ColumnGerbrand Bakker

Jan Siebelink en ik namen eens even goed de literaire wereld door

Bij de ingang van het NPO-gebouw op het mediapark in Hilversum trof ik collega Jan Siebelink. Of eerder: hij trof mij, ik was al doorgedrongen tot de hal, hij kwam binnenlopen. Hij bleef even staan, keek me aandachtig aan en zei toen: ‘Nu zie ik het.’ Aan de balie boog hij zich iets te vertrouwelijk over naar de baliemedewerkster, die daarop iets terugdeinsde. We kregen allebei een badge en konden het gebouw in. 

Ik kijk elke keer als ik daar ben mijn ogen uit. Daar komt Dione de Graaff gewoon aanlopen en ze zegt ‘hallo’ tegen me! Dolf Jansen sloft voorbij en zegt nonchalant: “Goedemorgen”. De medewerker van ‘De Taalstaat’ nam de trap, Jan en ik gingen samen, te dicht op elkaar waarschijnlijk, met de lift. Boven gingen we bij elkaar zitten en we namen eens even goed de literaire wereld door. Ik vroeg hem – wat ik eerder in de week anderen al gevraagd had, wat kon omdat ik de hele week in Amsterdam was omdat ik mógelijk bij ‘M’ kon aanschuiven – of hij een idee had hoe het mogelijk was dat een boek – ‘Suikerbastaard’ – van een schrijver – Jaap Scholten – vanuit het niets, zonder één bespreking en zonder media-aandacht op plek 38 in de CPNB Top60 terecht kon komen. Jan zijn verstand stond er bij stil. Het mijne ook. We kwamen er niet achter. “Het is en blijft een bizarre en moeilijke wereld”, verzuchtte Jan, die onlangs een aantal niet al te malse kritieken te verstouwen had gekregen.

Frits Spits stak zijn hoofd door de deur. “Goedemorgen, mannen!” zei hij. “Fijn dat jullie er zijn.” Jan Siebelink dacht even na en zei toen: “Ja, en dat we er überhaupt nog zijn”. Dat vond ik wel erg diep gaan voor iets voor elven op een zaterdagochtend, maar Frits glimlachte en toen zei Jan: “Goed, daar hebben we het straks nog over”. Daarna mocht ik en toen ik klaar was, werd Jan binnengebracht. “Veel plezier!” zei ik. Iets later zat ik alweer in de taxi die me terug naar Amsterdam zou vervoeren. De ruiten hadden prachtig getint glas, waardoor het Hollandse landschap dat ik al drie maanden niet gezien had op magistrale wijze langs me heen trok. De chauffeur had de radio aanstaan. Radio 1. ‘De Taalstaat’. Dat vind ik altijd prettig, dat zo’n programma – net als ‘Met het oog op morgen’ – gewoon doorgaat terwijl je zelf net geweest bent en er onthecht naar kan luisteren.

Jan, zeg iets! Soms vergeten mensen dat ze op de radio zijn

Jan las iets voor uit ‘Knielen op een bed violen’ en toen hij klaar was, vroeg Frits: “Ja, en wat dééd die vader toen, Jan?” Het bleef stil. Het bleef heel lang stil. Jan zei: “Ja, wat dééd die vader…” Frits nam het over, die moest Jan vertellen wat de vader in het boek toen deed. Ondertussen had ik al een paar keer luid vanaf de achterbank geroepen: “Jan! Zeg iets!” Soms vergeten mensen die op de radio zijn dat ze op de radio zijn. “Kom, Jan! Iets!” Radio bestaat bij geluid. Op tv kunnen mensen best lang hun mond houden omdat er altijd nog beeld is om de tijd te vullen. Jan had een black-out. En niet vanwege zijn leeftijd, maar gewoon van de spanning of wat dan ook. Ik heb ook wel-eens een black-out en inmiddels heb ik geleerd om dan zo snel mogelijk domweg ‘Dat weet ik niet, hoor’ te zeggen, want dan kan in elk geval het programma gewoon door. En het is helemaal niet erg dingen niet te weten. Zoals ik hier al vaker schreef: iedereen is een sukkel en we doen allemaal maar ons best. Zo’n heerlijk rustgevende gedachte.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een column over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden