Review

Jean-Philippe Collard is perfecte vervanger voor Martha Argerich

Philharmonia Orchestra olv Charles Dutoit mmv Jean-Philippe Collard (piano) op 11/9 in Concertgebouw, Amsterdam.

Pianiste Martha Argerich had al een slechte reputatie vanwege haar regelmatige afzeggingen. Dit jaar maakt zij het wel erg bont. In mei annuleerde zij een optreden in het Concertgebouw omdat haar kleindochter zoek was. Deze week heeft zij haar concerten met het Philharmonia Orchestra in Eindhoven en Amsterdam afgezegd wegens ’vermoeidheid’. Voor haar talrijke fans andermaal een grote teleurstelling.

Stellig was dit ook de reden dat in het Concertgebouw veel stoelen leeg stonden. Of kwam dat mede doordat dinsdagavond het treinverkeer rond Amsterdam weer eens fors gestremd was? In ieder geval betekende het spoorprobleem dat uw recensent het openingsstuk, Debussy’s ’Jeux’ miste, en maar met pijn en moeite het optreden van Argerichs vervanger, de Franse pianist Jean-Philippe Collard, kon halen.

Collard bleek voldoende voorbereid om hetzelfde pianoconcert te spelen als Argerich had zullen doen: Ravels Pianoconcert in G. Op zich is het niet uitzonderlijk dat deze in het Franse repertoire doorknede pianist dit stuk op het juiste moment in zijn vingers had, maar wél is het een geluk dat op zo’n korte termijn zo’n capabele remplaçant gevonden was.

Collard speelde het concert met grote precisie en helderheid. In de eerste pagina’s van het Allegramente klonk de pianopartij nog rank en weinig concertant, maar gaandeweg dit deel werd Collards spel briljanter en krachtiger. Met gemak wist hij in de climaxen zijn solopartij boven het orkest te laten uitklinken. Fascinerender nog was zijn rijkdom in toucher in de intiemere passages. Vooral de lange solo – een quasi-wals – waarmee het tweede deel inzet, kreeg veel diepgang in Collards fijnzinnige uitvoering.

Aan Charles Dutoit had Collard een perfecte tegenspeler en begeleider, want deze dirigent is enorm precies. Zijn directie staat garant voor optimale gelijkheid en zorgvuldig geplande dynamiek. Deze gave uitvoering was natuurlijk ook alleen maar mogelijk dankzij de zeldzame gedisciplineerdheid van het Philharmonia Orchestra.

Opmerkelijk fraai klonken vooral de strijkers, die niet alleen zuiver spelen met een rijke, volle toon, maar ook een veelheid aan klankkleuren kunnen produceren. En daar vraagt impressionistische muziek van Ravel en Debussy veelvuldig om. Aangenaam was dat Dutoit over het algemeen de trommelvliezen van de luisteraars spaarde. Op enkele korte momenten in Ravels pianoconcert na, liet hij het orkest eigenlijk alleen helemaal aan het slot van Ravels ’La Valse’ volop spetteren in een werkelijk fortissimo.

’La Valse’ beleefde een verrukkelijke dansante en gevarieerde uitvoering. Interessant was ook de daaraan voorafgaande complete uitvoering van de ’Images’ van Debussy. Dutoit en zijn orkest raakten het meest op dreef in de Spaanse dansmuziek en warme, zuidelijkheid van de driedelige suite ’Iberia’ die de kern van de ’Images’ vormt. Ook ’Gigues’ werd spannend gespeeld, maar het afsluitende ’Rondes de printemps’ klonk wat rommelig en kwam te weinig opzwepend tot een vrij abrupt eind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden