null Beeld
Beeld

BoekrecensieBiografie

Jan Foudraine, een geëngageerd en gekweld mens

Alex Rutten volgt de roemruchte psychiater­­ Jan Foudraine nauwgezet, maar diens tegenstrijdigheden­ komen nauwelijks aan bod.

Christien Brinkgreve

De titel Wie is van hout… begon te gonzen toen ik begin jaren zeventig sociologie studeerde in Amsterdam. Ik begreep niet helemaal wat het betekende. Was het een vraag? Moest je het letterlijk nemen? Het was wel meteen duidelijk dat het hier om een geruchtmakend boek ging en dat de schrijver, wiens beeld opeens overal in de media opdook, een boodschap bracht die het psychiatrisch denken op haar grondvesten deed schudden.

Het boek beleefde druk na druk, het werd een soort bijbel in kringen van de kritische psychiatrie. De auteur, de psychiater Jan Foudraine, werd aanbeden en verguisd; fel bekritiseerd in psychiatrische kring, zoals te verwachten viel, maar daarbuiten als een soort messias gezien met zijn revolutionaire visie op de psychiatrie. Het was de samenleving die mensen ziek maakte, niet een mankement in de hersenen of het zenuwstelsel.

Psychiatrische stoornissen waren sociaal bepaald, het gestoorde gedrag en gevoelsleven was verstoord geraakt door destructieve gezinsverhoudingen of andere traumatiserende ervaringen. Verstoord geraakt, of eigenlijk verstoord gemaakt: één letter verschil, waardoor je meteen op een ander been werd gezet. Het been van de maatschappijkritiek zoals die zich begin jaren zeventig op veel fronten ontwikkelde, in de politiek, de sekse­verhoudingen. En in de psychiatrie, zowel wat betreft de theorievorming over stoornissen in gedrag en gevoel als de omgang met patiënten.

Luisteren werd het toverwoord

Of liever: medebewoners van therapeutische gemeenschappen, want ook de behandeling van patiënten moest drastisch worden herzien: je moest nu proberen in contact met hen te komen, in een gelijkwaardige verhouding, hen te begrijpen, hun tekens te lezen. ‘Wie is van hout’ was de getergde uitroep van een patiënt die als demonstratiemateriaal werd behandeld voor een groep collega’s: hij werd dan wel als hout behandeld, maar de psychiater die geen enkel gevoel aan de dag legde was natuurlijk degene die van hout was. De rollen werden omgedraaid, als je tenminste goed kon luisteren. Luisteren: dat werd het toverwoord in de nieuwe psychiatrie.

De boodschap sloeg aan, ook bij mij. Geestesziekte was geen hersenziekte maar resultaat van verstoorde verhoudingen, in het gezin en in de verdere kringen waarin het leven zich voltrekt. Het werd daarmee een ander verhaal, en bevatte een andere zoekrichting. Er kwam aandacht voor gezinsverhoudingen, voor ontregelende communicatie, verstoorde hechtingsrelaties en ziekmakende gedragspatronen. Vruchtbare inzichten die voet aan de grond kregen.

Verlangen om ergens bij te horen

Wie was deze Jan Foudraine die in deze ontwikkelingen een belangrijke rol speelde? In de zojuist verschenen biografie van de hand van de neerlandicus Alex Rutten wordt een levendig beeld geschetst van deze bevlogen psychiater aan de hand van boeken, brieven en gesprekken. Je krijgt een beeld van zijn jeugd, zijn liefde voor toneel, zijn grote ambities­­, zijn verlangen ergens bij te horen.

We volgen hem naar de Verenigde Staten en zijn tijd in de therapeutische gemeenschap Chestnut Lodge met de droom om ook patiënten­­ met een diagnose schizofrenie psychoanalytisch te kunnen behandelen. We zien zijn gedrevenheid om bij terugkeer in Nederland de psychiatrie te hervormen en zijn collega’s van zijn visie te overtuigen. Hoe hij steeds opnieuw probeert deel uit te maken van de therapeutische gemeenschappen die zich in die jaren ontwikkelden, maar ook steeds irritaties wekt door zijn autoritaire optreden en zijn zendingsdrang.

Jan Foudraine Beeld Mark Kohn
Jan FoudraineBeeld Mark Kohn

Bhagwan

Foudraine’s leven is het prototype van een zoektocht die hem ook naar India drijft, naar Bhagwan, ook nu verlangend ergens bij te horen, opgenomen in een groter geheel, maar dit keer in de hoedanigheid van leerling die een leraar zoekt die hem de weg wijst. Hij beschouwt zich als koerier, als apostel – ook dat woord valt – om de boodschap van zijn spirituele leider te verspreiden. De afstand en irritatie die dit bij vakgenoten wekt wordt hierdoor niet minder, zijn isolement sterker, maar ook zijn gedrevenheid om Bhagwans boodschap uit te willen dragen. Hij heeft zijn missie gevonden. Het is een spirituele wending gericht op een innerlijke revolutie – een keerpunt in zijn ontwikkeling.

Als hij in latere jaren gevraagd wordt voor nieuwe generaties studenten een lezing te houden over zijn opvattingen over de psychiatrie, wil hij nauwelijks ingaan op zijn revolutionaire en spraakmakende boek Wie is van hout…, maar vertelt hij over de spirituele boodschap van Bhagwan, en Krishnamurti, terug te vinden bij oude mystici.

Niet alleen de wendingen en bewegingen in Foudraines leven zijn interessant, dat geldt ook voor de bewegingen in het psychiatrisch denken. Het inzicht in hoe ontwrichtend gezinssystemen en andere sociale contexten kunnen werken dat mede door toedoen van Foudraine een plaats kreeg in het psychotherapeutisch denken, wordt de daaropvolgende decennia overvleugeld door de stijgende populariteit van de biologische psychiatrie, de psychofarmaca, en het classificatiesysteem DSM, een uitdijende catalogus van ziektebeelden die niet gericht is op een beter begrip van ontregelde mensen maar op passende medicatie.

Herwaardering

Een ontwikkeling die Foudraine, beschrijft Rutten, met lede ogen aanziet. Maar hier begint zich iets te keren: de laatste decennia is er een herwaardering voor waar Foudraine voor stond, een herontdekking van de inzichten van een halve eeuw geleden die bij monde van psychiaters als Jim van Os nieuw leven worden ingeblazen (‘schizofrenie bestaat niet’). Een terugkeer naar de kern van het vak, het luisteren; het besef van de gelaagdheid en complexiteit van het gevoelsleven en hoe belangrijk de context is waarin mensen leven. Hoe de samenleving eisen stelt die mensen ziek kan maken.

Maar hoe nauwgezet zijn leven ook door Rutten is beschreven, ik heb niet het gevoel dat ik Foudraine beter leer kennen. Ik volg zijn gangen, bewonder zijn inzet, sympathiseer met zijn visie op de psychiatrie, maar ik krijg merkwaardig weinig gevoel voor de man. Het is een geëngageerd en gekweld mens, eeuwig op zoek, maar hij was meer tot leven gekomen als de auteur was ingegaan op zijn innerlijke strijdigheden: zijn streven naar democratischer verhoudingen in de psychiatrie, maar zelf dominant en vrij autoritair in de omgang met collega’s. Zijn verlangen naar echt contact maar zelf vaak wat theatraal in zijn optreden. Zijn streven naar gelijkwaardigheid in het contact met patiënten en zijn onderwerping aan een spiritueel leider.

Dat laatste vind ik intrigerend: de rust die de overgave aan Bhagwan hem bood, het gevoel thuis te zijn – een psychoanalytisch thema bij uitstek. Een laag dieper in zijn innerlijke tegenstrijdigheden, zoals hij zelf bij zijn patiënten trachtte te doen, had een rijker boek opgeleverd. Met iets meer afstand, om dichterbij te kunnen komen.

null Beeld

Alex Rutten
Jan Foudraine. Psychotherapeut, onderzoeker, schrijver.
Ambo Anthos; 304 blz. € 26,99

Lees ook:
Terug naar Veldwijk, het landgoed van mijn jeugd, dat van psychiatrische inrichting in een woonwijk verandert

Wie Ermelo zei, zei Veldwijk. Dorp en inrichting waren verweven. Het halve dorp werkte er, winkeliers leverden er hun spullen. Trouw-redacteur Ally Smid groeide er op en ziet nu hoe het landgoed waar decennialang psychiatrisch patiënten in paviljoens woonden van gedaante verandert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden