Boekrecensie

J. M. Coetzee toetst de moraal zonder te moraliseren

De Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar John M. Coetzee Beeld EPA

Een nieuwe verhalenbundel van Coetzee en een studie van Hans Achterhuis over diens werk laten zien hoe de Zuid-Afrikaanse schrijver moraliseren vermijdt in zijn denken over moraal

Als er één schrijver is die de fictie inzet om morele kwesties uit te vechten, dan wel Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee. Personages als David Lurie, de hoofd­figuur van ‘In ongenade’, de ikfiguren in Coetzee’s autobiografische romans, zijn vrouwelijk alter ego Elizabeth Costello en haar zoon John, allemaal worstelen ze om greep te krijgen op zichzelf, hun verhouding tot de medemens en de wereld waarin ze leven. Het zijn juist de schemergebieden tussen goed en kwaad waarin ze op de tast hun weg moeten zoeken.

In de pas verschenen verhalenbundel ‘De oude vrouw en de katten’ maakt een aantal van de genoemde personages opnieuw hun opwachting, telkens als betrokkenen in denkexperimenten rond morele dilemma’s. Wat precies behelst ontrouw binnen een relatie? Wanneer gaat onschuld over in schuld? Is plichtsgevoel een minder nobele drijfveer dan liefde bij het verlenen van mantelzorg? En mag je daar als ouders eigenlijk wel op rekenen? Worden we van het genieten van kunst en schoonheid betere mensen? Het zijn maar een paar van de problemen die Coetzee aanboort.

Dat de altijd nog bij politieke en ethische kwesties betrokken filosoof Hans Achterhuis (1942) buitengewoon in Coetzee geïnteresseerd is, mag geen verrassing heten. In zijn recente boek ‘Coetzee, een filosofisch leesavontuur’ schrijft hij: “De romans van Coetzee helpen mij om een aantal maatschappelijke thema’s, die mij als filosoof al bekend zijn, vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken en zo misschien een beetje beter te begrijpen.”

Maalmachine

Een zo’n kwestie waar Achterhuis dankzij Coetzee beter vat op krijgt, raakt aan onze omgang met beschamende incidenten uit het verleden. In het autobiografische ‘Jongensjaren’ geeft Coetzee er een voorbeeld van als hij vertelt hoe zijn jeugdige ik zich tegenover zijn zes jaar jongere broertje heeft gedragen. Hij overreedde hem om zijn hand in de trechter van een maalmachine te steken en haalde vervolgens de hendel over. “Heel even, voor hij stopte, voelde hij hoe de dunne botjes van de vingers werden verbrijzeld.” De geschokte lezer verwacht dat er vervolgens uitleg zal worden gegeven of spijt betuigd. Maar nee. Dat nee zet Achterhuis aan het denken. Ook in zijn leven gebeurden er dingen waarvoor hij zich nu schaamt en waar hij liever niet aan terugdenkt. Als hij dat toch doet, probeert hij te relativeren door een beroep te doen op zijn onervarenheid, machteloosheid, goede bedoelingen en zo meer. Uiteindelijk ziet hij in dat hij eigenlijk zoekt “naar een late en gemakkelijke vorm van vergeving, eventueel aan mijzelf”, vanuit het verborgen motief om daar een zelftevreden gevoel aan over te houden. En dat is nu juist wat Coetzee zichzelf niet gunt. Dus is het de vraag wat hij ons dan wel wil vertellen. Het volgende, vermoedt Achterhuis: “Ja, zo was ik, soms wreed.” Je moet het in geval van schaamte niet zoeken in verontschuldigingen, maar de waarheid recht in de ogen durven kijken.

Achterhuis beseft dat juist de vervreemdende werking van Coetzee’s benadering leidt tot een kritisch, maar positief eindigend zelf­onderzoek. “Wandaden en misstappen uit het verleden hoorden kennelijk bij de persoon die ik toen was. Vanuit deze hardere visie op het verleden is het heden veranderd. Ik probeer niet alleen zonder uitvluchten om te gaan met het verleden, maar ook voor het heden zorgvuldiger mijn verantwoordelijkheden te nemen.”

De verhalen in Coetzee’s nieuwe bundel gaan dikwijls over dilemma’s die opdoemen als een mens ouder wordt. Naast verhelderende filosofische inzichten bevatten ze ook prachtige beelden. Een voorbeeld bij monde van de bejaarde Elizabeth Costello: “Zoals de lente het jaargetijde is dat vooruitkijkt, zo is de herfst het jaargetijde dat achteromkijkt. De verlangens die in het herfstbrein opkomen zijn herfstverlangens, nostalgisch, geworteld in herinnering. Ze bezitten niet langer de hitte van de zomer.”

De verdorvenheid

Bijna elk van deze zeven verhalen krijgt een dubbele bodem nu Coetzee er ook nog een ander verhaal in laat meeklinken. Soms relativeert hij daarmee iets, dan weer accentueert of compliceert hij een bepaald aspect. Zo geeft X, de man met wie de hoofdpersoon van ‘Verhaal’ een affaire heeft, haar het relaas te lezen van een getrouwde vrouw die verstrikt zit in een buitenechtelijke verhouding en probeert zich uit ‘de verdorvenheid’ en ‘uit het morele moeras te redden’ door terug te gaan naar haar eigen man, van wie ze dan meer houdt dan ooit tevoren.

De minnares van X is diep verontwaardigd. Volgens haar is er “niets verdorvens aan wat zij ’s middags doet als ze naar de stad gaat. Wat ze die middagen doet gebeurt in haar vrije tijd, een tijd waarin ze voor de duur van een uur of twee ophoudt een getrouwde vrouw te zijn en alleen maar zichzelf is.” Op die tegenwerping volgt een typisch Coetzee-argument: “Kan een getrouwde vrouw, als gevolg van een bewuste beslissing, voor bepaalde tijd ophouden een getrouwde vrouw te zijn?” Aan het einde van het verhaal blijft de hoofdpersoon in verwarring achter. Als haar liefdesavontuur eenmaal voorbij is, zo beseft ze, “over drie maanden of drie jaar of wat dan ook, zal ze weer een getrouwde vrouw worden, de hele tijd getrouwd, dag en nacht, met in zich begraven de herinnering.” En ook X, weet zij, zal “de rest van zijn leven dit beeld van naakte schoonheid met zich meedragen, geschreven in zijn hart”. Is het koesteren van een dergelijke herinnering minder kwalijk dan het gebeuren zelf? Die vraag blijft hangen.

Een paar verhalen in deze nieuwe bundel gaan over de relatie tussen mensen en dieren. In hoeverre mogen wij macht over hen uitoefenen, hen onderwerpen, pijn aandoen? En als we vlees willen eten, moeten we dan niet dagelijks geconfronteerd worden met de manier waarop dieren worden gedood? In ‘Het glazen abattoir’ wordt John op een vroege ochtend door zijn moeder wakker gebeld: “Ik bedacht dat als er een abattoir zou zijn dat midden in de stad zou opereren, waar iedereen zou kunnen zien en ruiken en horen wat daarbinnen gebeurt, mensen zich misschien anders zouden gaan gedragen. Een glazen abattoir.”

Coetzee, een filosofisch leesavontuur. Beeld Lemniscaat

Zoeken naar antwoorden

Naar aanleiding van dit verhaal en Coetzee’s novelle ‘Dierenleven’ buigt ook Hans Achterhuis zich over onze verhouding tot het dier. Op een fascinerende manier laat hij zien dat we hier niet te maken hebben met een pas onlangs acuut geworden probleem, maar met iets dat al sinds eeuwen aan de orde is. Volgens hem lijdt het dus geen twijfel dat het oeuvre van Coetzee, die door Achterhuis vroeger van politieke afzijdigheid is verdacht, wel degelijk van engagement getuigt. Maar dat niet op de ouderwetse manier. Coetzee’s werk is klassiek, en het klassieke is universeel en dus van veel blijvender invloed.

Het is niet gemakkelijk om verhalen over morele vraagstukken te schrijven zonder daarbij zelf te gaan moraliseren. Toch krijgt Coetzee dat voor elkaar. Het zoeken naar antwoorden is voor hem altijd belangrijker dan het vinden. Daar komt nog bij dat zijn personages op hun zoektocht afstand weten te bewaren. Omdat Coetzee er via hen van afziet onze gevoelens te manipuleren en morele lesjes te leren, worden we betrokken in de botsing van ideeën zonder dat daarbij een scheidsrechter aanwezig is. Dus eindigen de door hem aangezwengelde debatten onbeslist, en niet zelden met een paradox. Maar juist daarom, stelt ook Hans Achterhuis vast, blijven ze ons zo sterk bij. 

Oordeel, fascinerend betoog dat laat zien dat Coetzee’s werk van blijvende invloed is.

Hans Achterhuis
Coetzee, een filosofisch leesavontuur
Lemniscaat; 298 blz. € 24,95

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden