Review

J. BERNLEF, 'ECLIPS'Mensen denken dat ik een morbide belangstelling heb voor ziekte en dood'

J. Bernlef, 'Eclips', uitg. Querido, 168 blz. - f 29,90. gebonden f 42,50.

Van het ene moment op het andere mist de ik-figuur de linkerhelft van zijn lichaam. Hij ziet het niet meer, voelt het niet meer, weet niet meer wie hij is, waar hij is, kan niet meer lezen, kan als hij iets wil zeggen de goede woorden niet meer vinden. "Van binnen" , zo probeert hij uit te leggen, "is alles goed geregeld, maar het komt de sluizen niet meer uit, weet u."

Hij hoort zijn stem klinken, "mijn stem, degene die namens mij spreekt en er steeds naast zit. Ik voel tranen van onmacht in mijn ogen springen." Hij kan in zichzelf goed formuleren wat er mis is: "De kennis ligt anders opgeslagen, volgens een rangschikking die ik nog maar nauwelijks ken. Iets heeft mij opnieuw geprogrammeerd, waardoor ik niet meer bij informatie kan komen die ik weet wel ergens te bezitten." En: "Ik kijk in de wereld als in een prentenboek dat door iemand anders wordt omgeslagen."

Afasie, begrijpt de lezer, afasie ten gevolge van een hersenbloeding. In Bernlefs bekendste roman 'Hersenschimmen', raakt de hoofdpersoon ten gevolge van dementie zijn geheugen geleidelijk maar onherstelbaar kwijt. In 'Eclips' wordt de ik-figuur als door een blikseminslag getroffen maar vindt hij langzaamaan zijn wereld terug. Ook in andere boeken van Bernlef is sprake van een blokkade, een stoornis, een gat, in het brein, het geheugen.

Bernlef: "Over dementie had ik in mijn eerste verhalenbundel, 'Stenen spoelen', al geschreven, maar altijd vanuit de derde persoon. Ik had het gevoel dat er meer in dat thema zat, maar dan in de eerste persoon geschreven, van binnenuit. Ik ben me gaan verdiepen in dementie, waarover toen nog weinig gesproken werd. Na 'Hersenschimmen' ben ik me steeds meer gaan interesseren voor de werking van het brein, voor alles wat met neurologie te maken heeft. Ik vind dat het meest fascinerende wat er bestaat. Ik heb het idee dat ik nog maar aan het begin sta. Volgens mij liggen in het brein alle raadsels besloten, alle vragen die mensen zich stellen, zowel ten aanzien van hun bestaan als ten aanzien van: wat is creativiteit, waar komt het schrijven vandaan, hoe zit het allemaal in elkaar?"

U weet zich zo goed in te leven in het proces van dementeren, of in de gevolgen van een hersenbloeding, dat het lijkt of u het zelf hebt meegemaakt.

"'Hersenschimmen' wordt door veel mensen beschouwd als het enige handboek over dementie dat nog ontbrak. Meisjes die in de verpleging gaan, lezen het alsof het werkelijkheid is, alsof dementie is zoals ik het beschrijf. Maar het blijft een literaire uitwerking van een neurologisch thema of, zoals in 'Eclips', een combinatie van aandoeningen.

Een neuroloog zal al na twintig bladzijden zeggen: ja maar meneer, u hebt een rechtzijdige en een linkszijdige hersenbloeding gebruikt en bij de ene hersenbloeding treedt die stoornis op, bij de andere die. U combineert dat maar en bovendien laat u die man nog in twaalf dagen beter worden ook!

"Ik heb dat met opzet gedaan omdat ik niet hetzelfde effect wou als met 'Hersenschimmen'. Ik behoud mij die literaire vrijheid voor. Ik vind het een voor de literatuur zeer geschikt gebied dat mij buitengewoon intrigeert en waarop ik nog lang niet ben uitgekeken."

Vindt u het zo vervelend als mensen denken dat u een ziekteproces exact beschrijft, dat u met opzet ervan afwijkt?

"Nou ja, opzet. . . Kijk, als ik dicht bij de werkelijkheid was gebleven, zou het een heel treurig, en bovendien heel dik boek geworden zijn. Mij ging het erom, iemand te laten zien die zijn grip op de werkelijkheid verloren is en hoe hij de wereld opnieuw voor zichzelf ordent. Dat vond ik veel interessanter dan dichtbij de neurologische werkelijkheid te blijven. Maar wat lezers met een boek doen, tja, daarover heeft een schrijver maar weinig te vertellen natuurlijk."

Uw fascinatie met het brein uit zich wel steeds door het beschrijven van aftakeling, storingen, daarin.

Lachend: "Mensen denken wel eens dat ik een soort morbide belangstelling heb voor alles wat met dood, verval, ziektes, te maken heeft, dat ik een schrijver van heel ellendige doktersromans ben. Het merkwaardige is we pas iets merken van de functies van zowel het lichaam als de geest - voor zover je die tweedeling kunt maken - wanneer er iets hapert. We merken bijvoorbeeld niet dat het lichaam kennelijk een bewustzijn van zichzelf heeft. Als er een functie wegvalt en er dus geen verbindingen meer zijn naar een bepaald deel van het lichaam, herinnert het lichaam zich dat daar iets is. Iemand bij wie een lichaamdeel wordt geamputeerd, blijft dat soms nog jarenlang voelen. Dat duidt erop dat het lichaam een herinnering van zichzelf heeft, die zich nooit manifesteert wanneer het volledig intact is.

"Merkwaardige dingen zijn dat. Behalve dat bewuste 'ik', waarvan we altijd uitgaan, bestaan we dus ook nog uit een soort onbewuste persoonlijkheid die we eigenlijk niet kennen. De man in' Eclips' maakt daar ook kennis mee. Zijn lichaam wil op sommige momenten dingen die hijzelf niet wil, of het wil pas dingen wanneer hij wordt geholpen door bijvoorbeeld muziek. Muziek kan een grote invloed hebben op de motoriek. Het titelverhaal van de bundel 'De man die zijn vrouw voor een hoed aanzag' van de Amerikaanse neuroloog en schrijver Oliver Sachs gaat over iemand die zich alleen maar kan aankleden als er muziek aanstaat. Als die muziek ophoudt, houdt hij middenin de handeling op, dan kan hij niet meer verder."

Taal, beter gezegd: het wegvallen daarvan, de woorden niet meer kunnen vinden, speelt zowel in 'Hersenschimmen', in 'Eclips', als in een ander boek, 'Vallende Ster', een belangrijke rol. "Voor een schrijver is taal natuurlijk buitengewoon interessant; de manier waarop wij de werkelijkheid benoemen en ten dele ook hanteren door de taal, de vanzelfsprekendheid waarmee we dat doen en wat er gebeurt wanneer dat wegvalt."

De ik-figuur uit 'Eclips' weet nog wel wat hij wil zeggen maar het komt er niet uit zoals hij wil. Dat leidt tot heel omslachtige, soms ook, zoals gezegd, wel komisch aandoende omschrijvingen. Bernlef verduidelijkt met behulp van een kinderspel, het Electrospel, heel aansprekend wat er aan de hand is. Bij dat spel moet je woord en beeld bij elkaar brengen; juist dat kan de man uit het boek niet meer, de relatie tussen taal en werkelijkheid is bij hem verstoord.

Bernlef: "Toen ik bezig was die vuilnisbelt te beschrijven waar de man op een gegeven moment belandt, kwam ineens tussen al die rommel dat Electrospel te voorschijn. Dan word je dus geconfronteerd met de werking van je eigen brein, wat je niet echt snapt. Toen ik het eenmaal opgeschreven had dacht ik: ja, dat is natuurlijk een perfect beeld."

U hebt het dus niet eerst bedacht, het was er ineens?

"Je bedenkt dat niet. Romans die zo in elkaar zitten, deugen meestal niet. Het is je intuitie die je dat beeld ingeeft en pas in een later stadium herken je dat als het juiste beeld. Naarmate je langer schrijft blijkt dat je een steeds groter vertrouwen in die intuitie kunt hebben. Die gaat al structurerend te werk; er komt geen onzin te staan, ook al denk je soms: waar komt dat nou weer vandaan? Wonderlijk hoe de dingen in elkaar steken."

Vandaar dat u er steeds mee bezig blijft?

"Het gaat niet alleen om het onderwerp, de innerlijke constitutie die je op dat moment hebt, moet ermee overeenkomen; het moet een soort obsessie worden. Je denkt niet: laat ik maar eens een boek over dit of dat schrijven. Het is ook niet zo dat al mijn boeken hierover gaan, zo monomaan ben ik gelukkig ook weer niet. Maar kennelijk zat die belangstelling voor de werking van het geheugen, en dus ook over het vergeten, er al heel vroeg in; dat blijkt wel uit die verhalen in 'Stenen spoelen' uit 1960."

"Ik heb mezelf ook wel afgevraagd hoe dat komt. Tineke, de vrouw van de dichter Leo Vroman, zei me dat het succes van 'Hersenschimmen' onder middelbare scholieren misschien is te verklaren uit het feit dat kinderen tegenwoordig vaak werkende ouders hebben, daardoor veel te maken krijgen met hun grootouders en zo een emotionele band met oude mensen ontwikkelen. Zelf had ik vroeger een sterke binding met mijn grootouders van moeders kant."

Dementie heb ik eens heel treffend horen omschrijven als 'het ik dat steeds verder van huis raakt'. Een omschrijving die misschien toch ook van toepassing is op de man uit 'Eclips'. Er blijft toch een afstand, ook al vindt hij zijn huis, zijn vrouw, het vermogen zich normaal uit te drukken, terug.

"Als je een bezoek aan de hel hebt gebracht, is de vanzelfsprekendheid van de relatie tussen de wereld en de taal en je lichaam en de wereld, toch verloren gegaan. Het vreemde in het boek is dat er aan het slot een soort omkering plaatsvindt waardoor de hoofdpersoon zich niet meer herinnert wat jij net gelezen hebt."

"Je zou op grond van die boeken kunnen vermoeden dat de werkelijkheid zoals-ie echt is, zich misschien wel helemaal aan onze waarneming onttrekt en dat het juist de hersens zijn die ons een leefbaar beeld van de wereld opleveren in de vorm van een besef van tijd en ruimte, van taal; dat we de boel kunnen structureren door de hersens. En dat mensen bij wie daar iets defect raakt tijdelijk terechtkomen in een wereld die misschien 'de echte wereld' is, maar een die voor mensen onleefbaar is."

Hij vertelt een paar jaar geleden een indrukwekkende BBC-documentaire te hebben gezien over een man die ten gevolge van een virusziekte geen enkel beeld, geen enkele belevenis, kon 'vasthouden', voor wie elk moment nieuw was. Huiveringwekkend, een soort modern beeld van de hel, vindt hij. Zo komen we opnieuw op muziek, want het slachtoffer van deze ziekte is dirigent en het enige wat hij nog wel kan is dirigeren. Dat doet hij voortreffelijk, ook al begrijpt hij later, als hij naar een videoopname kijkt, niet dat hij het is die daar voor het orkest staat. Muziek, zegt Bernlef (zelf een groot liefhebber daarvan, vooral van jazz) wordt op een andere manier door de hersens verwerkt en opgeslagen dan de taal. "Maar het blijft merkwaardig dat muziek zo'n enorme invloed kan hebben op het sturen van alle functies."

'Publiek geheim', waarvan het thema censuur en zelfcensuur is, wordt ook wel eens beschouwd als een boek over het geheugen, over vergeten.

"Mensen die er zo over oordelen zeggen: dat boek gaat over het manipuleren van het collectieve geheugen van een land. Leuk bedacht, maar zo zie ik het zelf niet. Er zijn monomane kunstenaars die hun hele leven met een ding bezig zijn en die dat soms fabelachtig doen. Voor mij geldt dat niet. Een boek als 'De witte stad' is voor mij zoiets als het schrijven van een divertimento door Mozart. Je kunt niet alleen maar Requiems schrijven. Je moet jezelf ook een keer op vakantie sturen."

Bernlef werd op 14 januari 1937 als Hendrik Jan Marsman (geen familie) geboren in het Noordhollandse Sint Pancras, groeide grotendeels op in Amsterdam, woonde enige tijd in Zweden, koos daarna opnieuw voor Amsterdam. Hij nam een pseudoniem om niet voortdurend te worden vergeleken met zijn beroemde naamgenoot; de naam Bernlef is ontleend aan een blinde Friese dichter uit achthonderd na Christus, een zanger van balladen van wie geen letter tekst, maar slechts de naam en een paar titels zijn teruggevonden in manuscripten van latere dichters. Alleen 'Bernlef' vond hij te 'pompeus'; daarom plakte hij zijn tweede initiaal ervoor, de letter 'J'.

In 1984 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, in 1988 de (eerste) AKO-literatuurprijs voor 'Publiek geheim', 'Hersenschimmen', dat onder regie van Heddy Honnigman werd verfilmd, kreeg als favoriete roman bij scholieren, de Diepzeeprijs 1989; het aantal exemplaren dat daarvan is verkocht nadert de 400 000. Relativerend:

"Als je een boek schrijft dat een dergelijke oplage haalt, moet je je altijd realiseren dat het grootste deel van het publiek het om buiten-literaire redenen koopt. Redenen die ook best honorabel kunnen zijn, maar het zijn geen mensen die automatisch een volgend boek van je zullen kopen. Dus het is wel mooi, maar het echte literaire publiek, dat een zekere trouw heeft aan je werk en dat blijft kopen, bestaat uit misschien tienduizend mensen. Het gedrag van het publiek is onvoorspelbaar. Vind ik ook wel leuk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden