Review

John Scofield bereikt eindelijk het grote publiek

Hij is kaler geworden en zijn houding heeft iets onzekers. Je merkt het zodra hij naar de microfoon loopt. Hij wil iets zeggen, bedenkt zich en loopt weer terug naar zijn plek. Het is alsof de Amerikaanse jazzgitarist zich geen raad weet met de enorme publieke belangstelling.

Nog niet zolang geleden speelde John Scofield in Nederlandse zalen vooral voor collega's en gitaarstudenten. Het grote publiek liet het toen nog afweten. Maandagavond in de Amsterdamse Melkweg was het wel wat anders gesteld: zoveel collega's en gitaarstudenten telt Nederland niet om The Max helemaal te vullen, en toch speelde John Scofield Quartet er voor een uitverkochte zaal.

Dat er zoveel mensen op af waren gekomen, heeft alles te maken met Scofields recente -en wellicht beste!- cd 'Bump'. Scofield geldt al jaren als een van de belangrijkste jazzgitaristen. Zijn spel is technisch hoogstaand en spreekt tot de verbeelding. Met zijn muziek lukt dat niet altijd. Scofield heeft als componist en bandleider geen duidelijk gedefinieerd geluid. Hij zwabbert heen en weer met de nieuwste trends. Hoe geslaagd zijn nieuwe cd 'Bump' ook is, ook de muziek daarop wordt bepaald door de laatste mode. Op 'Bump' werkt de gitarist voor het eerst samen met een moderne samplerbespeler: de van Soul Coughlin afkomstige Mark De Gli Antoni. En het zijn diens spannende samples die in belangrijke mate Scofields muziek op 'Bump' bepalen.

In De Melkweg ontbrak De Gli Antoni. Zijn afwezigheid had Scofield tot vervangend vuurwerk kunnen inspireren, maar helaas koos hij er voor enige slappe elektronische hulpmiddelen te verdelen over drummer Ben Perowsky, (slag)gitarist Avi Botnick, basgitarist/contrabassist Jesse Murphy en zichzelf. Gelukkig werden die slechts sporadisch ingezet. De belangrijkste elektronica waren de pedalen en filters die tegenwoordig tot de vaste uitrusting van praktisch iedere gitarist horen. En die beheerst Scofield als de beste.

Het kwartet speelde enkele oude Scofield-stukken, maar concentreerde zich twee lange sets vooral op het 'Bump'- materiaal. Hoewel Scofields kwartetleden niet aan diens laatste cd meewerkten, hadden ze zich het materiaal goed eigen gemaakt. De stukken kwamen er met glans uit, met Scofield flitsend en razend op zijn gitaar.

Gitarist Avi Botnick lukte het ondertussen nauwelijks uit Scofields schaduw te kruipen. Hij speelde de ondersteunende partijen en legde de accenten, als solist leerde het publiek hem niet kennen.

Voor Perowsky en Murphy gold dit minder. Beiden kregen veel soloruimte. Vooral de drummer benutte deze voor uitbundige solo's, die af en toe zo enthousiast onthaald werden, dat John Scofield zelf even op het tweede plan kwam.

Waar dat enthousiasme op was gebaseerd, was onduidelijk. Maatvast was Perowsky zeker, maar verder speelde hij vooral hard en snel. Spektakel leverde dat op, geen kwaliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden