Review

'Je vlucht weg uit de invloedssfeer van je vader om hem later drie keer tegen te komen'

Ooit vertelde een vriend die in Utrecht Nederlands studeerde, dat daar een bijzondere docent rondliep. De man, die 17e en 18e eeuwse letterkunde gaf, sprak tijdens de colleges wel eens over zijn mooie dochters. Om zijn studenten te behoeden voor het lot dat zij kozen, waarschuwde hij hen soms alsof hij hun eigen vader was. 'Weest blij', zei hij dan, 'dat jullie hier in deze beschermde zedige provinciestad verkeren en niet daar ver weg in het grote bandeloze Amsterdam, waar mijn drie dochters zich behaaglijk wentelen in die poel des verderfs'.

Later begreep ik dat een van die dochters Rosita Steenbeek moest zijn, de vrouw die in 1990 beroemd werd vanwege haar buitenissige verhoudingen met twee van de grootste cultuurdragers van het moderne Italië, de schrijver Alberto Moravia en filmregisseur Federico Fellini. Het opmerkelijke van beide verhoudingen was, dat - behalve het feit dat de mannen al behoorlijk op leeftijd waren - ze allebei begonnen na een vraaggesprek dat La Steenbeek met hen voor Vrij Nederland had.

En nu is er haar boek. 'De laatste vrouw' heet het en het gaat over een Nederlandse vrouw, Suzanna, die naar Italië vertrekt en daar verzeild raakt in drie romances, waarvan er twee (de eerste is er een met een Siciliaanse psychiater) verdacht veel op die met Moravia en Fellini lijken. Niet voor niets heeft de uitgever het boek dan ook een 'autobiografische roman' genoemd - goed voor een eerste oplage van maar liefst 10 000 exemplaren.

Tijdens de presentatie van het boek, afgelopen donderdag, sprak Rosita Steenbeek over haar vader. Ze vertelde dat zij na de dood van Moravia in september 1990 (in mei van hetzelfde jaar had ze hem nog voor de Nederlandse televisie in het Rijksmuseum geïnterviewd) zo overstuur was, dat zij Italië verliet en terugkeerde naar het huis van haar ouders in Amersfoort. Ze zou er vier maanden blijven, maar het werden vier jaren. Ze schreef, vertelde ze, het boek vooral achter het bureau van haar vader, die de worsteling van het schrijven niet alleen van dichtbij meemaakte, maar zich soms ook letterlijk met de zaak bemoeide. “Hoe vaak heb ik het manuscript niet in de open haard willen gooien! Gelukkig was er dan mijn vader, die mij, uit esthetische overwegingen, behoedde. Maar soms was het andersom en moest ik het manuscript redden omdat híí het, om morele redenen, wilde vernietigen. Dan vond hij dat ik de familie, die bestaat uit twee typisch hervormde domineesgeslachten, niet voor eeuwig te schande hoefde te maken.”

Toen ik daarop de vader vroeg of hij zijn dochter werkelijk als schandvlek ziet, glimlachte hij en knikte. “Natuurlijk! Nee, dat is niet slechts scherts. En wat Rosita zojuist vertelde is ook geen grap: ik heb dat rotboek vaak in het vuur willen gooien. Maar het is haar boek, haar leven.” Dan, nog altijd verbaasd: “Mijn dochter... femme fatale.”

“Zo, dus jij hebt gister mijn vader gesproken!” Een beetje trillerig nog van de avond van de presentatie, komt de schrijfster, zwierig gekleed in een strak zwart bloemetjesrokje en een lange zwarte jas, het café binnen waar we hebben afgesproken. Ze moet lachen om de belangstelling voor haar vader en roept: “Nou, dan is het waarschijnlijk wel tot je doorgedrongen dat dat het thema van het boek is! In al die mannen zoekt Suzanna uiteindelijk haar vader, die zij altijd heeft geadoreerd.”

Dat lijkt me verschrikkelijk te moeten ontdekken...

“Ja, dat is het ook. De ruwe versie was af. En toen dacht ik: ja, dat is het thema. Een soort Oedipus-drama: je vlucht weg uit de invloedssfeer van je vader om hem later drie keer tegen te komen.”

Recht haar rug en zegt alsof ze mij moet overtuigen: “Daarom is het ook een roman. En niet zomaar: 'Mijn avonturen met...' Zoals je weet staat er op de omslag van het boek: Autobiografische roman. Ik zelf noem het liever een sleutelroman... met de sleutel erbij. Ik ben overigens een beetje bang dat dat nu ook gebeurt, dat mijn boek het slachtoffer gaat worden van die bekende namen...”

Dat lijkt me toch niet zo vreemd. Wie zou het boek zonder die namen kopen? In 'Opzij' vertelde je dat het boek er eerder was dan de 'namen'. Dat jij de grote muzen als het ware in het plot van je boek hebt laten lopen. Ik geloof daar niets van.

Rosita: “Toch is het zo. In Opzij staat wat ik zei niet helemaal goed weergegeven. Maar ik zal je vertellen hoe ik het boek geschreven heb. Goed? Toen ik op Sicilië zat, zo rond '86, kreeg ik het idee een roman te schrijven. Het thema was een confrontatie tussen twee culturen. Sicilië/Nederland, macho/vrouwelijkheid. De man, de psychiater, heeft iets van 'pluk de dag' en zij kan dat niet. Niet van zichzelf tenminste. Zij laat zich meeslepen. Waarom? Een reactie op thuis en op het bedeesde meisje wat ik vroeger was. Misschien heeft een hersenbloeding die ik op m'n dertiende kreeg, ook een rol gespeeld...”

Wanneer veranderde je, werd je opeens wild?

“Dat is begonnen tijdens m'n studie. Nederlands. In Amsterdam. Ik denk ook dat het was omdat ik gedesillusioneerd raakte over een relatie met een leeftijdgenoot. Mijn ideaal? Groots en meeslepend leven, zoals de literatuur die ik altijd zo braaf gelezen had, beschreef. Slauerhoff, Baudelaire en de jaren twintig! Kunstenaars en intellectuelen die samenkomen en over het leven praten en mooie dingen maken. Dat!”

Tot verdriet van je vader...

Bijna verontwaardigd: “Ja, maar mijn vader heeft dat ook hoor... die heeft ook iets rebels in zich. Hij heeft bijvoorbeeld vroeger ook een tijdje het christendom afgezworen, communist geworden. Later is hij teruggekeerd naar de kerk; een beetje gered door mijn moeder, denk ik. Door haar evenwichtigheid en wijsheid... maar dat rebelse herkent en bewondert hij ook wel...”

“Vooral als de psychiater haar geheel dreigt te onderwerpen, denkt ze: ik moet weg. Liefde is heel belangrijk, maar je kunt jezelf niet helemaal opofferen voor één man. Het boek was al een heel eind gevorderd, toen ik Moravia ontmoette. Door het contact met hem, voelde ik mij opbloeien. Hij begreep wat ik bedoelde en luisterde naar me. Zei: dit moet je lezen en dat. Toen wist ik: niet de leeftijd, de geestesgesteldheid is in de liefde doorslaggevend.”

“Door hem kreeg het boek een nieuwe plot: als de psychiater tot inkeer komt en zegt 'ik hou van jou', is het te laat en is Suzanne verliefd op een ander. Voor alle duidelijkheid: Ik was niet verliefd op Alberto. Hij was echt te oud. Maar toch, door hem verzon ik een nieuwe, oudere man, waarop Suzanne echt verliefd wordt. Geen politicus, geen schilder, geen schrijver! - dan zou hij echt teveel op Moravia lijken - maar een toneelregisseur, die zelf ook stukken schreef. Ik had ook al een hoofdstuk in mijn hoofd dat een toneelstuk van deze regisseur, Fernando heette hij, opgevoerd zou worden in het theater van Taormina, Sicilië. Bij het zien ervan zou de psychiater alles begrijpen.”

“En toen, het is echt waar, ontmoette ik Fellini! En werd hopeloos verliefd. Fellini belde iedere dag, we gingen uit, maakten elkaar het hof... en het boek raakte op de achtergrond. Tot de dood van Moravia.”

Toen, terug naar je ouders...

“Mijn veilige thuishaven. Ze hebben me ook nooit veroordeeld. Ja... ik was helemaal kapot en het pijnlijke was dat ik meteen een boek van Alberto moest vertalen: 'De luipaardvrouw'. Het ging heel erg over eenzaamheid, jaloezie en buitengesloten worden. Over een man die zijn vrouw voorstelt aan zijn baas om er een beetje mee te pronken en dan ziet hoe die twee dol op elkaar worden en zit met de vraag: hebben ze iets of hebben ze niets?”

Moravia stierf uit liefdesverdriet is wel gezegd, Fellini werd verteerd door schuldgevoel en verbrak dan wel niet de vriendschap maar wel de verhouding met jou. Hoe fataal ben je voor hen geweest?

Rosita, ernstig: “Je kunt het ook omdraaien. Hoe fataal zijn zij voor mij geweest? Want ik hield zielsveel van Alberto en Federico. Vooral ook Alberto. Hij was, zoals-ie zelf schrijft, 'helder als kristal'. Zo eerlijk. Fellini had veel meer maskers. Hij was de verleider. De man die graag spelletjes speelde. Moravia niet. Die was zo ontroerend open. En dat heb ik in het boek ook willen laten zien. Geloof je me?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden