Stanley H. met zijn maten in de jaren zeventig Beeld Maaike Bos

Tv-column Maaike Bos

Jeroen Spitzenberger is geknipt om Stanley H. te spelen

Het is hem gelukt, zijn eerste echte titelrol. In de vierdelige serie ‘Stanley H.’ (KRO-NCRV) gaat Jeroen Spitzenberger met zijn rol van topcrimineel Stanley Hillis drie keer de hoek om, en maakt hem tot een geloofwaardig, gelaagd figuur.

De veelgevraagde anti-held-acteur speelt standaard de tweede of zoveelste man, zoals in de film ‘Alles is Liefde’ of in series als ‘Divorce’ (RTL) en ‘Oogappels’ (BNNVara). Nu heeft hij de dragende rol en dat is even wennen. Maar dragen doet hij. Met een zwijgende maar charismatische aanwezigheid en met die ogen, die ‘ongevaarlijke ogen’, schept hij een figuur naar wie je wilt blijven kijken.

Zondag werd aflevering één uitgezonden maar op de online-streamingdienst NLZiet van NPO-RTL-SBS keek ik alvast de volgende aflevering vooruit. En hup, de serie zit in mijn systeem. Heerlijke archiefbeelden van jaren tachtig-Amsterdam, een tot in de puntjes doorgevoerde stijlvastheid, en een hoofdpersoon die alle verwachtingsschema’s van een topcrimineel tart.  

Nederlandse misdaadgeschiedenis

Niet alle criminelen zijn kennelijk zo hard en dreigend als Willem Holleeder. Deze jongen wil geen geweld en regelt zijn zaakjes liever door slim te zijn. Hij ontsnapt keer op keer uit de gevangenis – maar gaat niet mee wanneer misdaadmaatjes door gijzeling van bewakers willen ontsnappen. “Da’s niet mijn stijl”, zegt-ie. Hij gaat voor een interview aan tafel bij Sonja Barend om te klagen dat hij onterecht voor levensgevaarlijke gek is uitgemaakt. En hij spant gewoon een zaak aan bij het Europees Hof van Justitie tegen de agent die hem arresteerde. Onrechtmatig verkregen verklaringen van anonieme getuigen. Wanneer daarvan de uitspraak komt, begint zijn carrière pas echt.

Wie niet sterk of gevaarlijk is moet slim zijn; dat is deze Stanley H. Het bijkomende verrassingseffect is dat geweld in deze misdaadserie helemaal niet de kern vormt. Beginnend bij Stanley Hillis’ bankovervallen in de jaren zeventig en de hoogtijdagen van capo Klaas Bruinsma in de jaren tachtig, geven de vier delen een beeld van wel vijftig jaar Nederlandse misdaadgeschiedenis, én van de opsporingsmethoden.

Grote vissen pakken

Juist, de IRT-affaire wordt in aflevering twee breed uitgemeten. De opsporingsdiensten experimenteerden sinds 1985 niet alleen met infiltratie, maar ook met de gecontroleerde doorvoer van drugs om zo de grote vissen te kunnen pakken. Het absurdisme daarvan, ik verklap niet hoe dat eruitziet, komt hier wel heel wrang maar ludiek in beeld. En dat alles rondom die aardige Stanley H. die je na aflevering één best wel zijn succesjes gunt. 

Regisseur Tim Oliehoek (‘De zaak Menten’, ‘Het geheime dagboek van Hendrik Groen’) heeft weer een dramaserie gemaakt die bewijst dat de kwaliteit van Nederlandse series zich laat meten met die van het internationale aanbod. Er valt heus wel wat op aan te merken, zoals de nog openstaande vraag waarom Stanley eigenlijk crimineel is geworden. Zijn vader, Canadees bevrijder uit de Tweede Wereldoorlog, wil hem niet kennen – dat is alles wat we weten als mogelijke kiem voor een getormenteerde ziel. Je kunt ook zeggen: daar gaat de serie niet over. De misdaadgeschiedenis is de echte hoofdpersoon. En nu die ook zonder veel ‘Penoza’-achtig bloedvergieten in beeld kan komen, kijk ik graag.

Vier keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden