Review

Joden 'van het Gemeen en Gekken gehaat' vormen pijler onder Europese cultuur

Elena Romero Castelló, Uriel Macías Kapon: Joden en Europa; Cultuur - Geschiedenis. Davidsfonds, Leuven; 240 blz. - ¿ 145. H. Berg e.a. (red.): Expectation and Confirmation - Two Hundred Years of Jewish Emancipation in the Netherlands. Studia Rosenthaliana (30) 1, Van Gorcum, Assen; 226 blz. - ¿ 55.

Uiteraard kent een groot publiek het silhouet van de Portugese synagoge in Amsterdam, de judería in Cordoba of de joodse begraafplaats in Praag. Maar dat is de buitenkant.

Wat zich wreekt, is dat joden eeuwen en eeuwen als een vreemde eend in de bijt werden beschouwd, sterker, als ongedierte dat geïsoleerd moest worden: een bedreiging voor de mores en het geld van de overheersende cultuur in Europa, de staatsmacht van het christendom. Alleen waar relatieve vrijheid ruimte kreeg, op vrijplaatsen die zich aan het oog van koningen en kerkleiders onttrokken (Antwerpen en Amsterdam zijn daar op een gegeven moment voorbeelden van), was er sprake van een voorzichtige, wederzijdse terreinverkenning. Hier konden joden verkeren onder christenen en omgekeerd. En als dit te simplistisch, te positief de geschiedenis samenvat: hier respecteerde men elkaars bestaan.

Het besef (onder christenen) dat het jodendom en de bijbel evenzeer een pijler onder de Europese cultuur zijn als het Griekse ideeëngoed, dateert van honderd, misschien tweehonderd jaar. “Het eeuwenlange christelijke anti-judaïsme was een drama, een voedingsbodem van antisemitisme, een vertekening van de bijbelse droom”, staat er in het voorwoord. Berouw komt na de zonde: uitzonderingen daargelaten zagen hele volksstammen het systematische uitroeien van hun joodse buren lijdzaam aan. Pas na de Sjoah (en in bijvoorbeeld Vaticaanse kringen nog weer veel later) werd het erkend, zoals dit boek het onder woorden brengt: 'De holocaust was broedermoord.'

Het Belgische Davidsfonds belicht met deze uitgave de geschiedenis van de joodse Europeanen op handzame wijze. 'Joden en Europa' is de nu verschenen Nederlandse vertaling en bewerking van een Spaanse publicatie, gemaakt in 1992, vierhonderd jaar na de uitdrijving van de joden door de Spaanse reyos católicos Ferdinand en Isabella, toen de Inquisitie hoogtij vierde. In Spanje was de joodse cultuur tot dan nauw verweven met de Spaanse samenleving, evenals de moorse cultuur - Spanje herdacht vierhonderd jaar uitdrijving in '92 ook met een vergelijkbare studie over 'Islam en Europa'.

In 'Joden en Europa' gaat de aandacht niet alleen uit naar de Spaanse geschiedenis, al krijgt die een iets zwaarder accent. Tweeduizend jaar geschiedenis begint bij de diaspora onder de Romeinse keizers, die de tempel in Jeruzalem verwoestten en joden naar de slavenmarkt brachten. Na de doop van koning Clovis in het Frankische rijk (496, volgende week door paus Johannes Paulus II in Reims herdacht) nemen de Europese vorstenhuizen de ene na de andere anti-joodse maatregel. De kruistochten en de Inquisitie, de pogroms in Oost-Europa, ze maken deel uit van de Europese geschiedenis, net zo goed als de wisselwerking tussen joodse traditie en humanisme, de mystieke stroming van het chassidisme of de doorwerking van het Jiddisj op andere Europese talen.

'Tweeduizend jaar geschiedenis' wordt in vele facetten beschreven, en vrij volledig, voor zover die in honderd pagina's kan worden samengebald. Het is wel vreemd dat de geschiedschrijving min of meer ophoudt bij het einde van de tweede wereldoorlog: ook daarna leven er in Europa joodse 'broeders' (en 'zusters'). Storend is ook de stokkende uiteenzetting over het zionisme: de melting pot van Israël als 'blanco cheque' (om met Herzberg te spreken) voor vele Europese joden blijft nagenoeg buiten beschouwing.

De tweede helft van het boek gaat over de godsdienst en de synagoge, over kunst (van architectuur tot cinema) en literatuur. Prachtige reproducties illustreren iedere pagina, waarbij gelet is op minder geijkte voorbeelden. De bekende voorstelling van 'de synagoge' als misvormde vrouw tegenover 'de kerk' als schone maagd komt uit een dertiende eeuws missal uit Gent. Fresco's uit de derde eeuw in Doera-Europos, oude stad aan de oever van de Eufraat (dus aan de oorsprong van de diaspora), laten zien dat het bijbelse verbod op het maken van gelijkende beeltenissen niet absoluut was.

Een encyclopedisch overzicht als dit moet op een enkel punt wel willekeurig zijn: waarom (toch een voorbeeld van na de oorlog) 'Fiddler on the roof' genoemd, een Amerikaanse filmmusical die op het verhaal van de Europese Sjolem Aleichem is gebaseerd, en niet, van (de Amerikaanse) Steven Spielberg, 'Schindler's List' (over Europese joden)? Ook komt er af en toe een kleine onnauwkeurigheid in voor. Zo werd het Jiddisj natuurlijk niet alleen door Duitse joden afgezworen (ook in Nederland en elders propageerde een kleine groep intellectuelen overigens het gebruik van de 'landstaal'): het was de overheid, die het gebruik in het onderwijs ging verbieden.

De integratie van joden in de niet-joodse samenleving kan in een spectaculaire tour d'horizon als dit overzichtsboek uiteraard slechts een beperkt onderdeel zijn. In deze leemte wordt voorzien door een themabundel van Studia Rosenthaliana, periodieke uitgave van de Bibliotheca Rosenthaliana van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. En al betreft het hier alleen de laatste twee eeuwen, het in het Belgische boek mondjesmaat aanwezige Holland staat van begin tot eind centraal in deze studie, geschreven voor een congres ter herdenking van het decreet over de burgerlijke gelijkstelling van de joden, twee eeuwen geleden gewaarborgd door de Nationale Vergadering in Den Haag. Verschillende essays gaan onder andere over vergelijkingen tussen de emancipatie van joden en katholieken in de noordelijke Nederlanden, economische participatie, werk van joodse kunstenaars, (actuele!) discussies over acculturatie en integratie van een zogenaamde etnische minderheid, en de liefde-haat-verhouding van joden tot de Nederlandse taal.

Met één illustratief element springt de Studia Rosenthaliana heel even boven alle kleurplaten in het Belgische boek uit: klein, zwart-wit, met een nietje erin, een facsimile van een vlijmscherp gedicht uit 1770 in het weekblad 'De Koopman', over de joden die dan nog altijd 'van het Gemeen en van Gekken gehaat' worden.

De bij gebrek aan kleur op het oog wellicht wat dorre (Engelstalige) themabundel leest niet minder makkelijk dan het voor een groot publiek gemaakt prachtwerk over 'Joden en Europa'. Beide publicaties, ieder vanuit een eigen invalshoek, zijn een welkome verbreding van de rij historische judaïca, recentelijk toch al met 'De geschiedenis van de Joden in Nederland' (Blom e.a., Balans) en 'Jewry during the Emancipation Period' (Michman, AUP) zo verrijkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden