Jason Reynolds: ‘Kinderen zien dat ik eruitzie zoals zij, praat zoals zij en hun leefwereld begrijp.’

InterviewJason Reynolds

Jeugdboekenschrijver Jason Reynolds wil kinderen laten weten dat ze gezien worden

Jason Reynolds: ‘Kinderen zien dat ik eruitzie zoals zij, praat zoals zij en hun leefwereld begrijp.’Beeld Dayo Kosoko

De Amerikaan Jason Reynolds is in eigen land een van de populairste jeugdauteurs. Zelf las hij pas op zijn zeventiende een boek uit. ‘Thuis heb ik nooit iemand zien lezen.’

Vijf jongerenboeken zijn er van Jason Reynolds (37) in Nederlandse vertaling verschenen en hoewel die goed werden ontvangen, is de Amerikaan hier nog niet zo bekend. Hoe anders is dat in zijn thuisland: daar geldt Reynolds als een van de invloedrijkste jeugdauteurs van dit moment.

Time zette hem twee jaar geleden op de 100 Next-lijst, met rijzende sterren die bepalend zijn voor de toekomst van hun vakgebied. Zijn empathische boeken over zwarte tieners zijn bekroonde bestsellers, geregeld schuift hij aan in de grote talkshows en twee dagen voor dit interview werd hij voor de derde achtereenvolgende keer benoemd tot National Ambassador for Young People’s Literature, een prestigieuze functie, waarin hij kinderen en jongeren door heel Amerika met boeken in aanraking brengt.

Hij heeft zelf om die derde termijn gevraagd, bekent Reynolds via beeldbelverbinding vanuit zijn huis in Washington, ook al zat hij alles behalve om werk verlegen. Hij lacht en schudt zijn dreadlocks naar achteren: “Ik ben uitgeput, man.” Maar door corona kon hij de afgelopen anderhalf jaar geen schoolbezoeken afleggen, terwijl juist de ontmoetingen met kinderen die niet van lezen houden dit ambassadeurschap voor hem zo waardevol maken. Dan kan hij een verschil maken, merkt hij, met zijn voorkomen, zijn eigen verhaal en daarna met zijn boeken.

Nooit naar de bibliotheek

Zijn leesgeschiedenis spreekt inderdaad tot de verbeelding: Reynolds las pas op zijn zeventiende een boek uit. “Thuis heb ik nooit iemand zien lezen”, zegt hij. “En we gingen ook nooit naar de bibliotheek. In de boeken die ik op school kreeg, zocht ik tevergeefs naar mezelf. Ik miste een gezicht en een stem als de mijne. Ik groeide op bij mijn moeder in een wijk waar gangs actief waren, waar we problemen hadden met drugs en hiv, en dan kreeg ik op school een boek over een jongen en zijn hond.” Reynolds grinnikt. “Het was idioot om van ons te verwachten dat wij een relatie zouden opbouwen met de literatuur, terwijl die niets met ons te maken had. Ik voelde dat ik niet bestond in die boeken en dat de mensen die deze boeken schreven blijkbaar vonden dat ik niet bestond in de wereld. Waarom zou ik daaraan meedoen?”

De herkenning waar Reynolds naar zocht vond hij wel in de rapmuziek. Hij was tien jaar toen hij van zijn eigen geld zijn eerste cassettebandje kocht: Black Reign van Queen Latifah. Algauw volgden meer albums, van hiphopformaties N.W.A. en Public Enemy. “Alles was herkenbaar voor me: hoe het klonk, hoe de artiesten eruitzagen en bewogen, alles!”

En toen deed de tienjarige Jason een ontdekking: de songs waar hij zo graag naar luisterde, zagen er op papier precies hetzelfde uit als de gedichten die hij op school moest lezen. Het was het begin van zijn schrijverschap, ziet hij nu, want in die tijd zette hij zelf ook zijn eerste ‘dichterlijke woorden’ op papier. Zijn oma overleed, hij zag zijn moeder voor het eerst huilen en zocht naar een manier om haar te troosten. Hij schreef een gedichtje voor haar, dat zijn moeder vervolgens op het programmaboekje van de uitvaart afdrukte. Zijn hele familie las het, iedereen vond het mooi. Dat was het begin.

Achterdeur-aanpak

Terug naar die klassen met kinderen waar Reynolds als kinderboekenambassadeur op bezoek komt en over zijn persoonlijke leesgeschiedenis vertelt. “Ik noem dat de achterdeur-aanpak: voordat je aan boeken toekomt, moet je eerst het vertrouwen van de kinderen winnen en ze laten merken dat je hen zíet. Ik vertel ze dat ik lezen vroeger ook saai vond. Dat lezen soms saai ís. Er zijn gewoon veel saaie boeken! Ik vertel ze dat ik vind dat lezen entertaining moet zijn, en leg uit dat ik boeken gebruik om mijn brein te versterken. Ik kan gewichtheffen om spierballen te kweken en lezen om mijn hersens te trainen. Ik vertel ze dat ik vroeger niets liever wilde dan Queen Latifah worden en dat het me een hele tijd heeft gekost voor ik in mezelf geloofde. Dat alles horen die kinderen en ze zien dat ik eruitzie zoals zij en praat zoals zij en hun leefwereld begrijp. En dat zeggen ze ook: ‘Je lijkt op mijn grote broer, die heeft ook tattoos en zulke sneakers.’ Ze vragen: ‘Wat voor auto heb je? Mag ik je horloge eens om?’ Ik hou daarvan, want wat ze eigenlijk zeggen is: ik zie mezelf in jou, ik kan jou wórden. En dan denken ze na verloop van tijd: ‘Yo, we geloven deze gast, hij is wie hij zegt dat hij is en als dat lezen voor hem gewerkt heeft, misschien moeten wij het dan ook een kans geven’.”

Vervolgens komt het erop aan dat die kinderen geen sááie boeken voorgeschoteld krijgen, maar spannende, humorvolle verhalen die aansluiten bij hun belevingswereld en waarin ze zichzelf kunnen herkennen. De boeken die in Reynolds’ jeugd ontbraken, met hoofdpersonen van kleur, schrijft hij nu zelf. “Als ik ergens een ruimte vol mensen binnenkom, kijk ik eerst naar degenen die op mij lijken. Dat is, denk ik, heel menselijk. De aanname is dat zij en ik een gedeelde ervaring hebben. Dat is natuurlijk niet altijd waar, maar dat gevóél heb je. Als ik mensen zoals ik zie, dan voel ik me meteen een beetje veiliger en kan ik ook de anderen in de ruimte zien. Ik hoop dat mijn boeken die rol kunnen vervullen in de literatuur. Dat zwarte kinderen ze lezen en denken: ‘Ik besta in deze wereld, ik heb om me heen gekeken, ik heb mezelf gezien, nu kan ik ook andere personages zien’.”

In het indrukwekkende 67 seconden vertelt Reynolds in ritmische versvorm over een tiener die de moord op zijn broer wil wreken. Echte Amerikaanse jongens gaat over politiegeweld tegen een zwarte tiener en in Toen ik de sterkste was schrijft hij swingend en geestig over hoe drie jongens, van wie er een gilles-de-la-tourette heeft, zich staande houden in een achterbuurt.

Met zijn nieuwste boek in Nederland, Let goed op, een verhaal in tien stappen, won hij onlangs de Carnegie Medal, de Britse Gouden Griffel. Reynolds richt zich hierin op iets jongere kinderen, vanaf een jaar of twaalf. Een mooie leeftijd om voor en óver te schrijven, vindt hij. “Alles komt in beweging als je twaalf bent: je lichaam verandert, je bent geen kind meer, maar ook nog geen echte puber, er staan eerste keren te wachten: een eerste liefde, een eerste baantje… Het is een korte tussentijd, waarin kinderen vat proberen te krijgen op die veranderingen, en dat opent voor mij als schrijver een wereld aan emoties, humor en nuances om mee te spelen.”

Ontroerende blik

In tien verhalen beschrijft Reynolds de wandeling van steeds een andere leerling van dezelfde school naar huis. Als lezer krijg je ondertussen een intieme, vaak ontroerende blik in hun binnenwereld. “Ik wilde schrijven over die korte periode op een dag dat er geen leerkrachten of ouders in de buurt zijn”, zegt Reynolds. “Mijn vrienden en ik liepen vroeger na school ook zelf naar huis en maakten dan van alles mee. Soms namen we de korte route door een paar tuinen en moesten we keihard rennen voor een maniakale hond die nooit was aangelijnd – dat verhaal is bijna letterlijk zo in Let goed op gekomen. Ik schrijf in dit boek niet over grote gebeurtenissen, maar zoek naar de magie in het alledaagse, zoals comedians dat doen: die beschrijven iets wat we allemaal herkennen en geven er een kleine draai aan, waardoor we er met andere ogen naar gaan kijken. Neem het verhaal De kale bende slaat weer toe, waarin kaalgeschoren kinderen streken uithalen om aan kleingeld te komen. Aan het eind zet ik die streken in een heel ander licht, als je ontdekt waaróm die kinderen dat doen.”

Reynolds mag zich dan houden bij de alledaagse wandelingen, ondertussen snijdt hij wel grote thema’s aan: kanker, sikkelcelziekte, dementie, pesten, homofobie, angst, dood, gedetineerde familieleden. “Omdat kinderen daarmee te maken hebben”, zegt hij. “Het zou respectloos zijn om te denken dat kinderen het niet aankunnen om over deze dingen te lezen. Wel wilde ik er op zo’n manier over schrijven dat die thema’s niet de hoofdmoot van de verhalen zijn. En het moest gelaagd: het interessantste aan het verhaal over pesten vind ik dat je óók sympathie gaat voelen voor de pester, omdat die eigenlijk ergens voor wegrent. Dat is wat ik kinderen wil geven: complexiteit, nuance – die dingen waarvan veel mensen denken dat ze niet in jeugdliteratuur voorkomen, wat natuurlijk een belachelijke gedachte is.”

Kwetsbaarheid

In al zijn boeken valt op hoe sterk Reynolds de kwetsbaarheid van zijn personages, die zich vaak groot houden, blootlegt. Ook met deze verhalenbundel houdt hij lezers voor dat we aan de buitenkant niet kunnen zien wat er in iemand omgaat. De personages figureren in elkaars verhalen, maar zijn vaak niet op de hoogte van wat er buiten school in de levens van hun klasgenoten speelt.

Reynolds vroeg zich dat als kind wél af. “Ik ben altijd een nieuwsgierige jongen geweest en mijn moeder daagde me uit om extra denkwerk te verrichten voor ik iets aannam, om me af te vragen wat ik níet wist over een persoon of situatie voordat ik een oordeel velde. Dat is precies wat ik tijdens het schrijven doe: me afvragen wat ik niet weet over mijn personages. En daar dan zo over schrijven dat mijn lezers ook gaan denken: wat zit hier achter? Ik wil boeken maken waarvan kinderen het gevoel krijgen dat ze die aandachtig moeten lezen. Ik vind het leuk om het vuurtje van de verbeelding en het kritisch lezen op te stoken, zodat ze zichzelf vragen gaan stellen: waarom heet dit personage zo? Waarom schrijft hij het belangrijkste stukje in het verhaal over die hond opeens in versvorm? Waarom is juist het meisje met de demente opa een grappenmaker? Ik merk dat kinderen mij die vragen ook stellen als ik met ze over mijn boeken praat.”

Hoe doordacht de details in zijn beeldende proza zijn, blijkt wel uit het verhaal over twee jongens die samen een ingewikkelde, geheime handshake hebben. In een ander interview onthulde Reynolds dat de handbewegingen die hij beschrijft gebarentaal zijn voor ‘Ik zie jou, zelfs als de wereld je niet ziet’.

Of dat het belangrijkste thema in zijn werk is? “Yeah, man, that’s it”, zegt Reynolds. “Het enige wat ik beoog is schrijven over kinderlevens op een manier die recht doet aan de levens die kinderen daadwerkelijk leiden. Ik hoef ze niets te leren, daar hebben ze hun ouders en leerkrachten voor, ik wil ze alleen maar laten weten dat ze gezien worden en dat ik een van de mensen ben die hen ziet.”

Jason Reynolds, Let goed op, een verhaal in tien stappen, Vert. Maria Postema. Condor; 188 blz. € 15,99. Vanaf 12 jaar.

Lees ook:

‘Let goed op’ is een ontroerend kijkje in de binnenwereld van jongeren

‘Let goed op’, de indrukwekkende verhalenbundel van Jason Reynolds geeft een ontroerend kijkje in de binnenwereld van jongeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden