Interview Johnny de Mol

Johnny de Mol: Met humor bereik je meer dan met een belerend vingertje

Johnny de Mol op de Blaricumse hei Beeld Bram Petraeus

‘Wie iemand kan helpen maar dat nalaat, is een lul’, brult de zaal aan het einde van ‘Hier is De Mol!’ mee. Met zijn eerste onemanshow hoopt Johnny de Mol het theaterpubliek aan te zetten tot medemenselijkheid, door anekdotes uit zijn rock-’n-rolltijd te vermengen met zijn ervaringen op Lesbos. 

Hij zet een flesje water aan zijn mond, een poging zijn tranen weg te slikken. Ook in de zaal is het gelach weggestorven. “Mijn eerste avond op Lesbos heb ik twee uur lang met dat jongetje op schoot gezeten”, herpakt Johnny de Mol zich. “Vol vertrouwen had zijn vader hem bij aankomst aan wal in mijn armen gedrukt, omdat hij zijn rol als ouder van de uitputting niet langer kon vervullen.”

Op het scherm achter De Mol verschijnt een foto van een klein, maar tjokvol dobberend bootje. “Al gauw zagen we opnieuw lichtjes op zee. En diezelfde man, die vader, die eerder die nacht zelf wanhopig de Griekse kust had bereikt, gaf de aangereikte dekens nu weer terug. ‘Wij zijn veilig en warm’, zei hij, ‘Nu is de volgende groep aan de beurt.’”

Medemenselijkheid, daartoe hoopt De Mol het publiek aan te zetten met ‘Hier is De Mol!’. In zijn eerste onemanshow, die vanavond in première gaat in het Amsterdamse DeLaMar Theater, wisselt de acteur, programmamaker en zoon van zangeres Willeke Alberti en ­me­diamagnaat John de Mol familieanekdotes af met dronkemanverhalen, foto’s van zijn kinderen en zelf gezongen liedjes. De voor­stelling is een mozaïek van losse fragmenten. Maar één leus keert steeds terug: ‘Wie iemand kan helpen maar dat nalaat, is een lul’.

Witte hetero

“Ik weet waar mijn wieg heeft gestaan”, legt De Mol (40) na de try-outs uit in een ­restaurant op de hei van zijn woonplaats ­Blaricum. “En besef dat ik als witte, man­nelijke ­hetero een voorsprong heb op ­anderen. Maar tijd en aandacht zijn het enige wat nodig is om te helpen. Dat kost niks. Dus doe eens een keer boodschappen voor je oude buurvrouw, klop aan bij het hondenasiel of ga een middag afval rapen in de natuur. Voor medemenselijkheid hoef je heus niet helemaal naar Lesbos.”

Op dat Griekse eiland liggen de wortels van ‘Hier is De Mol!’. Het is de plek waar De Mol ­geregeld naartoe vliegt, sinds de foto van de verdronken en aangespoelde Syrische peuter Alan Kurdi de wereld vier jaar geleden over ging. De aanblik van die afbeelding deed hem in september 2015 besluiten zijn vakantieplannen te veranderen, zo vertelt hij in de voorstelling. In plaats van met alcohol over­goten nachten op Ibiza, zag De Mol de zon ­samen met vier vrienden opkomen op het strand van vissersdorp Molyvos, waar zij vluchtelingen een week lang hielpen om veilig aan land te komen.

Van kamp naar campus

De reis leidde tot de oprichting van Movement On The Ground, een hulpstichting gebaseerd op de filosofie ‘van kamp naar campus’. “Wanneer je mensen opsluit als beesten, dan worden sommige mensen beesten. Maar als je vluchtelingen ziet en behandelt als mensen die wat kunnen en willen, en ze opvangt in een schone en overzichtelijke omgeving, dan gaan veel mensen zich daarnaar gedragen en ontstaat een gemeenschap.”

Twee dagen na het interview zal De Mol ­opnieuw naar Lesbos afreizen. “De vluchtelingenstroom vanuit Turkije is de afgelopen maanden weer toegenomen, het is alle hens aan dek. Gisteren zijn er 1450 mensen naar het vasteland gebracht, wat een beetje lucht en vertrouwen geeft op het eiland. Maar het is dweilen met de kraan open: in drie dagen tijd kwamen er ook 1500 mensen aan. De kampen zitten overvol. Toch delen bewoners van onze commune, de vluchtelingen zelf dus, alles wat ze hebben, van eten tot slaapzakken. Ze ­helpen mee bij het aan wal halen van nieuwkomers. Dat komt, denk ik, omdat wij deze mensen voor vol aanzien.”

Dat is waar de stichting om draait, aldus de tv-presentator. “Het antwoord op de vraag of alle vluchtelingen in Europa toegelaten zouden moeten worden, heb ik niet. Ik snap best dat sommigen terug zullen moeten naar hun eigen land, ik ben geen linkse activist en ­probeer zoveel mogelijk weg te blijven van ­politiek. Maar ik wil wel dat iedereen humaan wordt behandeld.”

Jarenlang hield u uw werk voor Movement On The Ground onder de pet. Waarom?

“Toen ik die eerste keren uit Lesbos terugkwam in Nederland, was ik gefrustreerd en boos. Dat zoiets gaande was, zo dichtbij, van binnen schreeuwde ik het uit. Stond ik daar bij de opnames van ‘Holland’s Got Talent’ kandidaten te ontvangen voor een talentenjacht. Toch iets anders dan iemand opvangen die met vier kinderen aankomt in een gammel bootje.

“Maar was ik toen met mijn boodschap naar buiten getreden – lees eens wat daar gebeurt, help mee! – dan had ik mensen niet bereikt. Mijn omgeving wees me erop dat ik te emotioneel was, mijn verhaal was niet goed genoeg. En dus ben ik me eerst gaan inlezen en heb ik omringende landen met oorlogsgebieden ­bezocht, zoals Jordanië en Libanon. Ik heb de tijd genomen om de situatie op Lesbos goed en rustig te kunnen uitleggen.

“Inmiddels heb de juiste tone of voice ­gevonden en kan ik mensen de ogen openen zonder dat het al te heftig wordt. De voorstelling is een soort muzikale Ted-talk met wat grappen en grollen. Ik vertel over de heftige dingen die ik op Lesbos heb meemaakt, maar zing ook liedjes en deel persoonlijke verhalen, zoals over die Koningsdag waarop ik mijn toenmalige schoonouders voor het eerst ­ontmoette en iets te veel xtc op had. Die af­wisseling is ­belangrijk. Want met een positieve toon en humor bereik je meer dan wanneer je boos en belerend met een vingertje gaat wapperen.”

Beeld Bram Petraeus

Denkt u echt dat u bezoekers van ‘Hier is De Mol!’ kunt omtoveren tot vrijwilligers?

“Het zou natuurlijk mooi zijn als mensen na het verlaten van de zaal direct op internet gaan zoeken waar in de buurt zij kunnen helpen. Maar een gematigder toon in Nederland, daar ga ik voor. Dat zou al de hoofdprijs zijn. Laten we naar elkaar blijven luisteren en minder snel oordelen over de ander.

“‘Oprotten met die vluchtelingen’, hoor ik vaak. Naast lof krijg ik ook commentaar op mijn werk. ‘En onze ouderen dan?’ Door critici niet meteen weg te zetten als racisten maar met ze te praten en hun onwetendheid weg te nemen – want dat is het vaak – kun je wat kou uit de lucht halen. In de voorstelling noem ik André Hazes als voorbeeld. Hem nam ik mee naar Lesbos en in no time stond hij zijn lied ‘Leef!’ zij aan zij met vluchtelingen te zingen op onze wekelijkse disco.”

Wat maakte dat u zelf de mouwen opstroopte? Als zoon van de gouden tv-familie had u ook thuis op de bank in uw neus kunnen peuteren.

“Het zal ongetwijfeld met mijn leeftijd te ­maken hebben. Zoals ik nooit onder stoelen of banken heb gestoken, heb ik een periode lang behoorlijk geleefd. Ook in de show vertel ik over mijn Amsterdamse tijd, waar ik alles uit heb gehaald. Dat was leuk, ik ben blij dat dat kon en het allemaal goed is gegaan.

“Maar nu ken ik die feestnachten wel. Ik ben veertig geworden, getrouwd, heb een gezin ­gesticht en woon nu in in Blaricum. Mensen lachen me uit wanneer ze me voorbij zien komen met de bakfiets, maar ik keek enorm uit naar deze fase in mijn leven. Ik vind het fantastisch met die kleine smurfen en wil na mijn werk direct naar huis.

“Met z’n allen de schouders eronder zetten en mensenlevens raken, dat is nu-rock-’n-roll voor mijn vrienden en mij. De twee periodes houden wel verband met elkaar. Onze kennis en ons netwerk uit die feesttijd hebben we gebruikt om het kamp efficiënt op te zetten. Het is gebaseerd op een festivalterrein, waar ook duizenden mensen worden geregistreerd, gevoed en ondergebracht in tenten. Inwoners dragen polsbandjes – groen voor Syriërs, rood voor Irakezen – elke vrijdag is er een disco.

“Lesbos heeft me veel meer gebracht dan Ibiza. Tegen de voldoening die het geeft om mensen te zien opkrabbelen kan niet zo bar veel op. Dat had ik al eerder ontdekt trouwens, eigenlijk help ik anderen al van jongs af aan. Zo ben ik opgevoed en het zit ook in mijn genen. Alleen hing ik het nooit aan de grote klok. Nederland had namelijk een bepaald beeld van mij toen ik jonger was, ik had een losbandig imago. En wanneer ik mijzelf toen had uitgesproken, had ik mensen niet geïnspireerd om medemenselijkheid te tonen. Ik zou niet geloofwaardig zijn geweest.”

Hoe gaat u om met de heftigheden die u op ­Lesbos ervaart? In ‘Hier is De Mol’ vertelt u dat u de lijkjes uit het water hebt gevist.

“Van al die ellende heb ik lang last gehad. Sommigen van ons hebben professionele hulp gezocht en we praten veel en vaak over de verschrikkelijke situatie daar. Voor de show gaf ik al lezingen op scholen, universiteiten en bij ­bedrijven. Maar in de show praat ik naast over de positieve kanten van mijn werk in Griekenland voor het eerst ook openlijk over het verdriet op het eiland.

“Dat verdriet probeer ik om te zetten in daadkracht. Neem de berg van ruim een half miljoen reddingsvesten in het noorden van Lesbos. De aanblik daarvan voelt als een stomp in de maag, die plek maakt de omvang van de vluchtelingenstroom in één klap duidelijk. Maar je kunt het ook anders zien: voor het gros van de mensen waren wij er op de stranden.

“Alles bij elkaar zijn er nu meer dan tienduizend vluchtelingen op Lesbos. Het eiland heeft niet eens capaciteit voor een derde van dat aantal. Er slapen mensen op de wegen, met zeiltjes tussen de bomen. Nu is het gelukkig droog, maar als het gaat regenen breekt de pleuris uit. De noodsituatie is uitgeroepen. Dat soort dingen is zwaar, maar het versterkt mijn gevoel dat we goed bezig zijn en nog harder ons best moeten doen. We gaan voor de lange termijn.

Het leven vieren

“Hoe gek het ook klinkt: het is ook belangrijk om het leven te blijven vieren. Vrijwilligers die dat niet doen, zo heb ik met eigen ogen gezien, lopen zichzelf voorbij. Die worden moe, geëmotioneerd en maken fouten. Ik zorg goed voor mezelf en geniet van vakanties met het gezin, avonden met vrienden en het maken van tv-programma’s.

“Wat mijn troef is als theatermaker? What you see is what you get. De show gaat alle kanten op, ik vertel over allerlei avonturen die ik echt heb beleefd. Op tv of sociale media laat ik nooit het achterste van mijn tong zien, maar nu deel ik alles. Ook over de tegenslagen die ik heb gehad, zoals de dood van mijn hartsvriendin Guusje Nederhorst.

“Dit is een goed moment om te laten zien wie ik ben en waar ik voor sta. Als mijn kids ­later vragen wat hun vader in tijden van polarisatie heeft ondernomen, wil ik met een goed verhaal kunnen komen, snap je? Papa heeft ­geleefd, maar ook wel het een en ander gedaan om te helpen. Hij heeft het leven op allerlei manieren gevierd.”

‘Hier is De Mol!’ gaat op 19 september in première in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Daarna volgt een tournee. Meer informatie op theaterbureau.nl.

Lees ook:

Het geheim van de stem van Willeke Alberti

Zangles was niet aan haar besteed, aan repeteren heeft ze een broertje dood en ze heeft nul techniek. Toch zingt Willeke Alberti (bijna 75) al zestig jaar lang op topniveau. Hoe komt het dat haar stem nog altijd zoveel mensen weet te raken? ‘Ik sta nog steeds met gemak anderhalf uur achter elkaar te zingen.’

Woede is een prachtige energie, weet theatermaker Saman Amini

Theatermaker Saman Amini maakte een aangrijpende voorstelling over de pijn van mensen die hun thuisland noodgedwongen ontvluchten. Zijn eigen levensverhaal klinkt erin door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden