Review

Jessye Norman zingt mooi maar wordt geen Jazzy Norman

Het zat Henk Meutgeert niet mee, woensdagavond op het podium van de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Er kon de hele avond geen gimlach af, zelfs niet op de momenten dat de Amerikaanse sopraan Jessye Norman, de ster van de avond, het publiek voor zich innam met haar weergaloze zang.

The Jazz Orchestra of the Concertgebouw, waarvan Meutgeert oprichter, arrangeur en dirigent is, had de taak de opera-diva te begeleiden in haar programma 'The sacred Ellington'. Af en toe gebeurde dat ook en mocht Meutgeert eventjes als dirigent de inzetten van zijn musici bepalen. Meestentijds was het echter Normans vaste recitalpianist Mark Markham die een beperkt aantal musici dirigeerde en regelmatig de aandacht naar zich toetrok met flamboyante pianobegeleidingen.

Meestentijds ook hoorde je van het jazzorkest slechts de bassist, de drummer en een van de trompettisten of saxofonisten. Of de strijkers van het Castagneri Quartet en de acht zwarte zangers (vier mannen, vier vrouwen) van het London Adventist Ensemble. En Jessye Norman? Deze diva, vooral bekend als vertolkster van het klassieke repertoire zong ongeveer de helft van het programma vol met jazzcomposities uit de drie 'Concerts of Sacred Music' die Duke Ellington in de laatste tien jaar van zijn leven schreef.

Dat Norman zoiets doet, is minder vreemd dan het lijkt. Ze weigert zichzelf muzikale beperkingen op te leggen. Ze brengt zelfs premières van hedendaagse muziekstukken en als kind zong ze al gospels in de doopsgezinde kerk van haar geboortedorp Augusta in Georgia. Tussen de meer dan honderd cd's die ze maakte, zijn er dan ook enkele gewijd aan gospels en spirituals. Maakt dat alles haar ook tot een geschikte uitvoerster van Ellingtons 'Sacred Music'? Te oordelen naar het enthousiasme waarmee een volle zaal haar prestaties ontving en zelfs vier toegiften afdwong, zou je zeggen van wel. Maar dat we die avond te maken kregen met Jazzy Norman, nee.

Het probleem van een 'klassieke' zangeres die zich over jazzliedjes ontfermt, is het gebrek aan Schwung. Dat bleek ook bij Norman. Ze zong de liedjes, als stond ze in een opera, onverstaanbaar galmend en vibrerend. Jazzvocalisten improviseren met stembuigingen en uithalen, maar de tekst blijft meestal goed te volgen. Zoniet bij Norman, die ondanks haar gospelachtergrond hardnekkig vasthield aan haar klassieke maniërisme.

Was het daardoor een slecht concert? Geenszins, het publiek had in zoverre gelijk, dat Normans zang betoverend was. Maar de vraag blijft toch hoe dezelfde liedjes geklonken zouden hebben, gezongen door echte jazzvocalistes als Rachelle Ferrell, Cassandra Wilson, of Denise Jannah.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden