Jeltje van Nieuwenhoven opent vlechtmuseum in haar geboortedorp

De rieten mand was eeuwenlang niet weg te denken uit het dagelijks leven, op zee en aan de wal, op de markt en in de winkel, op de boerderij en in het herenhuis. Sinds vorige week zaterdag heeft Nederland een museum voor deze poor man's art. Want toen werd in het Friese Noordwolde het Nationaal Vlechtmuseum geopend door kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven, zelf dochter van een rietvlechter uit Noordwolde.

De Noordwoldigers die bij de opening aan het woord kwamen, hadden het over 'een droom die waarheid is geworden'. Wat moeten wij ons bij rietvlechten voorstellen? Eén voorbeeld volstaat misschien: de rotan zitjes uit de jaren vijftig en zestig, die in elke serre, studenten- of meisjeskamer te vinden waren, betekenden de laatste opleving van het vlechtwerk. Die meubels, Jeltje van Nieuwenhoven meldde het met enige verbazing en trots, kwamen voor het grootste deel uit Noordwolde.

Het dorpje Noordwolde, gemeente Weststellingwerf in het zuidoosten van Friesland, is klein - niet meer dan een stipje op de kaart. Het ligt in een prachtige, wat vergeten streek van de provincie, waar Friesland aan Drenthe grenst. Volgens overlevering zou het vlechten van manden in het begin van de negentiende eeuw aan een aantal Noordwoldigers geleerd zijn door een Duitse trekarbeider. Wilgentenen waren ruim voorradig maar de grondstof bleek niet onuitputtelijk, zeker niet voor de twee- à driehonderd mandenmakers die rond 1860 in en om het dorp woonden. Dankzij dominee Edema van der Tuuk, die zich het lot van de plaatselijke bevolking aantrok, werd een plan ontwikkeld om de bedrijfstak om te vormen naar een meubelindustrie. Edema van der Tuuk oriënteerde zich in Duitsland en haalde een rietvlechter naar Noordwolde om les te geven in het rietvlechtwerk.

Er ontstond een huisindustrie, gebaseerd op zowel inheemse als uit Nederlands-Indië geïmporteerde materialen, zoals bamboe, rotan, sisal en manau, die aan het eind van de negentiende eeuw zo'n honderdduizend stoelen per jaar produceerde. De concurrentie tussen de vele kleine bedrijfjes was echter groot en de kwaliteit van de meubels was veel minder dan die van de producten uit Duitsland en Oostenrijk. Een goede vakopleiding van de ambachtslieden bleek onontbeerlijk. Dankzij de inspanningen van de plaatselijke predikant en huisarts kon op 1 april 1908 de Rijksrietvlechtschool starten, met 17 leerlingen onder leiding van de bekende kunstenaar Harm Ellens. Op 17 april 1912 werd het nieuwe schoolgebouw geopend, waar 89 jaar en 11 dagen later het Nationaal Vlechtmuseum geopend wordt.

De eerste directeur (van 1908-1920), Harm Ellens, was een gedreven pleitbezorger van zijn school en het goede ambachtsonderwijs. In de originele directeurskamer in het museum zijn voorbeelden uit de door hem samengestelde studiecollectie te zien en voorbeelden van zijn ontwerpen, niet alleen op het gebied van het vlechten maar ook op grafisch gebied en dat van de edelsmeedkunst. De opleiding duurde drie jaar en werd beëindigd met het fijnvlechtwerk. In het museum zijn daar fraaie voorbeelden van te zien. Daarnaast toont het museum een collectie meubels van negentiende-eeuws tot recent (bijvoorbeeld van Roderick Vos en Jan des Bouvrie) en andere voorwerpen, zoals kastjes, kinderwagens, hoeden en manden. In het Magazijn, op de eerste verdieping, kan men zich vergapen aan eindeloze rijen manden, die stammen uit de tijd waarin de bakkersknecht met zijn zware broodmand voorop de fiets, fluitend door de buurt slingerde.

Het Nationaal Vlechtmuseum wil niet alleen de nostalgische gevoelens van de bezoeker bevredigen, een multimedia schouwspel in het gereconstrueerde Praktijklokaal geeft informatie over het vlechten en de vlechtschool, terwijl in wisselende tentoonstellingen aandacht gevraagd zal worden voor hedendaags vlechtwerk. De eerste tentoonstelling betreft het eindexamenwerk (1979) van textiel- en sieraadontwerpster Beppe Kessler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden