Jan Slagter

Interview Jan Slagter

Jan Slagter: ‘Jij, ik, de Trouw-lezer, we kunnen iemands leven veranderen’

Jan Slagter Beeld Patrick Post

Klaar? Bakken maar! Zondag begint het zevende seizoen van ‘Heel Holland Bakt’, een van de vele kijkcijferkanonnen van Omroep Max. Directeur Jan Slagter is het brein achter de omroep. Wie is hij?

Lachen in zijn vuistje doet hij niet. Jan Slagter kent geen rancune. Maar het doet hem wel goed dat tv-bonzen de toegevoegde waarde van Omroep Max binnen het publieke bestel inmiddels erkennen. “Knettergek noemden ze me, toen ik vijftien jaar geleden aankondigde televisie speciaal voor ouderen te willen maken. Voor die doelgroep haalden andere omroepen hun neus op. Maar nu merk ik dat Hilversum met bewondering naar Max kijkt, soms zelfs jaloers is op onze prachtige programma’s en kijkcijfers.”

Omroep Max is razend populair. Afgelopen week ploften pakweg 1,6 miljoen mensen op de bank voor een terugblikaflevering van ‘Droomhuis Gezocht’. Ook naar ‘Het Geheime Dagboek van Hendrik Groen’ werd enthousiast gezapt, de tv-serie was na het achtuurjournaal het best bekeken programma van afgelopen maandagavond.

En aanstaande zondag begint een nieuwe reeks van de grootste knaller van de seniorenomroep, ‘Heel Holland Bakt’, met een nieuw napraatprogramma gepresenteerd door Irene Moors.

“Op een of andere manier kan ik me goed inbeelden in wat mensen graag zien”, verklaart de bedenker en baas van de omroep het succes, in zijn ruime kantoorkamer op het Mediapark in Hilversum. “Daar is geen formule voor, het is een soort instinct. De magie van Max zit ’m in simpele dingen, denk ik. Zo wordt er in onze programma’s niet gevloekt en er gaat in het algemeen geen muziek onder gesproken woord. Ouderen houden daar niet van, met het verstrijken van de jaren gaat je gehoor achteruit. Muziek leidt dan af. Max brengt wat ze noemen slow television.”

Jan Slagter werd geboren in 1954 in Den Haag. Na de mulo werkte hij bij een bank, had hij een kleinkunstimpresariaat in België, waar hij ook diverse snookerpaleizen opende. In 1993 richtte hij de Stichting Welzijn Gehandicapten Nederland op.

Omroep Max begon hij in 2002. Drie jaar later presenteerde hij zijn eerste programma op tv en in 2010 kreeg Max definitief erkenning. De directeur werd in 2014 gekozen tot Omroepman van het Jaar. Hij woont met zijn vrouw in Zoetermeer en heeft twee kinderen.

De omroep focust op vijftigplussers, maar zestigers vormen het leeuwendeel van de 360.000 leden van de omroep. “Door gesprekken met ouderen aan te knopen op straat en op ledendagen, probeer ik steeds te achterhalen hoe de doelgroep naar de samenleving kijkt. Wat houdt hen bezig? En vergis je niet: dat is iets heel anders dan tien, twintig jaar geleden, laat staan een halve eeuw terug.”

Rechts van Slagter staat een kleurrijke bingomachine waaruit hij elke werkdag een bal met een nummer trekt. Zijn werknemers spelen mee voor een rookworst, Aldi-tegoedbon of de hoofdprijs: een reisje. Achter de tv-maker hangen foto’s van Churchill, Kennedy en de Beatles, mannen waar Slagter tegen opkeek als kind. Een poster van zangduo Elly en Rikkert, voor wie hij in de jaren tachtig in België optredens organiseerde. En een groot schilderij uit het programma ‘Sterren op het doek’, een portret van Ilse de Lange, Slagters favoriete zangeres.

Zittend achter zijn vergadertafel haalt Slagter herinneringen op aan zijn oom en tante. “Zij verhuisden op hun 65ste naar het bejaardentehuis, zoals dat toen nog heette. Ze waren kerngezond, maar met pensioen en dus namen ze opgetogen plaats achter de geraniums. Want kreeg je AOW dan hield het leven indertijd op, was je uitgerangeerd. Hand in hand gingen ze er binnen. Dood kwamen ze er weer uit.

“Gelukkig is die opvatting veranderd. Vandaag de dag zijn vijfenzestigplussers zich bewuster van wat zij nog kunnen. Ze zijn actiever dan voorheen, mondiger ook. Daarbij helpen wij ze. Max heeft ouderen een stem gegeven op televisie.”

Dit jaar vierde u zelf uw 65ste verjaardag. Wat zijn de voordelen van ouder worden?

“Ik kan wat beter reflecteren. Het klinkt misschien gek uit mijn mond, maar ik wind me niet meer over alles op. Een aantal jaar geleden kon ik op Twitter een beetje vals worden als mensen stomme dingen schreven. Nu kan ik hoofd- en bijzaken gelukkig beter scheiden. Belangrijk is de koers van Max en het helpen van mensen.

“Ik heb geen idee hoelang ik nog doorga als omroepbaas. Niet tot mijn 85ste in elk geval. Maar ik voel me goed, heb nog veel ambitie en blijf dus nog wel even. Wel heb ik laatst met mijn secretaresse afgesproken dat ik na twee uur ’s middags geen afspraken meer inplan. Zo kan ik hier vaker rondlopen op de vloer en me met programma’s bezighouden. En heel af en toe ook eens zeggen: het is mooi weer, ik pak mijn boot in Loosdrecht en ga een stukje varen. De vrijheid die ik op het water voel is fantastisch. Had ik dat varen maar eerder ontdekt.

“Ik werk ik iets minder dan voorheen. Maar rustig aan doen zit niet in mijn aard, ik tik in sommige weken nog steeds de zeventig uur aan. Iets voor de helft doen, kan ik simpelweg niet. Als ik voor iets ga, dan voor de volle honderd procent. En ik heb er plezier in, het is geen vlucht. Van hard werken ga je niet dood, zei mijn moeder altijd. Ik heb dat motto overgenomen.”

Rookt u eigenlijk nog?

“Vorig jaar rookte ik bij een uitzending van Pauw mijn laatste sigaret. Althans, dat dacht ik. Ik rook nog steeds, maar in plaats van veertig sigaretten zit ik nu op krap één pakje. En anders dan bij eerdere stoppogingen zit het nog wel in mijn hoofd. Het is vallen en opstaan, een zin waarmee je mijn hele leven kunt samenvatten.”

Jan Slagter is het brein achter Omroep Max. Beeld Patrick Post

Naast aanvoerder van Max bent u oprichter en voorzitter van Stichting Welzijn Gehandicapten Nederland. En vorig jaar begon u het Ben Oude NijHuis, voor betere en menselijkere ouderenzorg in Rotterdam. Wat drijft u?

“Gisteren ontving ik een brief van een mevrouw van 94. In negen kantjes beschreef zij haar hele leven. Een moeilijke jeugd, een slecht huwelijk, eenzaamheid: ze vertelde me dat ze uitziet naar de dood. Op zulke momenten springen de tranen me in de ogen. Ik ben vastbesloten contact op te nemen met die mevrouw om te kijken of ik iets voor haar kan betekenen.

“Zo zijn er een heleboel mensen die het moeilijk hebben. Daar moeten we als samenleving iets aan doen, vind ik, zo moeilijk is het niet. Jij, ik, de Trouw-lezers kunnen iemands leven veranderen. Een landelijke campagne opzetten is daarvoor niet nodig. Kijk naar iemand op straat om, als je merkt dat diegene in zichzelf mompelt. Zie je dat de buurvrouw altijd alleen op de bank zit, maak eens een praatje. Zo simpel kan het zijn.”

Eerder dit jaar besteedde ‘EenVandaag’ aandacht aan een inspectierapport, waarin stond dat het Ben Oude NijHuis een halfjaar kreeg om verscherpt toezicht te voorkomen. Hoe staat het nu met de instelling?

“Ons werd verweten dat medicijnen op bepaalde momenten niet waren afgetekend en er te weinig artsen en specialisten waren. Die kritiek heb ik zeer serieus genomen. We hebben een nieuw medicatieveiligheidssysteem, een specialist ouderengeneeskunde en een psycholoog. We zijn goed bezig, al zeg ik er eerlijk bij dat ik dit project wel een beetje heb onderschat. Het is vooral verschrikkelijk moeilijk om aan arbeidskrachten te komen.”

Waarom bekommert u zich om het lot van juist ouderen?

“Het zouden net zo goed jongeren kunnen zijn. Die hebben het ook niet altijd makkelijk. Het verschil is dat de jeugd in staat is om het lot in eigen handen te nemen. Een zeventiger kan er geen krantenwijk bijnemen. Voor de stichting ‘Max Maakt Mogelijk’ reis ik geregeld af naar Moldavië. Alle jongeren zijn daar weggetrokken, op zoek naar een beter bestaan in Italië, Engeland of Roemenië.

“Maar de ouderen kunnen niet weg. Die wonen in gammele huisjes met plastic zeil voor de ramen, terwijl het buiten min 20 is. Ik heb gezien dat mensen doodvroren, dat ledematen geamputeerd moesten worden. Dit jaar heb ik voor de tiende winter op rij dekens, kolen en hout naar Moldavië gebracht, dankzij geld dat kijkers geven. Milieuvriendelijk is dat absoluut niet, maar het gaat om leven en dood. Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat, toch helpen we mooi duizenden mensen.”

Waar liggen de wortels van uw betrokkenheid?

“Het zit in mij, denk ik, en in mijn familie. Zo ging mijn moeder altijd alle zieken af. Ze was voorzitster van het Comité Meeleven van de gereformeerde kerk in Den Haag. Of mijn medeleven met naasten ook te maken heeft met mijn christelijke opvoeding? Dat weet ik niet.

“Gelovig ben ik in ieder geval niet meer. Althans, ik hoop dat het allemaal waar is, dat ik de overleden mensen van wie ik hou terug zal zien. Ik ben al veel mensen verloren: op mijn 29ste mijn geliefde Martine, mijn jongste broer aan aids, mijn ouders, schoonouders, zwager. Het lijkt me ook fantastisch om in de hemel met André Hazes ‘De Vlieger’ te zingen. Maar ik vermoed dat zo’n karaoke-avond er niet inzit.”

Uit wat voor ‘n gezin komt u?

“Ik ben opgegroeid in de Drevenbuurt, Den Haag-Zuidwest, destijds een nieuwbouwwijk waar de christelijke woningbouwvereniging Patrimonium alleen gereformeerden en hervormden plaatste. Pas op mijn dertiende ontmoette ik voor het eerst een katholiek. Het was net Belfast hoor.”

“Het was een streng nest met vier kinderen. Een middenklasse gezin. We leden geen honger, maar als ik voor 100 gram jonge kaas naar de kruidenier werd gestuurd, moest ik niet met 110 gram thuiskomen.

“Toen ik vijftien was, kocht mijn vader, ambtenaar bij de plaatselijke telefoondienst, zijn eerste auto. Dat was wat. Een paarsblauwe Volkswagen Kever, het nummerbord weet ik nog: 03-37-DX. Geld voor extra opties was er niet. Zo zat er geen metertje voor de benzine in. Als de auto begon te sputteren, moest mijn vader met zijn voet een hendel omzetten, zodat de auto verderging op de reservetank.

Beeld Patrick Post

“Ik was een moeilijk kind voor mijn ouders. Eigengereid, een draak op school. Ik wilde werken. Maar van mijn vader moest ik eerst dat papiertje halen. Hij had al zijn diploma’s in de avonduren moeten halen. In mijn jeugd kon ik mijn draai moeilijk vinden. Ik wist niet goed wat ik met mijn leven wilde. Pas toen ik ging werken, begon het te komen.”

U was 51 toen u voor het eerst op tv kwam. Wat deed u voor Max?

“Van alles. Na de mulo werd ik makelaar in huurkoopovereenkomsten bij de Amro Bank en had ik een baan bij de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Levensverzekeringswezen. Toen trouwde ik met een Belgische, van wie ik later ben gescheiden, en regelde ik in Vlaanderen concerten voor Elly en Rikkert. Daar was dat duo nóg populairder dan in Nederland. Ik hoefde maar een affiche op te hangen en het optreden was uitverkocht.

“In ons buurland heb ik met vrienden ook de eerste snookerpaleizen opgezet, zo’n dertig jaar geleden. Van die grote hallen, waarin vijftien tafels stonden. In Nederland denk je bij snookeren aan smoezelige ruimtes, maar in Vlaanderen kwamen tandartsen, advocaten en jongeren bij ons spelen. Snooker werd daar razend populair nadat België de BBC kon ontvangen, dat grote toernooien uitzond. Nog steeds kan ik uren naar dat leuke spelletje kijken.

“De mooiste periode uit mijn leven is de tijd waarin mijn kinderen opgroeiden. Mijn zoons zijn nu 21 en 26 jaar en doen het hartstikke goed. Maar ieder decennium heeft wel wat. Naarmate ik ouder word, zie ik dat duidelijker. Ook door Max ben ik veel minder onzeker dan twintig jaar geleden.

“Om toch maar even een lied uit de gereformeerde hoek aan te halen: ‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand’.”

Lees ook:

Wat een ongemak, die intocht. Geef mij maar Sinterjan Slagter!

Na het verslag van de Sintintocht werden wat programma’s herhaald en verscheen een onbetwiste goedheiligman: Jan Slagter, in ‘MAX maakt mogelijk’. Tv-columnist Renate van der Bas kreeg er natte ogen van.

De Drie Musketiers van waardig ouder worden hebben grootse plannen

Met steeds meer 80-plussers in het land klinkt in en buiten de politiek de roep dat ouderen herwaardering verdienen. Het denken is de afgelopen jaren radicaal gekanteld, zeggen de opstellers van een manifest dat aandacht vroeg voor de positie van ouderen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden