Review

Johnny Depp als excentrieke Errol Flynn

In 'The Pirates of the Caribbean: the Curse of the Black Pearl' speelt Johnny Depp piraat Jack Sparrow als een beschonken nicht. Dronken van drank of van te veel zon, dat laat het verhaal in het midden, zwaait hij over land als een zeeman wiens benen maar niet aan het vaste land willen wennen. De bruine ogen zwart omlijnd met een dikke laag mascara. Hij draagt dreadlocks aan hoofd en kin, opgetooid met poppetjes en kettinkjes. Lange glinsterende oorbellen. Hij wappert met de vuile handen alsof er voortdurend nagellak moet drogen. En wat er ook aan de hand is, of hij nu opgesloten zit in een kerker in een brandende Britse nederzetting, of net gedropt is op het onbewoonde Isla de Muerta, de niet van zijn stuk te brengen Jack Sparrow blijft relaxed formuleren in langgerekte zinnen die hij steevast besluit met een lijzig 'savvy?' (snappie?)

Het is een vreemde vogel, deze 18de-eeuwse piraat met filosofische natuur, volgens de acteur zelf geïnspireerd op Keith Richards, stripfiguur Pepe de Pew en de gemiddelde rasta die tegenwoordig het Caribisch gebied opsiert. Excentriciteit is een specialiteit van Depp die met vergelijkbaar genoegen gestalte gaf aan filmregisseur/travestiet Ed Wood ('Ed Wood'), de Cubaanse transseksueel Bob Bon ('Before Night falls') en aan een op hol geslagen Don Juan ('Don Juan de Marco'). In het door 'Shrek'-schrijvers Elliott en Rossio geschreven 'The Pirates of the Caribbean' is Depp zo het hoekigste ingrediënt in wat verder een vrolijk stemmende, doorsneepiratenfilm is - voorzover je dezer dagen nog van doorsnee piratenfilms kan spreken. Een die Errol Flynn niet zou hebben misstaan in ieder geval. Gebaseerd op een in Amerika populaire Disney-attractie voert 'The Pirates of the Caribbean' een strijdbare dame in nood op, een boosaardige piratenkapitein Barbossa (Rush), een heldhaftige rebel, een onbewoond eiland met klinkende Spaanse naam; een vloek, een spookschip, wandelende skeletten, onthande Britse soldaten; veel bijzonder slechte gebitten en erg veel, lang uitgesponnen (door Flynns oorspronkelijke trainer Anderson begeleide) zwaardgevechten die er niet spannender op worden als er gevochten wordt met ondoden die toch niet meer dood kunnen. De tweeënhalf uur had best beknopter gekund maar het is dankzij de ironische terzijdes (moeizaam geruk aan het zwaard, te lang tollen met het hoofd, gedoe met glazen oog) en die rare Depp met zijn gekke maniertjes, dat je er toch een glimlach aan overhoudt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden