Review

Joe Eszterhas en Amerika's natte droom

Vooropgesteld moet worden dat Amerika, in tegenstelling tot de laatste roddels, juist géén bananenrepubliek is; ze tellen er keurig en gecontroleerd stemmen en vechten de geschillen niet op straat maar in de rechtszaal uit. Feit is echter ook dat heel wat mensen zouden wensen dat Amerika wél die bananenrepubliek was en er alles aan doen om haar ook als zodanig voor te stellen. Het gevolg is dat die voorbeeldige democratie der Verenigde Staten ook een flink aantal dissidenten kent die haar saaie en voorspelbare structuur met peper en zout bestrooien en er een soort kermisattractie van maken. Dat is het Amerika van Charles Bukowski, Henri Miller en Jack Kerouac.

Uit hun ongedisciplineerde, rauwe pop-wereld stond in de jaren zeventig ook de journalist Hunter Thompson op, die als een opgevoerde bromfiets door de Amerikaanse politiek en cultuur heen raasde en er verslagen van naliet die je het gevoel gaven door een krankzinnig geworden universum te tollen. Deze Tijl Uilenspiegel der Amerikaanse journalistiek (om wiens verslagen en boeken ik altijd vreselijk moest lachen, vooral 'Angst en walging in Las Vegas' is een meesterwerk van de rock & roll-journalistiek) heeft op zijn beurt de nodige navolgers gehad, van wie Joe Eszterhas er een is.

Eszterhas, scenarioschrijver van bijvoorbeeld de film 'Basic instinct' (regisseur Paul Verhoeven) is ook zo'n chroniqueur voor wie de feiten heel wat minder tellen dan de presentatie. Bij hem is Amerika een groteske en pornografische comedy, een rariteitenkabinet van hysterisch conservatisme en ontluisterende seksschandalen. Geen wonder dus dat hij als een vlieg naar de mesthoop werd getrokken door het Monica Lewinsky-schandaal rond de eerste Amerikaanse president uit de babyboom-generatie, Bill Clinton. Zet dus je historisch geweten uit, smoor iedere gedachte aan politieke correctheid of literaire scrupules en smullen maar!

'Opwindend! Onthullend! Ontluisterend' schreeuwt het omslag van Joe Eszterhas' 'American Rhapsody' je tegemoet, opdat je je niet in het genre vergist want dit is pulp, zij het anarchistische pulp.

Het is vooral ook een fallocratisch boek want de hoofdpersoon is het presidentiële geslachtsdeel, door zijn eigenaar liefkozend 'Willard' genoemd, een uitbreiding van het Amerikaanse woord ervoor: 'Willy', wat zoiets als 'piemel' betekent. Piemelmans dus.

Rond Willard cirkelen als satellieten de hoofdpersonen van het Lewinsky-schandaal: Clinton, Hillary, Monica Lewinsky, Linda Tripp, Kenneth Starr, Larry Flynt, Paula Jones. Maar Eszterhas heeft een breder beeld van de decadente Amerikaanse maatschappij willen neerzetten; we krijgen ook in beeld ex-president Nixon, Ross Perot, Jimi Hendricx, Jane Fonda, Sharon Stone en andere ikonen van onze tijd.

Volgens Eszterhas gaat het om een bepaalde generatie, die van de jaren zestig. Clinton was de eerste jaren zestig-president van de VS: dienstweigeraar, stickie-roker, rock & roll-president, liefhebber van vrije seks, de eerste 'zwarte' president ook, dat wil zeggen iemand die zich vereenzelvigt met het zwarte deel der natie. De schrijver herkent zichzelf er duidelijk in en maakt van de Amerikaanse president een soort 'oudere jongere' zoals hij er zelf onmiskenbaar eentje is, een jammerlijk slachtoffer van zijn eigen vrijheidsdrang en de steile reactie der puriteinen op de jaren zestig-vrijheid.

Dat het in 'American Rhapsody' om een soort operette gaat, blijkt wel uit de namen die Eszterhas zijn hoofdpersonen geeft. Clinton is het 'Lekker ding' (voor Lewinsky dan kennelijk), Hillary heet 'de Hun', Nixon wordt 'het Nachtwezen' van Amerika genoemd, Ross Perot is 'het Tinnen soldaatje', Matt Drudge 'de Aaskever', Linda Tripp en haar vriendin Lucy Goldberg worden 'de Rat en de Voddenbaal genoemd' enzovoort.

En hoewel Eszterhas zich in grote lijnen aan de nieuwsfeiten houdt, vult hij die wel in als een seksbeluste schreeuwlelijk, hij last bovendien fictionele passages in, waarin bijvoorbeeld Al Gore, Kenneth Starr, Monica Lewinsky of Linda Tripp zogenaamd hun memoires uitspreken. Dit is kortom pulp-geschiedenis, geschreven alsof Eszterhas dag in dag uit door het sleutelgat heeft staan loeren. Over de telefoonseks tussen Clinton en Lewinsky bijvoorbeeld: ,,Monica wist wat ze deed, net als de Tiffany's, de Vanessa's, de Porsches en de Mercedessen van de sekslijnen, die kreunden en schreeuwden en op de juiste 'pikknoppen' van hun klanten drukten. Net als de beste telefoonactrices kon Monica de telefoonhoer slurpgeluiden maken. Ze zoog op haar vingers en smakte met haar lippen. Ze liet haar vingers in het speeksel tussen haar tanden en haar lippen fladderen en maakte een vochtig geluid dat als je het overdreef op een waterval of een wasmachine leek. Ze wist de vier simpelste schuttingwoorden uiterst creatief te gebruiken. Telefoonseks met Monica was werkelijk op één na het beste wat er bestond.' Als het al niet opwindend genoeg was maakt Eszterhas het er wel van.

Wel vermoeiend intussen, dat woeste, opstandige, voortdurend opgewonden toontje alsof iedereen de hele dag schuimbekkend en vuurspuwend in de weer is. Eszterhas' siliconenstijl trekt natuurlijk een bepaald soort lezers aan maar stoot er evenzovele ook weer af. Persoonlijk herken ik weinig Amerikaans in deze versie van de Amerikaanse geschiedenis, maar het feit dat ze zo geschreven wordt duidt er toch ook op dat de keerzijde van de Amerikaanse fatsoensmaatschappij nogal een poel van ontucht, verderf en smerigheid wil zijn.

Door de rioolliteratuur die Eszterhas bedrijft, vermakelijk soms maar nooit analytisch en verantwoord (wil-ie ook helemaal niet) dreigen de punten die hij scoort ten onrechte een beetje weg te vallen: de identificatie van Hillary Clinton met Eleanor Roosevelt, het feit dat de Republikeinen de zwarte medewerkers van Clinton (Vernon Jordan en Betty Currie) niet goed durfden aan te pakken ómdat ze zwart zijn en het rechts makkelijk een racistische reputatie had kunnen bezorgen. Dat snijdt allemaal best hout, alleen is het hout dat in de wervelstorm die Joe Eszterhas heet willekeurig ergens wordt neegesmeten.

Nou ja, u hoort het al, geen boek om stilletjes mee in een hoek te zitten, eerder een soort 'Ik Jan Cremer' maar dan vijfendertig jaar later. Het heeft wel iets merkwaardigs, zo'n woeste zestiger die geen afscheid van zijn wilde haren kan nemen. Voor de schrijver moet het Monica Lewinsky-schandaal een regelrecht geschenk uit de hemel zijn geweest om het preutse en kuise Amerika aan de kaak te stellen. Niet voor niets eindigt zijn 'Rhapsody' met de sprekende 'Willard' van de president: ,,Ik ben de zoekmachine, zijn intercontinentale geleide lange-afstandsraket, zijn Sears-toren, zijn robijnrode slippers, zijn Hope-diamant, zijn eeuwige vlam, zijn rozenknop,... zijn Heer. Ik ben zijn bananenschil, zijn rokende pistool, zijn Mannlicher Carcano geweer, zijn Kathy Smith-sneltrein, zijn John Dean, zijn Bruno Magli-schoenen, zijn Dodi Fayed, zijn Mark Chapman...zijn noodlot'.

Saai eigenlijk, al die opwinding!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden