Een categorie apart: de bezoeker met de middelvinger. Hier bij ‘Untitled (Stack)’ van Donald Judd.

InterviewJohan Idema

Johan Idema: ‘Als museum moet je dolblij zijn met alle selfies’

Een categorie apart: de bezoeker met de middelvinger. Hier bij ‘Untitled (Stack)’ van Donald Judd.

Johan Idema bekeek tienduizenden foto’s die museumbezoekers op sociale media plaatsten. Het bleken lang niet allemaal ijdele selfies, er zaten veel creatieve en interessante beelden tussen. Een verrijking voor het museum, vindt hij.

Geen suppoost die er vandaag de dag nog wat van zegt als museumbezoekers druk fotograferen met hun smartphone. Selfies met de zonnebloemen van Van Gogh mogen in een reisverslag op Instagram nu eenmaal niet ontbreken. En welke bezoeker van Museum Voorlinden in Wassenaar heeft zich niet laten vereeuwigen in het zwembad van Leandro Erlich, een kunstwerk dat de suggestie wekt dat je onder water beland bent.

Meer traditioneel ingestelde bezoekers vinden het misschien irritant, al dat oppervlakkige geknip. Maar volgens Johan Idema is het niets minder dan een verrijking. “Nog nooit konden we zo goed zien wat mensen in musea doen, wereldwijd. Hoe ze kunst beleven.” Hij bekeek tienduizenden foto’s van museumbezoekers op diverse sociale media en selecteerde de beste beelden voor een boek. “Een tijdrovende, maar verslavende klus. Het is een soort bezoekersonderzoek, waar musea hun voordeel mee kunnen doen”, zegt de cultureel ondernemer die nieuwe formats bedenkt om kunst een breder publiek te geven.

In de bloemenzee.Beeld Matchwithart

Het zijn bepaald niet allemaal ijdele selfies, ontdekte hij. Veel bezoekers proberen echt contact te maken met de kunstwerken. Ze dansen mee in de wilde dans van Matisse, ontdekken hun dubbelganger op een schilderij of speuren naar een ‘museum-bingo’: een bezoeker die volledig samenvalt met het kunstwerk – denk aan een vrouw in een bloemetjesjurk voor een stilleven van een boeket. Vrolijke creativiteit die volgens Idema een prima manier is om minder geoefende museumbezoekers kennis te laten maken met kunst. “Daar moet je als museum dolblij mee zijn.” Maar het gaat ook dieper. Hij vond bijvoorbeeld een groot aantal foto’s van bezoekers die zich tegen de enorme stalen sculpturen van Richard Serra vleien en het roestige metaal aanraken en strelen. “Dat verbaasde mij. Serra’s werk wordt vaak gepresenteerd als intellectuele architectuur. Maar voor veel mensen blijkt het werk juist een gevoel van geborgenheid te geven – dat ontdek je door die foto’s. Het is kunst die je mag aanraken, en dat mag bijna nooit in een museum. Mensen hebben daar dus behoefte aan. Dat is niet kinderachtig, het is een manier om nader tot het kunstwerk te komen.” 

Bij ‘Portrait of a lady in red with a lace cap’ (maker onbekend).Beeld The Bowes Museum
Bij ‘Open Ended’ van Richard Serra.

Hij snapt dat we van de meeste kunst af moeten blijven, maar zou het geen goed idee zijn om kopieën van kunstwerken te plaatsen die je wel mag vastpakken? Wie wil nou niet de klodders verf op een werk van Jackson Pollock een keer voelen?

Een museum is nu vaak een plek waar je vooral je hoofd moet gebruiken, zegt Idema. “Kijken en lezen. Uit deze foto’s blijkt dat mensen hun zintuigen en hun lichaam ook willen inzetten.” Hij werd getroffen door de reactie van diverse bezoekers op het werk ‘Supine Woman’ van Wayne Thiebaud. Het is een portret van zijn 18-jarige dochter die in een verontrustende pose op de grond ligt - op haar rug, de armen en benen wijd uitgespreid. Veel bezoekers, met name vrouwen, gaan voor het werk op de grond liggen en nemen dezelfde houding aan. “Zo kunnen ze beter invoelen wat er met die jonge vrouw aan de hand kan zijn,” zegt Idema. “Als je iets fysieks meemaakt kun je de boodschap verinnerlijken. Beter dan wanneer je alleen het bordje naast het kunstwerk leest. Musea kunnen daar op inspelen, ze kunnen een omgeving creëren waar dat kan.”

Hier komt hij bij de kern van zijn verhaal: “De kijker is een onmisbaar onderdeel van het kunstwerk. De kunstenaar creëert, maar het publiek maakt het af.” Idema borduurt voort op de visie van Marcel Duchamp, die al in 1957 opmerkte: “De creatieve daad wordt niet uitgevoerd door de kunstenaar alleen; de toeschouwer brengt het werk in contact met de buitenwereld.”

Johan Idema (1973) werkt als adviseur en cultureel ondernemer en ontwikkelt initiatieven waarbij kunst op nieuwe manieren wordt gepresenteerd, waaronder De Grote Kunstshow. Hij schreef er diverse boeken over, zoals ‘Present! – Rethinking Live Classical Music’ en ‘How to Visit an Art Museum’.

Op 5 oktober is de boek-lancering van ‘A Spectator is an Artist Too’ in Arti et Amicitiae in Amsterdam.

Perspectieven

Idema: “De bedoeling van de kunstenaar is natuurlijk belangrijk, maar er zijn meer perspectieven en waarheden die de bezoeker toevoegt. Dat zie je op de beelden gebeuren. Zodra een werk publiek is, is het niet meer van de kunstenaar, maar van de kijker. Die manier van denken is in opkomst. Een trendbreuk. Vroeger was wat de kunstenaar maakte heilig, stond het op een sokkel. Maar mensen voegen een interpretatie toe die een kunstenaar niet eens kan voorzien. Een kunstwerk kan heel veel betekenislagen hebben, bedoeld en onbedoeld. Dat kan voor de kunstenaar heel interessant zijn.”

Zo kwam het boek aan zijn titel: ‘A Spectator is an Artist Too’ – de toeschouwer is ook een kunstenaar. Het is in het Engels uitgebracht, want het zal ook zijn weg vinden naar museumwinkels in het buitenland.

“Veel professionals zullen zeggen dat de collectie het belangrijkste is voor een museum”, zegt Idema. “Maar er zijn zoveel mooie collecties, in hoeverre is dat nog onderscheidend? Veel belangrijker voor het museum is het publiek en hoe het zich gedraagt. Als je een waanzinnig betrokken loyaal actief publiek hebt weten op te bouwen, dan is dat je ware kracht.”

Voor ‘Supine Woman’ van Wayne Thiebaud in het Crystal Bridges Museum in Betonville (VS).
In Museo de Arte de Ponce in Puerto Rico.Beeld Museo de Arte de Ponce
In ‘Swimming Pool’ in Museum Voorlinden.Beeld Darren Da

Musea mogen zich best wat meer in dat publiek inleven, vindt hij. Maar ze moeten ervoor waken dat het niet oppervlakkig wordt. Neem nou dat zwembad in Museum Voorlinden. Dat moet niet alleen een Instagram-opportunity zijn. “Kunst is te belangrijk en heeft te veel betekenis om het te reduceren tot een leuk plaatje. Dat is de taak van het museum. Dat moet laten zien dat het altijd gaat om diepere betekenislagen en andere perspectieven.” Dat kan natuurlijk met de aloude zaaltekst op een bordje, maar ook door suppoosten in te zetten die een verhaal kunnen en durven te vertellen, zoals ze in het LAM in Lisse doen. “Zij staan ook open voor het eigen verhaal van de bezoeker.”

Ook al mag de bezoeker veel van Idema, gelukkig verklaart hij niet alles heilig wat mensen zich tegenwoordig permitteren. Daarvoor houdt hij te veel van kunst. In het boek zijn ook diverse beelden opgenomen van bezoekers die nauwelijks een idee lijken te hebben dat ze in een museum zijn. Eén bezoeker roept hij zelfs uit tot ‘de slechtse museumbezoeker ooit’. Een man die achteloos zijn middelvinger opsteekt terwijl hij tegen een werk van Donald Judd leunt. Het lijkt niet eens over de kunst te gaan, hij kijkt enkel naar zijn vriendin die een foto van hem neemt.

‘God hates Renoir’.Beeld Dereklop

Dat is respectloos, maar op zich heeft Idema geen moeite met mensen die in woord en gebaar hun mening kenbaar maken – als het maar écht over de kunst gaat. Zo ontdekte hij in zijn onderzoek een beweging van Instagrammers die een diepe afkeer heeft van het werk van Renoir. Met zijn schilderijen op de achtergrond steken ze hun tong uit of hun vinger in hun keel. ‘God hates Renoir’, schrijft er een. Waarom juist deze impressionist zo gehaat wordt, kon Idema niet achterhalen. “Maar het is toch geweldig? Dit gaat over de aloude vraag wat mooi en lelijk is en wie bepaalt wat er in het museum hangt. Het zijn gepassioneerde bezoekers die op speelse wijze laten zien dat ze niet van Renoir houden. Dit is echt een cadeautje voor een museum. Ga met ze in gesprek.”

‘A Spectator is an Artist Too’, BIS Publishers, €19,99

Lees ook:

Boijmans zet de nieuwe museumkluis open

De spiegelende bol in het Rotterdamse Museumpark maakt de tongen al maanden los. De komende dagen mag het publiek eindelijk binnen kijken in het nieuwe pakhuis van Museum Boijmans, het eerste openbare depot ter wereld.

‘Poses’ van Desmond Morris blijft zich verbazen over de mogelijkheden van lichaamstaal in de kunst

Zorgvuldig en levendig vertelt Desmond Morris over lichaamstaal in de kunst. Lees het boek alleen niet in één keer, adviseert Joke de Wolf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden