Review

'Jij mag haar aan het slot vermoorden'

Als je in de cd-winkel operaboxjes tegenkomt met exotische titels als 'Orazi e Curiazi' of 'Carlo di Borgogna' dan kun je er donder op zeggen dat het opnamen zijn van Opera Rara. Met een zeldzame liefde voor muziek en met een voortvarendheid die bewondering afdwingt, zoekt Opera Rara met veel succes naar de onopgevulde gaten in de markt.

De componisten die in de catalogus van Opera Rara het vaakst voorkomen zijn Giovanni Mayr, Gioachino Rossini, Gaetano Donizetti, Giacomo Meyerbeer, Saverio Mercadante en Giovanni Pacini. Op Rossini en Donizetti na zijn dat namen die de grote maatschappijen links laten liggen, maar die voor het begrip van de negentiende-eeuwse Italiaanse opera van groot belang zijn. Kenners en liefhebbers over de hele wereld kijken smachtend uit naar elke volgende Opera Rara-opname en er zijn tussen die fans weinigen die niet alle uitgaven van Opera Rara in hun bezit hebben.

Een van de laatste voorstellingen dit seizoen van het Royal Opera House Covent Garden in Londen was een concertante-uitvoering van Donizetti's weinig gespeelde 'Roberto Devereux'. Opera Rara was erbij om de opera op te nemen. Reden om maar eens af te reizen naar de Londense wijk Hackney, waar Opera Rara kantoor houdt, om een uitbreid gesprek te hebben met Patric Schmid. De Amerikaan Schmid is vanaf het begin opnameleider van Opera Rara en sinds het overlijden van zijn partner Don White tevens artistiek leider van de maatschappij.

Schmid oogt enigszins fragiel, van de voortschrijdende ziekte van Parkinson maakt hij geen geheim, maar de ogen stralen voortdurend en geestige kwinkslagen volgen elkaar in snel tempo op. Geen uitgebluste man dus. Alle twijfel over het voortbestaan van Opera Rara na het overlijden van White bleek ongegrond. Schmid trok een goede zakelijk leider aan, die op zijn beurt de personele bezetting ten burele danig uitbreidde.

Het kantoor oogt rommelig en bedrijvig. De Opera Rara-boxjes -dik, fel gekleurd en uitnodigend als pralinedoosjes- liggen verspreid te wachten op verzending. Van dit bedrijvige voorportaal neemt Schmid mij mee naar de rust van het heilige der heiligen - de ruimte waar de projecten worden voorbereid.

De grote loft lijkt nog het meest op een harem. Op de grond liggen de Perzische tapijten dik over elkaar heen, palmen in potten staan her en der opgesteld; een grote vleugel domineert de ruimte aan de ene kant en aan de andere kant zijn tegen de muur kastenwanden gemaakt waarin honderden partituren in het gelid staan opgesteld. De verzameling is indrukwekkend, niet omdat ze zo groot is, maar omdat ze bestaat uit werken waarvan de namen hooguit voorkomen in naslagwerken en historische boeken over opera. Balducci, Coccia, Ricci, Cordella, Conti, Carafa, namen die getuigen van een tijd toen het Italiaanse operabedrijf een ware industrie was.

,,Hier ontstaan projecten'', legt Schmid uit, terwijl hij mij vraagt zelf de thee in te schenken: met die Parkinson van hem zou het maar een rommeltje worden. ,,In gesprekken met deze of gene valt soms een naam, een titel die het geheugen prikkelt en die een 'o ja'-ervaring teweegbrengt. In de stille uren ga ik hier zitten en dan trek ik de bewuste partituur uit de kast. Meestal is het dan een kwestie van het vinden van de juiste namen voor de rollen. We hebben inmiddels een grote groep uitstekende zangers aan ons weten te binden; zangers die het leuk vinden om dit onbekende repertoire in te studeren en die het ook voor minder geld willen doen dan ze gewend zijn.''

Schmid en zijn medewerkers zijn inderdaad gelukkig in hun zangerskeuze. Tenor Bruce Ford is een spilfiguur, zonder wie volgens Schmid Pacini's 'Carlo di Borgogna' nooit opgenomen had kunnen worden. Sopraan Nelly Miricioiu heeft op verzoek van Schmid al meerdere tragische heldinnen weer tot leven gewekt en mezzo Jennifer Larmore is een vrij recente Opera Rara-aanwinst. Echt grote wereldsterren als Jane Eaglen en Renée Fleming hebben ooit ook aan Opera Rara-projecten meegewerkt. ,,Op Fleming ben ik gewoon afgestapt met een voorstel'', vertelt Schmid. ,,Ze zei eigenlijk direct ja, zonder tussenkomst van welke agent of impresario dan ook. Helaas is samenwerking met haar niet meer mogelijk omdat ze een exclusief contract ondertekende bij Decca. En nu ze daar zit mag ze bijna nooit meer een complete opera opnemen. Dat is toch doodzonde, dat je als maatschappij zo'n geweldige zanger onder contract hebt en er niets mee kunt doen.''

,,Ik begrijp best dat grote maatschappijen als Decca het op dit moment moeilijk hebben. Als ze al een opera opnemen dan is het er eentje met een bekende titel waarvan ze verwachten er veel van te kunnen verkopen. Ik denk dat Decca ons best wel een beetje haat om wat wij als kleine maatschappij allemaal kunnen doen. En wonderlijk genoeg gaat het eigenlijk altijd goed. Van onze laatste productie 'Carlo di Borgogna' van Pacini -echt een totaal onbekend werk- hebben we in eerste instantie drieduizend exemplaren laten persen. Nog vóórdat er iemand een recensie aan wijdde, hadden we de meeste daarvan al verkocht.''

Schmid ontkent niet dat het in deze tijd ook voor Opera Rara moeilijk is om projecten gefinancierd te krijgen. Maar de markt voor hun producten is er en de distrubutie is wereldwijd (op de Verenigde Staten na) goed geregeld. En dolblij is Schmid met de onvoorwaardelijke steun van de Peter Moores Foundation. Moores is een Britse multimiljonair die zijn geld met graagte in muzikale projecten stopt en die ervoor zorgde dat Donizetti's 'Roberto Devereux' in Covent Garden kon worden opgenomen. ,,Moores belde me op'', vertelt Schmid. ,,Of ik wist dat Nelly Miricioiu de rol van Elizabeth I zou zingen in Covent Garden en of ik daar heen zou gaan. 'Natuurlijk' antwoordde ik, waarop hij zei: 'wat jammer dat niemand het opneemt'. Ik wist direct wat hij bedoelde en heb de volgende dag alles met Covent Garden en de zangers geregeld.''

De eerste voorstelling van 'Roberto Devereux' in Covent Garden vond de avond vóór het gesprek plaats en verliep uitstekend. Miricioiu en haar collega's waren in topvorm en de zaal reageerde uitbundig.

,,Ik vond het heerlijk om dit tussen alle drukte door te doen'', zegt Schmid nadat hij mij met enig dédain op een niet al te enthousiaste kritiek in een Britse avondkrant wijst. ,,In dit jubileumjaar van Elizabeth II hebben we twee 'Elisabetta'-opera's gedaan. Hiervoor hadden we een live-uitvoering en opname van 'Elisabetta d'Inghilterra' van Rossini, die binnenkort uitkomt.''

Met het geven van concertante-uitvoeringen van onbekende opera's is de geschiedenis van Opera Rara ooit begonnen. Eén à twee keer per jaar organiseerden White en Schmid een concert. Van die concerten verschenen vervolgens piratenopnamen die goed verkochten. 'Die opnames kunnen we zelf ook maken', dachten White en Schmid en de platenmaatschappij was geboren. Het begon als een club waarvan mensen lid moesten zijn, maar in de jaren tachtig werd die formule losgelaten. Diep in zijn hart mist Schmid die tijd nog wel. ,,We werden een keer op zondagmorgen uit ons bed gebeld'', vertelt hij. ,,Er stonden twee mensen uit Montevideo, Uruguay voor de deur. Ze hadden een platenbox van ons bij zich en vertelden dat op een van de platen een persfout zat - of ze die konden omruilen. Ik had ze ter plekke willen omhelzen, want het gaf zo goed aan hoe belangrijk onze opnamen inmiddels waren geworden.''

Er verschijnen gelukkig steeds meer kritische edities van opera's uit de negentiende eeuw. In Pesaro worden bergen werk verzet met de opera's van Rossini en uitgeverij Ricordi is bezig met een kritische editie van Donizetti's zeventig opera's. ,,Daaromheen is het echter heel stil'', verzucht Schmid. ,,Interessante mensen als Pacini en Mercadante staan daar maar'' -hij wijst op de partiturenkast- ,,te wachten tot wij hen helpen. En je hebt echt hele grote zangers nodig, anders kun je het net zo goed laten. Zo iemand als Grace Bumbry - wow! Zulke mensen maken ze tegenwoordig bijna niet meer. Jessye Norman is louter een imitatie van Bumbry, meer niet! Nelly Miricioiu, die heeft nog van die karaktereigenschappen van zangers van de oude school. Toen we 'Rosmonda d'Inghilterra' van Donizetti voorbereidden kreeg Renée Fleming de titelpartij toebedeeld en Miricioiu de rol van Eleonora, eigenlijk dus de seconda donna. Miricioiu zette uit protest al haar diva-veren uit, omdat ze vond dat haar de titelrol toekwam. Ik wist haar van het tegendeel te overtuigen met de volgende argumenten: 'Jij bent de koningin in de opera, jij mag de laatste aria zingen en jij mag Rosmonda aan het slot vermoorden'. Nelly telde haar zegeningen en zong een fantastische rol, omdat de partij echt beter bij haar paste. Het complete vertrouwen dat zij in mij stelt past bij zangeressen van klasse.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden