en de bevindelijke thematiek van twee dichters die - om zijn definitie van toenmalige piëtistische poëzie te citeren - “in de tale Kanaüns de dynamische werkelijkheid van het leven des geloofs beschrijven”. Informatief is, tussen haakjes, de dissertatie tevens voor wie weinig afweet - en dat betreurt - van de verwikkelingen rondom de Psalmberijming van 1773 (Pieter Boddaert & Rutger Schutte; uitg. Den Hertog, Houten; 477 blz. ¿ 49,50).

De bundel Christian Philosophy at the Close of the Twentieth Century - neerslag van een congres uit 1994 ter nagedachtenis aan Herman Dooyeweerd - richt zich allereerst tot aanhangers van de wijsbegeerte der wetsidee, maar behelst ook bijdragen uit de kring rondom het Amerikaanse tijdschrift 'Faith and Philosophy' (red. S. Griffioen en B. M. Balk; Kok, Kampen, 224 blz., ¿ 39,50).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden