Review

Je kunt ook zeggen dat er een verschuiving is opgetreden in het dénken over religie.

Het is hard gegaan met de ontkerkelijking van ons land. In 1970 zag 24 procent van alle kerkleden nooit een kerk van binnen. In 2002 was dat opgelopen tot 49 procent en nu, drie jaar later, is dat vast meer dan de helft.

Jan Greven

Allemaal door de secularisatie. Althans volgens de gangbare theorie. Maar hoe gangbaar is die theorie? En wat is secularisatie eigenlijk? Laten we het simpel houden, schrijft VU-sociaal-wetenschapper Anton van Harskamp in een boek dat vijftig jaar godsdienstige ontwikkeling in ons land aan niet-Nederlanders probeert uit te leggen: secularisatie is een sociaal proces waarin religie zich aanpast aan de seculiere wereld (secular world) en waardoor de invloed van religie op maatschappij en individu vermindert. Inderdaad, zo zien 'we' secularisatie.

Toch kijkt VU-historicus James Kennedy in hetzelfde boek daar net een slag anders tegen aan. Secularisatie, stelt hij, is in dit land niet alleen een theorie. Het is ook een programma. De Nederlander wilde en wil zélf seculariseren. Richting moderniteit. Weg uit wat in dat verband altijd de 'Middeleeuwen' genoemd wordt. In die Middeleeuwen heerst een absoluut waarheidsbegrip en functioneren kerken zoals tijdens de verzuiling. In de moderniteit is absolute waarheid vervangen door relatieve en speelt de kerk alleen privé nog een rol. Dit moderniseringsprogramma beheerst het levensbeschouwelijk klimaat in ons land. Na het christendom wordt nu van de islam verwacht dat deze godsdienst zijn aanspraak op absolute waarheid opgeeft en afstand doet van haar claim op maatschappelijke relevantie. Pas als de moskee, net als de kerk tot onbeduidendheid is vervallen, zal ze beschouwd worden als volwaardig lid van de Nederlandse samenleving.

Maar, stelt Kennedy terecht, het is pure onzin de kerken en christelijke organisaties van de jaren vijftig te beschouwen als overblijfselen uit de Middeleeuwen. Zo oud zijn hun papieren niet. Hun oorsprong ligt in het laatste kwart van de negentiende eeuw, toen de religie zich in strakke kerkelijke kaders ging organiseren. Voor die tijd had religie iets vaags. Na die tijd niet meer. Je was rooms-katholiek of gereformeerd en door dat laatste van de weeromstuit ook ineens hervormd. Zo ontstonden de kerken en christelijke organisaties die vanaf 1963 met zoveel verve zijn afgebroken. Niks Middeleeuwen dus. Het ging om een ontwikkeling binnen de moderniteit. Wat in de negentiende eeuw binnen de moderniteit paste, was in de jaren zestig een obstakel geworden. Op zichzelf niet verbazingwekkend, na zoveel jaren.

Hoe breder de definitie van religie, hoe minder secularisatie. Andersom, hoe strakker religie is georganiseerd, hoe duidelijker de invloed van de secularisatie. Logisch. Voor een strak in het katholicisme opgevoed mens betekent secularisatie afscheid van dat katholicisme. Maar bij iemand met een van oudsher toch al vage godsdienstigheid, zal de secularisatie veel minder hard toeslaan. Er verschuift misschien wat in zijn denken en nog vaak zonder dat hij kan aangeven wat eigenlijk.

Natuurlijk ziet Kennedy dat er alom secularisatie gaande is. Maar het is zeker niet de enige sleutel om de godsdienstige ontwikkelingen in dit land te verstaan. Je kunt ook zeggen dat er de afgelopen vijftig jaar een verschuiving is opgetreden in het denken over religie. Gedurende de verzuiling was religie opgeborgen in sociale organisatie. Vanaf de jaren zestig werd religie geïdentificeerd met maatschappelijk activisme en vanaf de jaren negentig, alle van de vorige eeuw, met individuele spiritualiteit.

Wat Van Harskamp secularisatie noemt, heet bij Kennedy paradigmaverschuiving. Als sociaal wetenschapper kijkt Van Harskamp synchronisch naar de secularisering en Kennedy, als historicus, diachronisch.

Van Harskamp zit daardoor, ondanks zijn afkeer van het wegsijpelen van de maatschappelijke relevantie van geloof en godsdienst, dichter bij de mainstream van het gangbare denken in ons land. Het denken dat secularisatie ziet als een afrekening met de Middeleeuwen.

Kennedy's opvatting spreekt me meer aan, omdat hij en passant ook verklaart waarom er bij zo veel ontkerkelijking nog zo veel religie in ons land wordt aangetroffen. Doordat de kerken, maatschappelijk zowel als godsdienstig, in de verzuiling zo'n uitgesproken rol hadden, valt de teruggang van de kerken het meest op. Tegelijk wijst onderzoek uit dat ons land, net als vroeger, uitzonderlijk religieus is. Alleen is die religiositeit niet meer kerkelijk georganiseerd.

Wij denken altijd dat we uniek zijn door onze moderniteit en onze door en door geseculariseerde maatschappij. Onderzoek wijst erop dat we het ook zijn door onze religiositeit.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden