Klassieke muziek

Johannes zoekt Johannes

Brahms, maar dan lichter en speelser. Beeld Gemma Pauwels

 Brahms, maar dan anders. Lichter, flexibeler in tempo en met portamenti, van die gekke glijertjes. Johannes Leertouwer gaat promoveren op hoe je Brahms op een andere manier kunt spelen en zet die bevindingen met zijn orkest meteen om in klank.

Op welke aspecten van de nieuwe manier van Brahms-spelen de heftigste kritiek zal komen? Johannes Leertouwer hoeft niet lang na te denken: “Op het feit dat het tempo heel flexibel zal zijn. Ik verwacht dat wie geen boodschap heeft aan experiment, dat zal omschrijven met het woord ‘hysterie’. Als docent heb ik zelf jarenlang tegen mijn studenten gezegd dat ze bij een crescendo absoluut niet sneller mogen gaan spelen en bij een decrescendo niet moeten vertragen. En dan doe ik het nu ineens radicaal anders. Ik voelde daar zelf ook ongemak bij.”

Men zou ook kunnen vallen over het in ere herstellen van het zogeheten portamento. Een verdwenen stijlfiguur, waarbij de strijkers in bepaalde passages van de ene toon naar de andere glijden. Een soort glijbaantjes van geluid, die ontstaan door de vinger van de linkerhand over de snaar te bewegen. “Voor sommigen zullen die portamenti kitscherig klinken.”

Een klein uur na dit verrassende gesprek over een geheel nieuwe benadering van Brahms’ symfonische muziek, wordt tijdens een repetitie in de Bernard Haitinkzaal van het Conservatorium van Amsterdam (CvA) hoorbaar waar het Leertouwer om te doen is. Een klinkende reactie op het volgens Leertouwer rigide keurslijf van de twintigste-eeuwse uitvoeringspraktijk. Op de lessenaars het ‘Eerste pianoconcert’. Er wordt gerepeteerd zonder Paolo Giacometti, die straks een Blüthner-vleugel uit het eind van de negentiende eeuw zal bespelen. Leertouwer wil eerst maar eens met zijn orkestmusici aftasten hoe een en ander klinkt.

Die musici komen voornamelijk uit Leertouwers eigen orkest, De Nieuwe Philharmonie Utrecht. Aangevuld met docenten aan het conservatorium en jonge alumni en studenten van het CvA. Men speelt op negentiende-eeuwse instrumenten. Als de portamenti voor het eerst hoorbaar zijn, is het voor de oren inderdaad wennen. Als zo’n glijer niet helemaal lukt, klinkt het al gauw als kattengejank. Het ongemak waar Leertouwer het eerder over had, is voelbaar.

Vier symfonieën

Leertouwer is aan de Universiteit van Leiden een promotie-onderzoek begonnen naar de uitvoeringspraktijk van Brahms’ muziek. Het onderzoek wordt door de Britse Brahms-kenner Clive Brown als extern expert begeleid. “Brown is met emeritaat en resideert nu in Wenen. Ik heb hem opgebeld en drie dagen later zat ik in Wenen bij hem aan de keukentafel. Hij noemde mijn plannen met Brahms ‘moedig’ en ‘precies wat er moet gebeuren’. Binnen twee weken was alles rond, met hem, met de Universiteit van Leiden en met het CvA, dat mij in staat stelt dit onderzoek te doen en in de praktijk te brengen.”

Het promotie-onderzoek wordt een vierjarig traject waarbij elk jaar in ­september uitvoeringen en opnamen plaatsvinden van de vier symfonieën van Brahms en van zijn vier solo-­concerten. Aan het einde van dat traject is Leertouwer gepromoveerd, ligt er een boek en is er een cd-box met alle opnamen. Muziekwetenschap dus, ­direct omgezet in klinkend bewijs. Al moeten we dat ‘bewijs’ met enige ­terughoudendheid benaderen.

Leertouwer draagt veel bewijsvoering aan uit historische bronnen, maar beaamt dat het vinden van ‘dé waarheid’ onmogelijk is. Boven een van zijn papers die hij als studiemateriaal naar zijn musici stuurde, staat een citaat van Joseph Brodsky: ‘(…) Proberen het verleden op te roepen, is als het proberen de betekenis van het leven te begrijpen. Beide geven je het gevoel dat je een baby bent die probeert een basketbal vast te houden: je handen glijden er steeds vanaf.’

Dat dirigent Johannes Leertouwer er zo op is gebrand om de muziek van componist Johannes Brahms in een ander licht te zetten, heeft niets te maken met het feit dat ze dezelfde voornaam delen. Het zat hem gewoonweg niet lekker dat Brahms vaak het slechtste in musici naar boven lijkt te halen. Brahms, dat is voor velen die componist met die enorme baard, die in de tweede helft van de negentiende eeuw een dood genre als de symfonie zonodig nieuw leven in wilde blazen. Tot zijn verrassing zag de dirigent dat hij daarover in een interview al eens een statement had gemaakt: ‘Brahms is geen ­rinoceros’, zei hij daarin. Volgens hem zit er in zijn muziek veel meer architectuur dan menigeen denkt, maar horen we vaak alleen maar dikke, dichtgeslibde klanken.

Fetisjisme

“Dat het Brahms is geworden, ligt aan mijn voorliefde voor zijn muziek, maar ik was met zijn muziek ook het verst gekomen in mijn onderzoek en overtuiging. Voor mijn gevoel wordt de muziek van Brahms nu te neutraal gespeeld; in plaats van een scala aan emoties horen we vaak een merkwaardig fetisjisme. Het is te netjes en eenkleurig, en ­bovenal risico- en stressmijdend. Je moet je in zijn muziek helemaal blootgeven, maar op een podium vergt dat moed. Dat is nogal wat.”

Leertouwer stuurde zijn musici niet alleen teksten ter bestudering en inspiratie, maar ook YouTube-linkjes naar bijzondere historische uitvoeringen en fragmenten die zijn ideeën over tempoflexibiliteit, vibrato en portamento ondersteunen. Via een van die linkjes is een uitvoering te beluisteren van Brahms’ Eerste pianoconcert door Vladimir Horowitz met het Concertgebouw­orkest, onder leiding van Bruno Walter. Het is een live-opname uit 1936. Leertouwer noemt die uitvoering sensationeel en geweldig inspirerend.

Portret van dirigent Willem Mengelberg (1871-1951). In de studio geportretteerd alsof hij op de bok staande dirigeert, met als achtergrond de grote zaal van het Concertgebouw ingetekend. Beeld Beeldbank Stadsarchief Amsterdam

Willem Mengelberg

Hij schrijft zijn musici: ‘De overweldigende indruk van deze uitvoering is er een van enorme contrasten en drama, schijnbaar niet belemmerd door overwegingen van gelijkspelen, intonaties of orde in het algemeen. Aan de andere kant zijn de uitvoeringen van de portamenti voorbeelden van heel ­gedisciplineerd en gecoördineerd ensemblespel. Het is mijn bedoeling om precies dit effect in ons project te realiseren.’

Leertouwer benadrukt dat de kwaliteit van het Concertgebouworkest in de ­jaren dertig niet representatief was voor de mainstream orkestpraktijk in die tijd, omdat Willem Mengelberg, de toenmalige chef-dirigent van het orkest, exceptioneel goed gebruik wist te maken van portamenti. Mengelberg, zijn naam is gevallen. Leertouwer laat kopieën zien van de partituren waaruit Mengelberg Brahms dirigeerde. Ze staan vol met opmerkingen en aanwijzingen in rood en blauw potlood. Leertouwer heeft ze bestudeerd en dirigeert er nu uit. Toont de aloude Mengelberg ons de ware weg naar Brahms?

“De flexibiliteit van het tempo bij Mengelberg is fascinerend. Natuurlijk ken ik Mengelbergs opname van Bachs ‘Matthäus-Passion’, en ja, ook ik werd bijkans zeeziek van die enorme temposchommelingen. Hoe belachelijk was dat wel niet, vonden wij allemaal – wij die historisch onderzoek hadden gedaan en ons hadden gespecialiseerd in historische uitvoeringspraktijken.

“Als ik erop terugkijk, schaam ik me daar bijna voor. Die superieure houding van ‘wij weten hoe het hoort en wat zij doen is mallligheid’. Het was onzin. Nu hoor ik vooral hoe Mengelberg in het openingskoor van de Matthäus het koor stilzet op het woord ‘Schuld’. Het belangrijkste woord in dat koor.”

Leertouwer noemt Mengelberg nu bewonderend zijn vakbroeder. “De middelen die Mengelberg kiest, komen vreemd op ons over, maar daarmee zijn ze nog niet fout of verkeerd. Mengelbergs erfenis was een welkome openbaring voor me. Zijn biograaf Frits Zwart zette me eigenlijk op het spoor. Die zei tegen me: ‘Kijk in zijn partituren’. Daar zag ik veel gedetailleerde aanwijzingen, maar ook een zekere naïviteit. Bij het tweede deel van het Eerste pianoconcert schijft hij ‘Gebet’. En in het tweede deel van de ‘Eerste symfonie’ staat het woord ‘Liebe’. Dat zijn woorden van alle tijden. Dirigent Nikolaus Harnoncourt zei het ooit al treffend: ‘Alle muziek is romantiek’. Componisten willen niet anders dan op je gemoed werken. Het moet roeren, anders is het slechts ­wetenschap.”

De Nieuwe Philharmonie Utrecht olv Johannes Leertouwer met Brahms’ Eerste pianoconcert en de Eerste symfonie, vanavond in de Bernard Haitinkzaal van het Conservatorium van Amsterdam (aanvang 19.30 uur/toegang gratis) en morgen in Stadsgehoorzaal Leiden (aanvang 20.15 uur). Alle info op: www.nputrecht.nl

Lees ook:

Johannes Leertouwer ‘Muziek houdt mijn woede buiten de deur’

Sinds de oprichting in 2009 ben ik chef-dirigent van De Nieuwe Philharmonie Utrecht, zo’n orkest is een jongensdroom. We spelen op oude instrumenten en gaan de stad in, ook naar plaatsen waar klassieke muziek niet zo snel klinkt. Vóór een concert vertel ik over de muziek om de luisteraar er optimaal bij te betrekken. Gids zijn, dat vind ik belangrijk. Als klassieke muziek losgezongen wordt van haar maatschappelijke functie, zit je fout. De troostende, de prikkelende en soms zelfs verontrustende werking van muziek kan enorm zijn.

De naam van Christus ontbreekt in requiem voor de achterblijvers

Er is geen ander requiem dat mij meer getroost heeft en nog steeds troost dan ‘Ein deutsches Requiem’ van Johannes Brahms.Waar dat aan ligt? Misschien aan de humanistische inslag van het zevendelige werk, waarin - opvallend - de naam van Christus niet één keer wordt genoemd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden