Review

Je blijft het vrouwtje dat het 'wel aardig doet'

Martine Bakema en Lies Sluis (red.). Een ander ambt, Vijfentwintig jaar vrouwen in het ambt in de Gereforeerde kerken in Nederland. Kok, Kampen,192 blz. -¿ 29,50. Drs. Mijnke Bosman-Huizinga is algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap.

MIJNKE BOSMAN-HUIZINGA

De synode van de gereformeerde kerken in Nederland nam op 28 november 1969 het besluit alle ambten open te stellen voor vrouwen. Een groep gereformeerde vrouwen, voornamelijk predikantes, vond dat '25 jaar vrouwen in het ambt' niet onopgemerkt voorbij zou mogen gaan. Zij stelden een boek samen over deze kwart eeuw met de titel 'Een ander ambt'. Deze week werd het boek aangeboden aan de voorzitter van de gereformeerde synode, ds. Pieter Boomsma.

In andere Nederlandse kerken waren er al voor 1969 vrouwen in het ambt. De besluitvorming over de toelating van vrouwen tot het ambt is in die kerken meestal minder duidelijk gemarkeerd dan bij de gereformeerden. Vrouwen zijn als het ware 'sluipend' binnengekomen. Voordat vrouwelijke predikanten mochten worden beroepen, konden vrouwen meedraaien als ouderling of diaken. In de Nederlandse hervormde kerk vervulden vrouwen als vicaris bijna alle predikantstaken tot zij in 1958 officieel werden toegelaten tot het predikantschap. Maar deze officiele toelating heeft niet geleid tot acceptatie van vrouwelijke ambtsdragers over de volle breedte van de hervormde kerk. Er zijn nog steeds hervormde predikanten die niet willen worden 'opgebracht' door een vrouwelijke ouderling.

Het duidelijke besluit van de gereformeerden hangt samen met hun visie op het ambt. Gereformeerden maken geen onderscheid tussen de drie ambten, vandaar dat zij in 1969 meteen alle ambten voor vrouwen openstelden.

Het inzicht was gegroeid dat de bijbelse geschriften tijd- en plaatsgebonden zijn. De zogenaamde 'zwijgteksten' waren niet langer een afdoende argument om de vrouwen uit de ambten te weren. Maatschappelijke veranderingen werkten door in de kerk.

De boeiendste hoofdstukken van 'Een ander ambt' zijn die waarin wordt ingegaan op de ervaringen van achttien vrouwen in het ambt. Zes diakenen, zes ouderlingen en zes predikantes, uit de beginperiode en van dit ogenblik. Het zijn verhalen van voldoening en inspiratie, maar ook van teleurstelling, van manoeuvreren, van irritatie over de vergadercultuur, van het moeten vechten om gehoord te worden. Onthullend is de opmerking dat ook vrouwen vinden dat vrouwen teveel aan het woord zijn, als zij meer dan 30 procent van de spreektijd tijdens een vergadering opeisen.

Door de aanwezigheid van vrouwen is de invulling van het ambt veranderd. Vrouwelijke ouderlingen en diakenen beschouwden hun ambt vooral als een zorgtaak. Ook de predikantes spreken over het ambt als een dienende functie. Kenmerkend is haar verzet tegen de typering van de predikant als 'herder'. Een predikante zegt dat zij eerder de herdershond is, die de schapen bij elkaar probeert te houden.

In het slothoofdstuk van 'Een ander ambt' wordt de vraag gesteld of de kerk vernieuwd is door de aanwezigheid van vrouwen. Juist door de wijze waarop vrouwen het ambt hebben ingevuld, is dat maar beperkt het geval. Vrouwen kennen hoge prioriteit toe aan 'zorgen voor' en zij koppelen dat nauwelijks aan beleidsvragen. De beleidsorganen van de kerken worden nog steeds beheerst door mannen. Waar dat niet zo is, vreest men voor vervrouwelijking van de kerk en dat wordt - ook door vrouwen - niet wenselijk geacht. Net als andere organisaties en beroepen daalt de kerk in aanzien, als zij te zeer 'een vrouwelijk gezicht' krijgt.

'Een ander ambt' bewijst de discussie in de kerken over de positie van vrouwen een dienst. Overduidelijk blijkt dat vrouwen dan wel zijn toegelaten tot de ambten, maar dat zij in de gereformeerde kerken, ook na 25 jaar, nog steeds niet het gevoel hebben als vrouw - met haar eigen geschiedenis en stijl van werken en discussieren - volledig geaccepteerd te zijn. Uit eigen ervaring weet ik, dat ook in kerken waar vrouwen al veel langer ambtsdrager mogen zijn dergelijke gevoelens een rol spelen. Je blijft het vrouwtje dat 'het wel aardig doet', maar dat zich er voor moet hoeden te veel eigens te willen inbrengen.

Opvallend aan de ervaringen van de achttien gereformeerde vrouwen is dat maar enkelen onder hen de strijd echt hebben willen aangaan. De predikantes hebben gemerkt dat zij niet veel konden veranderen aan bestaande patronen. Over het algemeen zijn zij binnen hun gemeente voorzichtig opgetreden. Daarbuiten durfden zij meer, zoals de predikante die in een classicale vergadering een feministische vesper hield, wat zij in haar eigen gemeente nooit zou doen.

De huidige predikantes hebben deeltijdbanen en kleine kinderen die zij samen met hun partner verzorgen. Dat was in de begintijd ondenkbaar, ook in andere geloofsgemeenschappen. In de Remonstrantse Broederschap werd in 1978 voor het eerst een vrouw die ook de zorg had voor kleine kinderen part-time predikant. Nu kijkt niemand meer op van een zwangere predikante!

Maar zal nog wel even duren tot niemand het meer vreemd vindt dat vrouwen ongeveer de helft van de beschikbare spreektijd vullen, tot die totale spreektijd een stuk minder is geworden dankzij verandering van de vergadercultuur en tot God zonder schroom als 'Zij' kan worden aangeduid. Ik ben benieuwd naar de evaluatie over nog eens 25 jaar. 'Een ander ambt' is het lezen meer dan waard. Jammer dat het zo knullig is geillustreerd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden