Voorpublicatie Als het over liefde gaat

Jannah Loontjens treedt letterlijk in het voetspoor van Frida Vogels

Uitzicht over Perugia. Beeld Getty Images

Zomer 2018 wandelde Jannah Loontjens met haar geliefde in Umbrië in het voetspoor van schrijfster Frida Vogels. Ze schreef er een boek over: ‘Als het over liefde gaat’. Een voorpublicatie.

De grindweg trekt een rechte streep tussen uitgedroogde velden. De zon staat hoog, het is al na het middaguur en de temperatuur is boven de dertig graden. In de lucht zweeft een roofvogel, traag cirkelend; vrij, machtig en ongehinderd in het peilloze blauw. Wie weet wat hij met zijn vergrootglasogen in de diepte opmerkt. Zo licht als hij in de ruimte zweeft, zo zwaar kan hij zich als een steen loodrecht omlaag laten vallen.

Een scheefgezakt huis staat eenzaam naast de grindweg, in de verte zien we auto’s voorbijzoeven. Hier moet Frida Vogels ook hebben gelopen. Op de kaart is er één pad dat naar Torgiano leidt. Als we dat vinden, zitten we goed.

Jamal zet zijn voice-overstem op: And on they walked, our heroes…

Lopen naast de vangrail

We komen bij de geasfalteerde weg. In onze korte broeken, rugzak op, lopen we achter elkaar over de witte lijn langs het zwart dat de hitte in zich opzuigt. Naast het verdorde struikgewas dat onder de vangrail uitsteekt, is er amper ruimte. Auto’s scheren op een paar centimeter langs ons heen.

“Hier kun je niet lopen”, moppert Jamal.

Hij heeft gelijk, maar we hebben geen keus. Deze weg overbrugt een vierbaanssnelweg, die we onder aan de helling zien liggen. Het is de enige manier om aan de andere kant te komen.

Onvoorbereid op pad

Op het viaduct voel ik de trilling van de vrachtwagens die onder ons door denderen. De auto’s die in een lus omhoogschieten, toeteren zodra ze ons zien.

“Dit moet er allemaal heel anders hebben uitgezien in 1968”, roep ik naar Jamal die voor me uit loopt. “Toen hadden nog niet zoveel mensen auto’s.”

Hij reageert niet. Ik kan de ergernis aan zijn lichaam aflezen, zijn gespannen bovenarmen en naar voren gebogen nek. Hij zal zich wel afvragen wat hij hier doet, in de zomerhitte langs de Italiaanse grote weg. Alleen omdat ik zo nodig in de voetsporen van een schrijver wil lopen. Omdat ik zo nodig onvoorbereid op weg wilde, om het zo authentiek mogelijk te houden.

Een wandeling met Frida

Het begon zo: op een kille dag in februari 2012 stuurde ik Frida Vogels een brief. “Ik lees uw werk als een nauwkeurig onderzoek naar de integriteit van gedachten en handelingen en het zoeken naar een balans daarin.”

Frida Vogels staat bekend om haar onbenaderbaarheid, ze houdt er niet van vreemden te woord te staan, vooral niet als het over haar werk gaat. In haar boeken toont ze zichzelf met zo’n precieze oprechtheid, dichterbij kan ze de lezer niet laten.

“Het afwegen, de overgevoeligheid, maar toch de gehele afwezigheid van verbittering, spreken me zozeer aan dat ik er kalm van word”, schreef ik. “Ik moest lang nadenken over deze laatste zin, want ik dacht: ik krijg energie van het lezen van uw werk, het inspireert me, maar het kalmeert me ook, de opmerkzaamheid in uw schrijven maakt me rustig.” En ik eindigde mijn brief aldus: “Ik heb begrepen dat u niet van bezoek houdt en al helemaal niet van interviews en dergelijke. Toch is bij mij het verlangen ontstaan u te bezoeken, en, mocht u nog goed ter been zijn, misschien samen een wandeling te maken. Mocht u dat niet willen of kunnen en mij ook liever niet ontvangen, heb ik daar vanzelfsprekend alle respect voor. Maar dan heb ik een ander idee: misschien zou u een route voor mij kunnen uittekenen, die ik zou kunnen wandelen. Ergens in Italië waar u graag kwam of nog altijd komt. Dat lijkt mij mieters, om uw woordgebruik te lenen. Werkelijk, dat meen ik.”

Op de rand van het niets leven

Een week later lag er een brief in mijn bus, geschreven in een klein handschrift waarvan de zinnen schuin omhoogkropen. Ze schreef me dat zij inmiddels tweeëntachtig was en tegenwoordig op de ‘rand van het niets’ leefde, omdat je op die leeftijd alleen nog een leven ‘achter je’ hebt. Ze zag inderdaad niets in een bezoek, evenmin in het voeren van een correspondentie, maar ze had wel de moeite genomen mij kopieën te sturen van aantekeningen van een wandeling die zij maakte in 1968, toen ze even oud was als ik.

Dat is inmiddels zes jaar geleden, ik was toen achtendertig. Ze eindigt met een zin, die ik lees en herlees: ‘Als dit alles onaardig klinkt, is dat niet de bedoeling, integendeel. Ik herkende van mijn kant de toon van uw brief en was er blij mee.’

De notities die ze me toestuurde beschrijven een wandeling van tien dagen, van dorp naar dorp, door Umbrië. In de hoek van elk blaadje een klein geschetst pentekeningetje van de weersgesteldheid van die dag. Het regende zo te zien veel in augustus 1968.

Aftastend en onderzoekend wandelen

Die wandeling wilde ik natuurlijk maken, maar ik ben niet iemand die uit zichzelf zomaar op wandelvakantie gaat. En eigenlijk evenmin op pelgrimage. Nu voelde het ondernemen van deze reis als een mengeling van deze twee; een expeditie die ik met excuses van werk, deadlines en kinderen, voor me uit bleef schuiven. De brief en het wandelplan bleven liggen en in de loop der jaren groeide er een schuldgevoel in mij. Jegens Frida Vogels, maar ook jegens mezelf. Dat gevoel zei me dat ik vluchtte voor de dingen die van belang waren in dit leven, voor de schijnbaar doelloze ondernemingen die buiten het dagelijkse patroon vallen, maar die misschien juist wel zingeving verschaffen aan deze reeks van elkaar opvolgende dagen, maanden, jaren, altijd maar door verplichtingen en plichtgevoel voortbewogen. Dus besloot ik: nu moet het gebeuren.

Jamal zei meteen ‘ja’ toen ik hem meevroeg op mijn Frida Vogels-wandeling. Dezelfde avond nog begon hij zich in het gebied te verdiepen. Hij las over eetgewoontes in Umbrië, bezienswaardigheden, bekeek vliegtickets en hotels. Dit ergerde me. Ik wilde net zo onvoorbereid aan deze wandeling beginnen als Frida Vogels dat had gedaan. In haar roman ‘De harde kern’ schrijft ze over haar alter ego: “Ze probeerde paden die niet op de kaart stonden en soms in dicht kreupelhout of tegen een onbeklimbare helling doodliepen, dan probeerde ze het een volgende keer anders, tot de wandeling een succes werd.”

Zo wilde ik ook wandelen; aftastend, onderzoekend.

Enkel een goede kaart

Eigenlijk was ik ook van plan om met de trein van Amsterdam naar Perugia te gaan. Maar dat bleek meer dan een etmaal reizen, we zouden moeten overstappen in Parijs, Zürich, Milaan en Florence. Jamal zag dat niet zitten. Ik gaf toe, we gingen vliegen. Maar al reisden we niet per trein, toch wilde ik nog enigszins het gevoel behouden dat ik zou reizen zoals Frida dat in 1968 deed. Ze had me geschreven: “U hebt niets anders nodig dan een goede kaart. De rest wijst zich vanzelf.”

Jamal keek verbaasd van zijn beeldscherm op toen ik hem zei dat ik onvoorbereid wilde vertrekken, met enkel een plattegrond en Frida’s aantekeningen als houvast.

O, zei hij. Hij zat net te lezen over kerken in Umbrië, maar beloofde mij er niets over te vertellen. Ook dat wilde ik niet. Ik wilde niet dat hij daar met meer kennis van zaken aan zou komen dan ik. 

Als het over liefde gaat

In de snikhete zomer van 2018 vertrok Jannah Loontjens met haar geliefde, de schrijver Ja­mal Mahjoub, naar Umbrië om daar in de voet­sporen te wandelen van haar literaire heldin Frida Vogels. In 1968 liep Vogels met haar man van Perugia naar Spoleto. Vijftig jaar la­ter blijkt het wandelpad van weleer grotendeels vervangen door asfalt. Jannah en Jamal worden gedwongen om hun eigen route te kiezen. Over de strubbelingen in de Italiaanse heuvels, haar fascinatie met het werk van Vogels, haar dagdromen en haar relatie schreef Loontjens ‘Als het over liefde gaat’, dat op 6 september verschijnt (Podium; € 21).

Lees ook:

Groei je net als schrijver Jannah Loontjens op in het bos, dan kruipt de afzondering in je

Groei je op in het woud, dan kruipen de afzondering en het afwachten in je. Over de wortels van een schrijverschap.

Op zoek naar rust? Neem in Rome de bus naar Sabaudia

Moe van het geslenter achter de drommen toeristen in Rome? Vlucht de stad uit: 70 kilometer zuidelijk ligt een kustplaatsje waar het heerlijk bijkomen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden