InterviewJazz

Jazzviolist Yannick Hiwat: ‘Ik houd ervan dat het spelen veel moeite kost’

Yannick Hiwat met zijn unieke mezzo-viool, waarop geen vier, maar zeven snaren gespannen zijn.Beeld Foto Venour

Yannick Hiwat speelt op een viool met zeven snaren. De weerstand op deze mezzo-viool is groter dan op een gewone viool. ‘Ik denk soms heus wel: waar ben ik aan begonnen.’

Vrijwel steeds wordt bij violist Yannick Hiwat (32) als eerste vermeld dat zijn viool zeven snaren heeft in plaats van de gebruikelijke vier. Hoewel het bespelen van een zeldzaam en speciaal voor hem vervaardigd instrument ontegenzeggelijk publiciteit aantrekt, is dat geenszins de reden waarom Hiwat deze ongebruikelijke mezzo-viool bespeelt. Nee, veeleer is het een voorlopige uitkomst van een al in zijn jongste jaren ingezette ontwikkeling, of reis, zoals Hiwat het zelf graag noemt. 

“Als kind waren mijn eerste vioollessen zoals gewoonlijk op klassieke muziek gericht, maar ik speelde daarnaast ook gospelmuziek in de kerk. Daarna heb ik de Havo Voor Muziek En Dans gedaan en daar ontmoette ik popzangeressen en funkdrummers en heavy metalgitaristen waarmee ik de hele dag muziek aan het maken was. Gaandeweg heb ik daardoor ontdekt dat mijn hart vooral ligt bij geïmproviseerde muziek. Op de jazzafdeling van het conservatorium was ik aanvankelijk de enige violist. Sterker nog, iemand die jazzviool onderwees, was er niet. Speciaal voor mij moest Tim Kliphuis als docent naar het conservatorium worden gehaald.”

Pionieren met een paar ankers

Jazzviolisten zijn inderdaad vrij dun gezaaid. Het brengt Hiwat in een markante en wat tweeslachtige positie. Enerzijds is hij in menig opzicht een pionier, maar anderzijds is het juist door het vaak nog weinig ontgonnen terrein dat hij betreedt des te belangrijker om te bestuderen hoe zijn schaarse voorgangers in de jazz de viool hebben bespeeld. Zo is een groot voorbeeld de jonggestorven Pool Zbigniew Seifert. 

“Ik beschouw mijn voorgangers als ankers. Het is voor mij van groot belang wat anderen eerder hebben gedaan, niet alleen omdat de viool in de jazz zo zelden wordt ingezet, maar vooral ook omdat de viool de bespeler voor talloze moeilijkheden en uitdagingen plaatst en daarbij onvergeeflijk is. Zeker als solo-instrument is het weerbarstig. Ik hoor soms opnamen waarvan ik denk, ik trek het niet. Het geluid van de viool kan zeker in jazz al snel ongemakkelijk worden, valsig. Daarom is Seifert ook zo’n belangrijk studieobject. Seifert was klassiek geschoold en technisch zeer virtuoos. Hij is naar mijn idee de eerste die erin is geslaagd de muzikale ideeën van saxofonist John Coltrane succesvol naar viool te vertalen.” 

Dat is een spannende, steeds terugkerende tegenspraak in Hiwats benadering van muziek. Aan de ene kant is er de drang om een eigen muziekstijl te creëren die recht doet aan zijn brede smaak waarin jazz en klassiek vrijwel even belangrijk zijn als gospel en hiphop en R&B. Aan de andere kant stuit hij daarbij steeds op de te overwinnen problemen waar zijn wrokkige instrument hem telkens voor stelt. Problemen die met drie extra snaren significant toenemen. En dan is er op hele wereld ook nog eens niemand om spelervaringen mee te delen want er is niemand die eveneens een mezzo-viool bespeelt. Het instrument is immers speciaal voor hem gebouwd. 

“In Ithaca, boven New York, bouwt lu­thier Eric Aceto al lange tijd instrumenten met meer snaren dan gangbaar is. In een intensief proces van voortdurend uitproberen en aanpassen is uiteindelijk de viool ontwikkeld die ik nu bezit. Nu is dat een uniek instrument, maar vooral in de Barok is er volop geëxperimenteerd met het bouwen van violen met meer dan vier snaren. Toen kwam de Stradivarius-viool, die was zo goed dat hij de norm werd en vrijwel vanzelf was het toen eeuwenlang gedaan met de bouwexperimenten. 

Je moet je houden aan de natuurkunde

“Qua klank geeft deze mezzo-viool me ontzettend veel extra mogelijkheden. Naast het gebruikelijke register van de viool heb ik nu de lagere registers van de altviool en de cello erbij. Wat het spelen betreft, is het instrument nog lastiger. [Hiwat lacht] Er zijn tal van natuurkundige wetten die je bij het spelen blijkt te moeten respecteren. In feite is het een heel nieuw instrument waarbij het helpt dat je eerder viool hebt gespeeld, maar er is dus nog vreselijk veel op te ontdekken. Dat betekent natuurlijk ook dat ik nog vreselijk veel te leren heb en moet zien hoe ik mijn vele ideeën naar mijn instrument kan transporteren. Ik vind dat mooi.

“Op een gewone viool is het goed mogelijk om een heel fraaie klank te krijgen, maar het onbuigzame dat de viool ook heeft, spreekt mij aan. Ik houd van de weerstand, die op de mezzo-viool nog veel groter is, en die je duidelijk kunt horen. Ik denk soms heus wel ‘waar ben ik aan begonnen’, maar in wezen houd ik ervan dat het spelen juist veel moeite kost.”

Hiwat was internationaal bij uiteenlopende projecten betrokken, maar de coronapandemie legt de focus nu bij zijn kwintet. Hij schreef veel nieuwe muziek waarin hij de opmerkelijke samenklank van bas, drums, piano, tenorsaxofoon en mezzo-viool verder vormgeeft en probeert minder ideeën in zijn composities te stoppen. Hiwat lacht: “Ja, ik zoek het moeilijke blijkbaar steeds weer op.”

In de video: Het Yannick Hiwat Quintet speelde live op het granchtenfestival in augustus dit jaar

Het Yannick Hiwat Quintet speelt op zaterdag 14 november op het Mondriaan Festival in Den Haag. Het hele festival, 4,5 uur muziek wordt live gestreamd, vanaf 19.30 uur via de Facebookpagina’s van Paard en Mondriaan Jazz of via NPO Soul & Jazz. Meer info op www.paard.nl

Lees ook:

Chineke! Orchestra: Zwarte rolmodellen in de klassieke muziek

Hij is een zwarte Nederlander met Surinaamse ouders, en hij speelt fantastisch viool. Yannick Hiwat (31) zit nu vier jaar in het ‘Chineke! Orchestra’, al sinds de oprichting. Hij vond het intrigerend, zo’n ensemble opgebouwd uit etnische minderheidsgroepen: een signaal aan gevestigde orkesten om meer kleur toe te laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden