Review

Jessica legt alles uit

Jessica Durlacher: op posters in het hele land wordt haar nieuwste roman aangeprezen. Maar T.van Deel beleefde er weinig plezier aan.

T. van Deel

'De portier is een invalide.' Met dit zinnetje begint de roman 'Nooit meer slapen' van Willem Frederik Hermans. Het is misschien wel de beroemdste openingszin uit de Nederlandse letterkunde. De hele roman wordt er, achteraf beschouwd, in weerspiegeld. Wie de lezer zo zijn verhaalwereld binnen laat gaan, mag op aandacht rekenen. Geen detail zal betekenisloos zijn.

De nieuwe roman van Jessica Durlacher, 'Emoticon', begint op een hieraan volstrekt tegengestelde manier. De geserreerde introductie van Hermans is bij haar in een wilde worp van verschillende verhaalelementen uitgemond. Eerst krijgen we drie bladzijden voor ogen met emoticons (leestekens die emoties uitdrukken, bijvoorbeeld >

:-( dat 'verveeld' betekent). Het is op dat moment onduidelijk welke rol deze emoticons zullen gaan spelen in wat volgt. Niemand zal deze drie bladzijden ook werkelijk lezen, hooguit diagonaal.

Na dit beroerde begin volgt een cursief tekstgedeelte waarboven staat: Jeruzalem, 30 mei 2001. Alles wat daarin wordt verteld, komt volkomen uit de lucht vallen, namen, gebeurtenissen, verwijzingen: ,,Rasjid. Rasjid en zijn geslijm met de Amerikaanse. Rasjid de verrader, de laffe hond die alles vergat voor een Amerikaanse del.'' Dit zijn de gedachten van een zekere Misja, die pas na vierhonderd bladzijden weer optreedt en de schuilnaam blijkt te zijn van de Palestijnse Aisja.

Enfin, kennelijk dacht Durlacher dat het vooraf weggeven van de gebeurtenis op 30 mei 2001 geen kwaad kon en de lezers nieuwsgierig zou maken naar het vervolg. Inderdaad, het kan geen kwaad, want niemand begrijpt iets van de situatie, maar nieuwsgierig maakt die tekst ook niet, al was het alleen maar omdat er pas veel en veel later enige aanknopingspunten met het verhaal ontstaan en dan is dit wazige begin allang uit de herinnering verdwenen.

Dan begint het eerste deel van de roman en wel met de zin: ,,Hij was een goede timmerman geweest, Arik.'' Het beschrijft de herinnering van Ester aan haar seks met deze man: ,,Zo geconcentreerd, de rust en de stilte, de krijsende krekels niet meegerekend, nauwelijks beweging, alleen die zachte, maar toch meedogenloze draai die hen zo stevig in elkaar zette -ze was er bijna van weggeraakt.'' Na tweehonderd bladzijden duikt deze Arik pas weer op, als de gebeurtenissen uit 1983 in de kibboets aan de orde komen.

Meteen daarop volgt een hoofdstukje waarboven staat: Schiphol, 2 april 2001, ochtend. Dit soort aanduidingen van plaats en tijd zullen we vaker gaan tegenkomen; ze zijn nodig om de verwarring, die voortdurend toeslaat in dit rommelige proza, niet nog groter te maken dan hij is.

De verhaallijnen tekenen zich natuurlijk wel af, na enige tijd, maar ze zijn zo opgevuld en breed gemaakt met allerlei zijwegen en onnozelheden, dat ze elkaar voortdurend verdringen. Er is het verhaal van Ester, de joodse Nederlandse, die naar een conferentie over educatie over de Holocaust in Jeruzalem gaat. Zij treft daar op de avond van aankomst in het restaurant een man, met wie ze naar bed gaat. Dat is nog niet gebeurd of de man, een reporter, wordt gebeld met de mededeling dat in het restaurant een bomaanslag heeft plaatsgevonden. ,,Ademloos besefte ze hoe dodelijk het gevaar was in dit land dat zo bedrieglijk weldadig aandeed. Waar je het aanraakte zat de dood verborgen, als een rat die ineens opduikt in een prettig, schoon bed.''

Ester gaat dan terug naar Nederland en trekt in bij haar oude vriendin Lola (ze wil van haar man Philip af) en diens zoon Daniel. Vanaf dat moment gaat zij een rol spelen in het verhaal van Daniel, die na zijn eindexamen naar Israël wil om iets voor dat land te betekenen. Hij is op zoek naar zijn vader, een kortstondige liefde van Lola uit 1983, in dezelfde kibboets als die waarin Ester werkte.

Door dit verhaal heen is een geheel ander verhaal gevlochten, dat de Palestijnse kant van de zaak bekijkt. Daarin is de al genoemde Aisja de hoofdrolspeelster: zij werkt voor een krant die begrip wil opwekken voor de Palestijnse zaak, geen activistische krant maar een die de dialoog zoekt. Het verhaal van Aisja sleept zich eindeloos voort en krijgt pas op bladzijde 325 contact met het Daniel-verhaal. Dat is wel het noodlottige omslagpunt in de roman, want dan geeft Ester zonder dat zij het beseft Daniel in handen van de Palestijnse.

'Emoticon' is een roman waarin de Palestijnen vooral de veroorzakers van het dodelijk geweld zijn. Er is ook wel kritiek op Israël, van joodse zijde (martelingen in de gevangenis, bijvoorbeeld), maar in de opbouw van de roman fungeert het Palestijnse element toch als de moordenaar. Er wordt niet gerept van joodse vergeldingsacties of iets dergelijks.

De roman lijdt aan een teveel aan uitleg, alle draden worden tot het eind toe afgewonden, niets blijft onverklaard. Misschien vindt iemand zoiets een wonder van compositie, maar ik beleefde het als saai en voorspelbaar. Durlacher heeft te veel tegelijk gewild, waardoor alles breed uitgeschreven toch bijzonder aan de oppervlakte blijft. En tegen het eind, na de slepende onthulling van de moord, volgt nog een soort epiloog met gunstige berichten uit de jaren 2002 en 2003. Aisja, die 'geen enkele clementie met de onderdrukkers' had, heeft levenslang gekregen. Lola is zwanger en Ester ook, maar zwijgt daarover. Ook over degene van wie zij dit kind krijgt. Zo wordt er toch nog iets verzwegen in deze roman, al is het dan niet voor de lezer.

Over de stijl van Durlacher zou een aparte bespreking de moeite lonen. Zij durft gewoon te schrijven: ,,Ester zag het gebeuren; de blikken vol fysieke herinneringen tussen hen. Tot voor kort was Zippi maagd geweest, vlijmde het door Ester heen.'' Of neem deze onbegrijpelijkheid: ,,Toch keek Arik haar na, dat voelde ze. De omtrek van haar eigen billen was een ijskoude lijn tussen haar en de wereld.'' Het is de stijl van een B-film.

Dit soort proza is nauwelijks minutieus te lezen, hooguit diagonaal. Doe je dat niet, dan is verveling je lot. Helaas.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden